Heracles met hydra II

Naamvariant: “Herakles met hydra II”
Onjuiste benaming: “Esperantomonument”
Beeldhouwer: Nic Jonk
Materiaal: brons (Bronsgieterij Binder, Haarlem)
Geplaatst op 26 augustus 1966 aan de korte oever van de vijver langs de Columbuslaan ter hoogte van de driesprong Columbuslaan/Cortezlaan, Kanaleneiland-Zuid, Utrecht


__________

__________

.


DE AANLEIDING
Uit de gegevens over “Heracles met hydra II” in de geraadpleegde bronnen kan worden afgeleid dat de ontstaansgeschiedenis van “Heracles met hydra II” op zijn laatst in de zomer van 1960 is begonnen.(1)
Op 10 augustus 1960 schreef de Utrechtse Adviescommissie Beeldende kunst – nijverheid een brief aan het gemeentebestuur van Utrecht waarin zij het voorstel deed opdracht te geven aan een oudere en een jeugdige beeldhouwer om een beeld te ontwerpen. De oudere beeldhouwer die de Adviescommissie in gedachten had, was Gerrit Bolhuis, geboren in 1907; de jongere beeldhouwer was Nic Jonk, geboren in 1928. De Adviescommissie stond bronzen beelden voor; wilde niet dat er stenen beelden zouden worden ontworpen. De beelden zouden in de Utrechtse wijk Kanaleneiland moeten worden geplaatst. Als mogelijke locaties werden de Pearsonlaan genoemd, de De Gasperilaan, de Nansenlaan, de Egginklaan en de Johan Brouwerlaan.(2) Wat betreft de afmetingen dacht de Adviescommissie aan beelden met een hoogte van 2 tot 2,5 meter. Voor het project als geheel stelde de Adviescommissie voor een krediet van f 200.000,- te reserveren. In dit krediet waren de honoraria voor Gerrit Bolhuis en Nic Jonk opgenomen. De Adviescommissie had voor elk van hen een honorarium begroot van minimaal f 18.000,- en maximaal f 25.000,-.
Op 13 september 1906 gaf het gemeentebestuur van Utrecht aan de Adviescommissie te kennen in principe positief te staan tegenover het advies maar dat nadere uitwerking noodzakelijk was. Het gemeentebestuur verzocht de Adviescommissie om bij Gerrit Bolhuis en Nic Jonk foto’s op te vragen van reeds ontworpen beelden. Het gemeentebestuur tekende bij het advies aan dat zij vreesde dat beelden met een hoogte van 2 – 2,5 meter te nietig zouden zijn voor plaatsing in de openbare ruimte. Verder was het gemeentebestuur van mening dat de Adviescommissie vaag was in het aanduiden van mogelijke locaties.
Op 28 oktober 1960 besloot het gemeentebestuur van Utrecht de opdrachten in beginsel aan Gerrit Bolhuis en Nic Jonk te gunnen. Het gemeentebestuur bleef van mening dat de locatiesuggesties vaag waren en vroeg om nadere uitwerking en toelichting. Pas op 6 december 1960 kwam hierin de gewenste duidelijkheid.
Op 31 oktober 1960 werden overzichtslijsten ontvangen van werken van Gerrit Bolhuis en Nic Jonk. De namen van hun beelden die uiteindelijk in Kanaleneiland zijn geplaatst, kwamen op deze lijsten niet voor. Hieruit kan worden afgeleid dat deze beelden ten tijde van het samenstellen van de lijsten niet waren ontworpen.

(1) De in dit artikel besproken brieven en verslagen van de Adviescommissie Beeldende kunst – nijverheid, het gemeentebestuur van Utrecht, de Dienst Openbare Werken van de gemeente Utrecht en brieven worden bewaard in Het Utrechts Archief (toegangsnummer: 1007-3, inventarisnummer: 30035).
(2) De wijk Kanaleneiland is een buurt in de Utrechtse wijk Zuidwest (https://nl.wikipedia.org/wiki/Kanaleneiland). De De Gasperilaan, de Nansenlaan en de Pearsonlaan liggen in Kanaleneiland-Noord. Aan de oostzijde van de wijk Kanaleneiland ligt de buurt Transwijk. De Egginklaan ligt in Transwijk-Noord; de Johan Brouwerlaan ligt in Transwijk-Zuid.

