Het Friesche Paard

Beeldhouwer: Auke Hettema
Materiaal: brons

Friese naam: “It Fryske Hynder”
Nieuwestad, Leeuwarden, ter hoogte van de Lange Pijp (jaar van verplaatsing: niet bekend)
Onthuld op 15 mei 1981 in Leeuwarden op de Lange Pijp


__________

__________

__________


“Het Friesche Paard” (Friese benaming: “It Fryske Hynder”) is een geschenk van Koopmans Koninklijke Meelfabrieken BV, gevestigd in Leeuwarden, ter gelegenheid van het feit dat de fabriek in Leeuwarden in 1976 honderd jaar bestond.
De meelfabriek in Leeuwarden was de voortzetting van de maalderij die Uilke Klazes Koopmans in 1846 in Holwerd in bedrijf had genomen. In deze maalderij werd boekweit vermalen met een rosmolen, een molen die wordt aangedreven door een of twee paarden. In 1867 werd de rosmolen vervangen door een stoommachine. In de jaren erna groeide het bedrijf, waardoor het in 1876 naar Leeuwarden verhuisde. Volgens sommige bronnen is het feit dat Koopmans Koninklijke Meelfabrieken BV het beeld van een Fries paard aan Leeuwarden heeft geschonken, ingegeven door het feit dat in de beginjaren van de fabriek een rosmolen werd gebruikt.
In 1977 kreeg Auke Hettema de opdracht een beeld van een Fries paard te ontwerpen. Op zoek naar een Fries paard dat geschikt zou zijn om als model te fungeren, bezocht Hettema een aantal stoeterijen. Zijn keuze viel op Dagho 247, een Friese dekhengst van stoeterij Hillner in Westhem, een dorp ten zuidwesten van Sneek Begin april 1978 had hij het gipsontwerp gereed; op 14 april 1978 werd het ontwerp onthuld in stoeterij Hillner. De Leeuwarder Courant besteedde op 15 april 1978 aandacht aan de onthulling. In de dagen erna publiceerde de krant twee ingezonden brieven van een lezer die kritische kanttekeningen plaatste bij de keuze door Hettema van Dagho 247, de natuurgetrouwheid van het ontwerp en de beoogde plaatsing in Leeuwarden. In Het Friese Paard – Uitgave bij de herdenking van het honderdjarig bestaan van de Koninklijke Vereniging “Het Friesch Paarden-Stamboek” (Leeuwarden, 1979) schreef ir. Gerrit J. Bouma over het ontwerp van Hettema dat het een bijzonder geslaagd ontwerp was, getuigend van een warme liefde voor het Friese paardenras.
In april 1981 werden voorbereidingen getroffen om “Het Friesche Paard” te plaatsen op de Lange Pijp. Op 15 mei 1981 werd “Het Friesche Paard” onthuld door Cornelis Faber, oud-inspecteur van de Koninklijke Vereniging “Het Friesch Paarden-Stamboek”.
In de bovenzijde van de uit basalt vervaardigde sokkel is in het Fries een speciaal voor dit beeld geschreven gedicht gebeiteld van Freark Dam (Ketlik, 2 juli 1924 – 4 juli 2002). De tekst ervan luidt:

OERKURVEN KRIICH MEI DIGERENS BIMONGEN
YN IT ÛNLEECH SOMS MAR NRA FAN ‘T PLAK FORKRONGEN
SJUCH FRIES EN FREMDLING HJIR JIMM’ NIGET OAN
SA’N TROU SA’N FAESJE, SOKKE STERKE GONGEN

Op de tweede foto in deze fotoreportage is rechts van “Het Friesche Paard” een lichtgrijs, waaiervormig bestraat vierkant te zien. Bij de onthulling in 1981 stond “Het Friesche Paard” op die plek, die toen halfsteens bestraat was (de rest was waaiervormig bestraat). Het beeld stond toen evenwijdig aan de verderop gelegen Waag. Bij het maken van deze fotoreportage stond “Het Friesche Paard” op de Nieuwestad, beneden de Lange Pijp. Het beeld is dus verplaatst, mogelijk vanwege herinrichting van de Lange Pijp. Vergeleken met de opstelling op de Lange Pijp is “Het Friesche Paard” een kwart slag linksom gedraaid en is de sokkel meer verzonken in de bestrating.

Bronnen:
https://historischcentrumleeuwarden.nl
https://www.hvhl.nl
https://www.tresoar.nl
Leeuwarder Courant, 1 april 1978, 15 april 1978, 24 mei 1978, 24 augustus 1979, 9 april 1981 en 15 mei 1981

  AUKE HETTEMA