Karel van Gelre

Beeldhouwers: Albert Diekerhof, Joop Hekman en Gijs Jacobs van den Hof
Materiaal: Belgisch hardsteen
Jansplaats, Arnhem
Onthuld op 13 april 1949


__________

Karel van Gelre

__________

Karel van Gelre

__________

Karel van Gelre

__________

__________

Onthulling “Karel van Gelre”, 13 april 1949
foto: ANP. Gelders archief, coll.nr. 1501-04-4857,
Creative Commons, Public Domain 1.0


DE AANLEIDING
In 1938 was het 400 jaar geleden dat Karel van Gelre, hertog van Gelre en graaf van Zutphen, in Arnhem overleed. Hieraan werd in Arnhem aandacht besteed met onder andere een tentoonstelling, een lezing en een kranslegging bij het grafmonument van Karel van Gelre. Op 30 juni 1938, de sterfdag van Karel van Gelre, vond in de Eusebiuskerk in Arnhem een herdenkingsplechtigheid plaats. Naar aanleiding van dit alles ontstond het idee een standbeeld voor Karel van Gelre op te richten. Hiertoe werd een comité in het leven geroepen waarin een aantal vooraanstaande inwoners van Arnhem zitting hadden, waaronder Henri Petrus Johan Bloemers (Hummelo, 18 april 1880 – Velp, 16 september 1947), burgemeester van Arnhem. Onderzoekers van de ontstaansgeschiedenis van het standbeeld hebben niet kunnen achterhalen met welk doel het comité het standbeeld opgericht wilde zien.

HET ONTWERP
In 1938 richtte het comité zich tot het “Genootschap Kunstoefening”, ook wel “Academie Kunstoefening” genoemd, een school voor beeldende kunst en kunstnijverheid, geleid door Gijs Jacobs van den Hof, met de vraag een standbeeld van Karel van Gelre te ontwerpen. Onder leiding van Gijs Jacobs van den Hof ontwierpen Joop Hekman en Albert Diekerhof, twee van zijn leerlingen, een schaalmodel en daarna een levensgroot kleimodel van het beeld, dat vanuit het atelier van Gijs Jacobs van den Hof werd overgebracht naar het atelier van “Genootschap Kunstoefening”.
Tussen 1938 en 1941 hield het comité inzamelingen om het beeld te bekostigen. In die drie jaar tijd werd f 1108,50 gedoneerd. In 1941 werd voor de einduitvoering een blok Belgisch hardsteen gekocht à raison van f 670,70. Tijdens het transport naar Arnhem belandde het blok in de Rijn. Desondanks kon het worden gebruikt om het standbeeld te hakken.
De einduitvoering in Belgisch hardsteen werd gehakt in het atelier van “Genootschap Kunstoefening” en was in september 1944, na de slag om Arnhem, voltooid. Tijdens de gevechten in april 1945 tussen de geallieerden en de Duitsers liep de kop van het standbeeld ernstige schade op. Er moest een nieuwe kop worden gehakt. Uiteindelijk kon het beeld pas in 1948 worden opgeleverd. De gemeenteraad van Arnhem aanvaardde het beeld en stelde geld beschikbaar voor het vervaardigen van de sokkel, het opnieuw bestraten van de Jansplaats en het plaatsen van het beeld.
Albert Diekerhof, Joop Hekman en Gijs Jacobs van den Hof hebben Karel van Gelre staande uitgebeeld, in rust, een zwaard dragend en aan zijn linkervoet een helm. Op de achterzijde is het wapen van Gelderland uitgebeeld.

EEN ONGEWENSTE TOELICHTENDE TEKST
Eind 1941/begin 1942 had burgemeester Bloemers aan jhr. mr. Anthony Henrik (Toon) Martens van Sevenhoven (Zutphen 4 oktober 1880 – Laren (Gld), 8 augustus 1952, rijksarchivaris in Gelderland, gevraagd een opschrift te bedenken voor de plaquette die zou worden aangebracht. Martens van Sevenhoven stelde twee opschriften voor: een Latijns opschrift en een vertaling ervan in het Nederlands: Carolus dux Gelriae et comes Zutphaniae | 1467-1538 | Germanorum Imperatoris acerrimus oppugnator (vert.: Karel hertog van Gelre en graaf van Zutphen | 1467-1538 | Zeer fel bestrijder van de keizer van de Duitsers). Omdat het goed denkbaar was dat deze opschriften de Duitse bezetter tegen de haren in zouden strijken met alle gevolgen van dien, werd het voorstel van Martens van Sevenhoven verworpen.

