Beeldhouwer: Joop Hekman
Materialen:
– beelden: brons (Rijnlandse Bronsgieterij (Stöxen), Leiden)
– fonteinvloer en platen: Italiaans graniet
Stadsschouwburg, Lucasbolwerk 24, Utrecht
Onthuld op 2 oktober 1959

__________

.
De beeldengroep/fontein “Feest der Muzen” bestaat uit drie Muzen (Grieks-mythologische figuren) die met theater kunnen worden geassocieerd: Melpomene (tragedie), Terpsichore (dans en lyrische poëzie) en Thalia (komedie).
“Feest der Muzen” is het de grootste beeldengroep die Joop Hekman heeft vervaardigd.

In 1948 wilde het Utrechtse Fonds Stadsverfraaiing dat in het grasperk voor de Stadsschouwburg een fontein werd geplaatst. Willem Marinus Dudok, de architect van de Stadsschouwburg, ontwierp een bassin in de vorm van een vlieger met naast de punt van de lange zijden een boom. In het bassin, aan de binnenzijde van die punt, onder het bladerdek van de boom, had hij boven de waterspiegel een plateau getekend met daarop een naakte, geknielde vrouwenfiguur die met uitgestrekte armen de rand van het plateau vasthoudt en in het water van het bassin tuurt. Tegenover de vrouwenfiguur had hij vijf fonteinen naast elkaar getekend die een watermuur vormden. De gemeente Utrecht keurde zijn ontwerp af.
In 1950 werd aan Joop Hekman en Pieter d’Hont opdracht gegeven een fontein te ontwerpen. De kosten zouden voor rekening vallen van het fonds Stadsverfraaiing. Pieter d’Hont had een fontein ontworpen met daarin een beeld van een zingende Orpheus, zichzelf begeleidend op zijn harp. Hekman had “Zeemeermin” ontworpen, een fontein in de vorm van een zeemeermin op een sokkel. Op 13 oktober 1951 werd bekend dat de gemeente Utrecht de voorkeur gaf aan het ontwerp van Hekman. De gemeente Utrecht bood hem een studiereis naar het fonteinrijke Rome aan. In 1953 reisde Hekman naar Rome. Na zijn terugkomst diende hij in maart 1956 een nieuw ontwerp voor de fontein in, bestaande uit de drie Muzen die met theater kunnen worden geassocieerd: Melpomene (tragedie), Terpsichore (dans en lyrische poëzie) en Thalia (komedie). In 1956 gaf de gemeente Utrecht hem de opdracht dit ontwerp vorm te geven. Dit resulteerde in de beeldengroep/fontein “Feest der Muzen”. De verwachting was dat de fontein voor 1 januari 1957 gereed zou zijn. In januari 1957 verwachtte Hekman dat de fontein enkele maanden later gereed zou zijn; eind maart 1957 gaf hij aan dat de voltooiing in de zomer van 1957 een feit zou zijn, als alles mee zou zitten.
Tussen 26 februari 1959 en medio maart 1959 werd in het gazon voor de Stadsschouwburg met behulp van een proefopstelling, bestaande uit drie houten vrouwenbeelden, leunend tegen kartonnen platen, nagegaan waar “Feest der Muzen” het best geplaatst zou kunnen worden. Over de plek waar “Feest der Muzen” zou worden geplaatst, ontstond een meningsverschil tussen enerzijds het gemeentebestuur en Hekman en anderzijds de gemeentelijke adviescommissie voor beeldende kunst en kunstnijverheid. Hekman wilde dat “Feest der Muzen” nabij het Lucasbolwerk zou worden geplaatst en werd daarin gesteund door het gemeentebestuur. De gemeentelijke adviescommissie stond een andere plek voor. Op 14 maart 1959 werd bekend dat “Feest der Muzen” op de door Hekman en het gemeentebestuur voorgestane plek zou worden geplaatst. Voor Jan Engelman, een Utrechtse dichter en kunst- en literatuurcriticus die lid was van de gemeentelijke adviescommissie, was dit de druppel die de emmer deed overlopen. Dit besluit en andere besluiten van de gemeente hadden hem tot de conclusie gebracht dat de gemeentelijke adviescommissie geen doorslaggevende invloed had in de aankoop van beeldende kunst en stadsverfraaiing. Op 27 oktober 1959 werd bekend dat hij zijn ontslag had ingediend.
