Eline Vere

Beeldhouwer: Theo van der Nahmer
Materiaal: brons

Eline Vere park, Groot Hertoginnelaan, Den Haag, tegenover 1e Sweelinckstraat
Geplaatst op 27 augustus 1959


__________

__________

__________

__________

ontwerp “Eline Vere”, atelier Theo van der Nahmer
Haags Gemeentearchief nr. 0.24123; foto: Marianne Dommisse, 1954


DE AANLEIDING
Op 17 mei 1949 werd bekend dat Theo van der Nahmer van de gemeente Den Haag opdracht had gekregen een monument te ontwerpen ter nagedachtenis aan Louis Marie Anne Couperus (schrijver, Den Haag, 10 juni 1863 – De Steeg, 16 juli 1923), die in Den Haag werkzaam was geweest. Het was zijn eerste opdracht. Van der Nahmer had reeds een ontwerp gereed van een beeld van Eline Vere, de hoofdpersoon uit Eline Vere – een Haagsche roman (Den Haag, 1889), de eerste roman die Couperus had geschreven. Rond het voetstuk van het beeld zouden beelden worden geplaatst van andere personages uit de romans van Couperus.(1) Volgens sommige bronnen had de gemeente Den Haag in 1948 contact gezocht met Van der Nahmer.(2) In 1948 was het 25 jaar geleden dat Couperus overleed.

(1) Provinciale Noord-Brabantsche Courant Het Huisgezin, 17 mei 1949.
(2) Het jaar 1948 is genoemd in Theo van der Nahmer – Begeleid door de muze (Marianne Dommisse, Voorburg, 2002, p.44) en https://www.denhaag.wiki.

PRESENTATIE VAN HET UITEINDELIJKE ONTWERP
Op 17 oktober 1952 presenteerde Van der Nahmer in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag tijdens de “Nederland eert Couperus-avond” een gipsmodel van “Eline Vere”. De presentatie vond plaats na de aanbieding van het eerste exemplaar van het eerste deel van de Verzamelde Werken van Couperus aan Elisabeth Wilhelmina Johanna Couperus-Baud (Batavia, 30 oktober 1867 – Den Haag, 18 maart 1960), de weduwe van Couperus.(1) De grootte van het gipsmodel was tweederde van de ware grootte.(2)
Volgens een artikel in de editie van 18 oktober 1952 van het Nieuw Utrechtsch Dagblad had Van der Nahmer aanvankelijk een beeld willen ontwerpen, genaamd “De geboorte van Psyche”, dat symbool zou staan voor het complete oeuvre van Couperus. Dit beeld werd te duur geacht; waarop Van der Nahmer “Eline Vere” ontwierp, statig en hooghartig.(3) Volgens de schrijver van het artikel had Van der Nahmer Eline Vere statig en hooghartig uitgebeeld. Het plan was om het beeld op een langwerpig voetstuk te plaatsen met een grote lege ruimte ervoor. Deze manier van plaatsing zou de eenzaamheid van Eline Vere benadrukken.
Marianne Dommisse, de weduwe van Van der Nahmer, heeft over “Eline Vere” geschreven dat de gemeente Den Haag na een reeks van ontwerpen en geharrewar uit twee levensgrote ontwerpen van “Eline Vere” het minst goede ontwerp had gekozen, tot spijt van Van der Nahmer. Dommisse noemde het ontwerp dat de gemeente Den Haag had gekozen, gekuist, wat erop zou kunnen duiden dat de gemeente Den Haag in de ontwerpfase van “Eline Vere” kritische kanttekeningen plaatste, in ieder geval bij de “queue” (Cul de Paris: geaccentueerde bilpartij) van “Eline Vere”. Het andere ontwerp was qua kleding en hoofd meer gedetailleerd uitgevoerd.(4) KIJKEN NAAR BEELDEN neemt aan dat Dommisse in 1954 in het atelier van haar echtgenoot foto’s heeft genomen van dit ontwerp.