DE PLAATSING EN ONTHULLING
In maart 1949 werd “Karel van Gelre” op de Jansplaats in Arnhem op een hoge stenen sokkel geplaatst. De sokkel stond op een verhoogd, vierkant klinkerveld. Op 13 april 1949 werd het beeld onder grote publieke belangstelling onthuld. De onthulling werd verricht door Christianus Gerardus (Chris) Matser (Arnhem, 1 juni 1904 – 5 februari 1973), de opvolger van burgemeester Bloemers. De onthullingshandeling bestond uit het weghalen van doeken waarmee het beeld was bedekt. Bovenaan de voorzijde van de sokkel was een stenen plaquette bevestigd met het opschrift KAREL. HERTOG VAN | GELRE EN VAN GULIK. | GRAAF VAN ZUTPHEN | 1469 – 1538. In zijn toespraak na de onthulling ging burgemeester Matser in op de betekenis die Karel van Gelre had voor Gelderland. Daarbij bracht hij onder andere de in 1942 afgewezen tekst ter sprake die Martens van Sevenhoven had voorgesteld, aangevende dat men Karel van Gelre ook kon bezien als een strijder tegen de Duitsers. De onthulling ging gepaard met een tentoonstelling over Karel van Gelre in het gebouw van “Genootschap Kunstoefening”. De tentoonstelling werd geopend door Frans Jozef Theo (Theo) Rutten (Schinnen, 15 september 1899 – Lopik, 21 april 1980), minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen.
“Karel van Gelre” staat tegenwoordig op een sokkel van granietkeien met op de sokkel een plaquette. De tekst op deze plaquette is overgenomen van de sokkel uit 1948/1949. Het vierkante klinkerveld is verwijderd en vervangen door een vierkante verhoging. Op het plaatje dat de gemeente Arnhem op de sokkel heeft laten aanbrengen, zijn de namen vermeld van Albert Diekerhof en Joop Hekman, de naam van het beeld en de jaartallen 1938 (jaar van initiatief) en 1949 (jaar van plaatsing en onthulling).

VANDALISME
In de jaren tussen 1949 en 2009 is “Karel van Gelre” drie maal door vandalen onthoofd. In 1963 werd de afgehakte kop teruggevonden in Sonsbeek in Arnhem en kon het terug worden geplaatst. In het begin van de 1990-er jaren moest vanwege een onthoofding een nieuwe kop worden gehakt. De nieuwe kop werd door “de kunstenaar” (niet duidelijk is of dit Joop Hekman of Albert Diekerhof was, Gijs Jacobs van den Hof was inmiddels overleden) afgekeurd, de kop was naar zijn mening te groot. Op 30 mei 2009 werd “Karel van Gelre” onthoofd door een groep baldadige jongeren. De kop werd niet teruggevonden. Omdat restauratie uitbleef, besloot de in Arnhem gevestigde schilder Heja (pseudoniem van Henk Jaspers) om op het onthoofde beeld een kop van Toetanchamon te plaatsen. Hiermee wilde hij de gemeente Arnhem manen tot vaart maken. De gemeente Arnhem heeft een nieuwe kop laten ontwerpen en het beeld laten restaureren. Op de foto in deze reportage van de kop van “Karel van Gelre” is de naad tussen de kop en de hals met kraag goed te zien.

Bronnen en verdere informatie:
De stenen Karel van Gelre op de Jansplaats (J.A.E. Kuijs, Nijmegen,2014)

https://arneym.nl/oorsprong-van-het-standbeeld-van-karel-van-gelre-op-de-jansplaats/
https://www.collectiegelderland.nl/arnhemsekunst/object/7904ff6e-fd79-2414-4b9a-a562f88a9778

  ALBERT DIEKERHOF
  JOOP HEKMAN
  GIJS JACOBS VAN DEN HOF

Karel van Gelre (Grave, 9 november 1467 – Arnhem, 30 juni 1538) was van 1492 tot aan zijn overlijden hertog van Gelre en graaf van Zutphen.