Op 3 april 1959 werd bekend dat aan de voet van “Feest der Muzen” lampen zouden worden geplaatst, zodat het fonteinbeeld ’s avonds verlicht zou zijn.
De verwachting in maart 1959 was dat de bronzen vrouwenbeelden in mei 1959 voltooid zouden zijn. Op 8 september 1959 werd bekend dat twee van de drie vrouwenbeelden voltooid waren. Zij zouden 14 september 1959 naar Utrecht worden overgebracht. Er was nog geen onthullingsdatum gepland.
Op 17 september 1959 werden de drie vrouwenbeelden geïnstalleerd onder het toeziend oog van Hekman en bronsgieter Stöxen.
Op 29 september 1959 werd bekend dat de onthulling en in werking stellen van “Feest der Muzen” op 2 oktober 1959 om 17.00 uur zou plaatsvinden.
“Feest der Muzen” is op 2 oktober 1959 onder grote publieke belangstelling onthuld door jhr. mr. Constant Johan Adriaan (Coen) de Ranitz (Den Haag, 3 april 1905 – Driebergen-Rijsenburg, 24 februari 1983), burgemeester van Utrecht. De Ranitz stond onder andere stil bij de lange tijd tussen het eerste ontwerp van Dudok en het gereed komen van “Feest der Muzen”.
“Feest der Muzen” is de grootste beeldengroep die Joop Hekman heeft vervaardigd. De hoogte van de beeldengroep is 3.20 meter. De fonteininstallatie bestaat uit 33 spuiters, waarvan drie in het centrum, waaruit hoge waterstralen spuiten, eromheen een kring van 24 spuiters, waaruit kleine waterbogen spuiten, en zes spuiters die als waterbronnen fungeren.
In opdracht van de Waterleidingmaatschappij Breda is het fonteinbeeld “Zeemeermin” in 1967 in de vijver geplaatst van het in dat jaar geopende gebouw van het gemeentelijk energiebedrijf EnWa aan de Doornboslaan in Breda. Het gebouw is inmiddels gesloopt, op de plaats ervan is nieuwbouw gekomen. “Zeemeermin” is niet meer aanwezig.
In een artikel in de editie van 15 januari 1966 van het Utrechtsch Nieuwsblad over de op handen zijnde plaatsing van het fonteinbeeld Zwemmende figuren (Paulus Reinhard) werd “Feest der Muzen” ongenadig bekritiseerd. Vanwege de waterpartijen (krachtige, omhoog spuitende waterstralen en constante waterstromen vanaf de schaal in de vijver) bestempelde de schrijver “Zwemmende figuren” als een echte fontein, waarbij “Feest der Muzen” naar zijn idee niets voorstelt: pieterpeuterig sproeiertjesgeleuter dat een plompe Dreimäderl-groep met gieterstraaltjes nat maakt maar in geval van vriezend weer of (schaarse) droogte nogal eens verstek laat gaan.
Bronnen:
– Nieuw Utrechtsch dagblad, 6 november 1950
– Utrechts Nieuwsblad, 24 februari 1951, 13 oktober 1951, 17 april 1956, 18 januari 1957, 28 maart 1957, 26 februari 1959, 14 maart 1959, 3 april 1959, 8 september 1959, 17 september 1959, 29 september 1959, 27 oktober 1959, 3 oktober 1959, 4 februari 1961, 15 januari 1966
– Kunst en beelden in Breda c.a.
Muzen (Griekse mythologie): negen godinnen van de kunsten en de wetenschap. Iedere muze had haar eigen aandachtsgebied. In de beeldende kunst voert iedere Muze een attribuut. Melpomene voert een tragediemasker, Terpsichore voert een lier, Thalia voert een komediemasker.
De beelden in “Feest der Muzen” voeren geen attributen.