(1) De Telegraaf, 18 oktober 1952.
(2) Het Parool, 18 oktober 1952.
(3) Nieuw Utrechtsch Dagblad, 18 oktober 1952.
Volgens Het vaderland, 20 december 1957 en https://www.denhaag.wiki had Van der Nahmer aanvankelijk gedacht aan een groot reliëf waarop Couperus werd getoond, omringd door een aantal van zijn romanfiguren. Een dergelijk monument werd te duur geacht, waarop Van der Nahmer een standbeeld ontwierp, Eline Vere uitbeeldend.
(4) Theo van der Nahmer – Begeleid door de Muze (Voorburg, 2002, pp. 4 en 44). In een interview met Jet Wesselius (Wijkblad Benoordenhout) vertelde Van der Nahmer dat hij vier ontwerpen van “Eline Vere” had gemaakt, waarvan het eerste ontwerp zo decadent was, dat de gemeente Den Haag het niet aandurfde met dit ontwerp in zee te gaan (zie Wijkblad Benoordenhout, 1977, nr. 2).

PLAATSINGSPERIKELEN
Op 24 april 1954 werd bericht dat “Eline Vere” in de Nassaulaan in Den Haag zou worden geplaatst, in de wijk waar Couperus had gewoond. Couperus had deze wijk vaak gebruikt als decor voor zijn romans, waaronder Eline Vere – een Haagsche roman, waarin hij had geschreven dat Eline bij haar zuster en zwager woonde aan het Nassauplein.(1)
Op 7 mei 1955 werd bericht dat “Eline Vere” in de tuin van het Haags Gemeentemuseum was geplaatst, in afwachting van een definitieve plek.(2)
Op 21 september 1955 werd bericht dat de Voorburgse artistieke werkgroep “De Nieuwe Ploeg” een beeldententoonstelling hield in park Hofwijck in Den Haag. Het ontwerp van “Eline Vere” maakte deel uit van deze tentoonstelling.(3)
Op 13 maart 1958 werd bericht dat de Haagse Gemeentelijke Dienst voor Schoone Kunsten niet voornemens was om “Eline Vere” op het Nassauplein te plaatsen. Op het Nassauplein was er geen plantsoen waar het beeld tot haar recht zou komen. De Gemeentelijke Dienst voor Schoone Kunsten overwoog plaatsing in een plantsoen aan de Groot Hertoginnelaan. Dit viel niet bij iedereen in goede aarde. Eline Vere – een Haagsche roman speelt zich niet af in de omgeving van de Groot Hertoginnelaan en Couperus had een hekel aan dit deel van Den Haag. Tot aan de definitieve plaatsing zou “Eline Vere” nog blijven opgesteld in de tuin van het Haags Gemeentemuseum.(4)
Op 20 januari 1959 was er voor “Eline Vere” nog steeds geen definitieve plek gevonden.(5)
Op 27 augustus 1959 werd aan het beeld een tijdelijke plek toegewezen aan de Groot Hertoginnelaan, hoek 1e Sweelinckstraat, “om te zien hoe het beeld het daar zou doen”. Van der Nahmer was aanwezig bij de plaatsing. Het beeld stond op een laag leistenen voetstuk dat in het gras was geplaatst. Dit voetstuk was niet langwerpig van vorm maar vierkant. Er waren geen omringende beelden. “Eline Vere” zou te zijner tijd in de omgeving van het Nassauplein worden geplaatst.(6) Wegens herinrichting van het Nassauplein is het tot plaatsing daar niet gekomen; de plek aan de Groot Hertoginnelaan werd de definitieve plek.(7)
Om het beeld heen is een vierkant klinkerveld aangelegd. Het plantsoen heeft de naam Eline Vere park gekregen.
Al met al zijn er ruim vier jaar verstreken tussen het bekend worden van de tijdelijke plaatsing van “Eline Vere” in de tuin van het Haags Gemeentemuseum en de tijdelijke plaatsing aan de Groot Hertoginnelaan, die uiteindelijk is uitgedraaid op permanente plaatsing.

(1) De Telegraaf, 24 april 1954.
(2) Algemeen Handelsblad, 7 april 1955. In Het Binnenhof, 8 april 1955, werd bericht dat het bovenste deel van “Eline Vere” geplaatst werd in het Oosterpark in Den Haag, waar ze zich volgens het bericht in het mondaine leven zou storten.
(3) Het Binnenhof, 21 september 1955.
(4) Het Vaderland, 13 maart 1958.
(5) De Volkskrant, 20 januari 1959
(6) Het Vaderland, 27 augustus 1959; Het Binnenhof, 27 augustus 1959. Volgens Theo van der Nahmer – Begeleid door de muze (Voorburg, 2002, p.44) is het beeld in 1956 aan de Groot Hertoginnelaan geplaatst. Deze vermelding in niet juist.
(7) https://dehaagsetijden.nl/spread/903-eline-vere-in-beeld.

VERPLAATSINGEN
Op 16 september 1972 werd bericht dat “Eline Vere” al enige tijd niet meer aan de Groot Hertoginnelaan stond.(1) Uit een in oktober 1973 gepubliceerde bespreking van een brochure over beelden in Den Haag bleek dat over “Eline Vere” was geschreven dat het beeld aan de Groothertoginnelaan stond.(2) Het is KIJKEN NAAR BEELDEN niet duidelijk wat er in 1972 aan de hand is geweest. Misschien werd er in een atelier of werkplaats onderhoud uitgevoerd aan het beeld.
Op 21 maart 1974 werd bericht dat “Eline Vere” ter gelegenheid van het door Pulchri Studio in Den Haag in 1974 georganiseerde Boekenbal met als thema “Couperus” was verplaatst naar het Lange Voorhout in Den Haag, bij het gebouw van Pulchri Studio, omgeven door een zee van krokussen.(3) De Haagse Kunstkring en de Haagse gemeentelijke commissie voor beeldende kunsten vonden deze plaatsing dermate goed, dat zij bij het gemeentebestuur van Den Haag het verzoek indienden “Eline Vere” aan het Lange Voorhout te laten staan. De Welstandscommissie, de Adviescommissie voor het stadsschoon en de gemeentelijke dienst voor schone kunsten adviseerden het gemeentebestuur het verzoek niet in te willigen met als argumenten dat de verplaatsing van de Groot Hertoginnelaan naar het Lange Voorhout door velen was betreurd en dat aan het Lange Voorhout reeds een ander beeld stond dat was ontworpen door Theo van der Nahmer: Flaneur. Het plan was om “Eline Vere” op 26 maart 1974 over te brengen naar de Groot Hertoginnelaan en dan halverwege het plantsoen tussen de Carnegielaan en de Banstraat te plaatsen. De plaatsing zou worden opgeluisterd door leerlingen van de lagere nutsschool aan de Hollanderstraat in Den Haag.(4) Op 27 maart 1975 werd bericht dat “Eline Vere” terug was geplaatst op de oorspronkelijke plek aan de Groot Hertoginnelaan. De leerlingen droegen kleding in de stijl die gangbaar was tijdens de eeuwwisseling, de tijd waarin de roman Eline Vere zich afspeelde.(5)

(1) Algemeen Dagblad, 16 september 1972.
(2) NRC Handelsblad, 3 oktober 1973.
(3) NRC Handelsblad, 21 maart 1974.
(4) NRC Handelsblad, 21 maart 1975.
(5) Het vrije volk, 27 maart 1975.

VARIANTEN EN EEN PRIJSBEELD
Van “Eline Vere” zijn diverse kleine uitvoeringen vervaardigd.(1)
Op 11 april 1969 werd bericht dat ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van het Haagse dagblad “Het vaderland” een prijs in het leven was geroepen die jaarlijks zou worden uitgereikt aan personen of instellingen die zich verdienstelijk hadden gemaakt voor “het hart van Holland”. De prijs bestond uit een beeldje van Eline Vere, vervaardigd naar het ontwerp van Theo van der Nahmer. In 1969 werd de prijs uitgereikt aan Henri Anthony Melchior Tieleman (Hans) Kolfschoten, oud-burgemeester van Den Haag, Albert Theodore Leonard Carel Anthing Vogel, voordrachtskunstenaar, Pieter Paulus (Paul) van Vliet, cabaretier, Willem Pluygers, president-directeur van de Nederlandse Dagblad Unie en aan het Nederlands Letterkundig Museum, gevestigd aan de Juffrouw Idastraat 11 in Den Haag.(2)

(1) Zie onder andere https://www.nieuwehaagseschoolkunst.nl en https://www.smelik-stokking.nl/.
(2) Algemeen Dagblad, 11 april 1969.

  THEO VAN DER NAHMER