HET ONTWERP VAN NIC JONK: “HERACLES MET HYDRA II”
Op 18 december 1960 werd intern in de gemeente Utrecht bericht dat Nic Jonk een schetsontwerp had getoond, voorstellende “Heracles met hydra”. De afmetingen: 120 x 120 centimeter. Het voetstuk, uit te voeren in brons, zou een hoogte moeten krijgen van 160 centimeter. In zijn toelichting op het schetsontwerp had Nic Jonk laten weten zich te hebben laten inspireren door wat hij “het verzetskarakter van de wijk” noemde. Vermoedelijk doelde hij hiermee op het feit dat in Transwijk straten waren vernoemd naar verzetsstrijders. Uit zijn opmerking kan worden afgeleid dat hij plaatsing in Transwijk voor ogen had.(1) Bij de beoordeling van het schetsontwerp was onder andere de beeldhouwer Henri Mathieu (Han) Wezelaar betrokken. Het gemeentebestuur kon zich vinden in het schetsontwerp, stelde echter wel dat het beeld in de publiciteit die het zou krijgen niet de reputatie van verzetsbeeld zou krijgen.
Het gemeentebestuur van Utrecht achtte een uitvoering in brons van het voetstuk financieel niet haalbaar. Om deze reden vroeg Nic Jonk op 8 mei 1961 aan Bronsgieterij Binder, waar de einduitvoering zou worden gegoten, een prijsopgave.
Op 14 december 1961 deelde de Adviescommissie Beeldende kunst – nijverheid aan het gemeentebestuur van Utrecht mee dat zij ten aanzien van de einduitvoering van “Heracles met hydra” een kostenraming had opgesteld. De kosten van het beeld waren begroot op f 8.000,-; de kosten van de zuil (het voetstuk) waren begroot op f 2.300,-.
In de editie van 27 januari 1962 van het Utrechtsch Nieuwsblad werd bericht dat het gemeentebestuur van Utrecht een schetsontwerp van Nic Jonk voor een aan de Egginklaan in Kanaleneiland in Utrecht te plaatsen beeld had goedgekeurd. De naam van het beeld was in het artikel niet vermeld.(2)
Op 8 februari 1962 liet het gemeentebestuur van Utrecht Nic Jonk weten dat hem de opdracht tot het uitvoeren in het groot van “Heracles met hydra” was gegund met als voorwaarde dat het beeld op 1 januari 1965 zou zijn opgeleverd. Het honorarium van Nic Jonk was – exclusief kosten van plaatsing – gesteld op f 25.000,-. Op 14 februari 1962 liet Nic Jonk het gemeentebestuur van Utrecht weten dat hij akkoord ging met de gunning, het honorarium en de voorwaarden.
Tijdens de behandeling van de begroting van de gemeente Utrecht voor het jaar 1963 gaf H. Van der Vlist, wethouder culturele zaken, aan dat het gemeentebestuur het schetsontwerp van Nic Jonk had goedgekeurd. Hiermee lijkt een uitvoering op schaal te zijn bedoeld van het schetsontwerp waarover op 27 januari 1962 was bericht, en zou Nic Jonk over kunnen gaan tot het uitvoeren in het groot.(3)
Op 28 april 1964 werd in het Utrechtsch Nieuwsblad bericht over een aantal op handen zijnde tentoonstellingen, georganiseerd door de Utrechtse kring, waaronder een tentoonstelling van werk van Nic Jonk, over wie werd gemeld dat hij een opdracht had gekregen van de gemeente Utrecht.(4)
Op 2 januari 1965 werd bericht dat het beeld van Nic Jonk dat aan de Egginklaan zou worden geplaatst, vrijwel gereed was.(5) In het voetstuk van “Heracles met hydra II” is het jaartal 1964 aangebracht. Dit jaartal heeft vermoedelijk betrekking op het jaar waarin het model van “Heracles met hydra II” dat voor bronsgieting zou worden gebruikt, was voltooid.(6)
In de editie van 10 februari 1965 van het Utrechtsch Nieuwsblad werd bericht over een door de Utrechtse Kring georganiseerde expositie in de Neudeflat in Utrecht van beeldhouwwerken en tekeningen van Nic Jonk en van foto’s van enkele van zijn beelden in de openbare ruimte. Deze expositie was op 28 januari 1965 geopend en zou duren tot en met 28 februari 1965. Op de expositie waren een kleine en een grote uitvoering te zien van “Heracles met hydra”. In het artikel was niets geschreven over de opdracht die Nic Jonk van de gemeente Utrecht had gekregen en was niets geschreven over een op handen zijnde plaatsing aan de Egginklaan van een beeld, ontworpen door Nic Jonk.(7)

(1) De Egginklaan (Transwijk-Noord), genoemd in de brief van de Adviescommissie Beeldende kunst – nijverheid van 10 augustus 1960, is vernoemd naar de verzetsstrijder Wim E.M. Eggink (Utrecht, 3 mei 1920 – Hameln, 1 april 1945). De Johan Brouwerlaan (Transwijk-Zuid) is vernoemd naar de verzetsstrijder Johan Brouwer (Delfshaven, 31 mei 1898 – Haarlem, 1 juli 1943).
De straten in Kanaleneiland-Noord zijn vernoemd naar mensen die op een of andere wijze wegbereiders waren voor Europa. De De Gasperilaan is vernoemd naar Alcide De Gasperi (Pieve Tesino, 3 april 1881 – Sella di Valsugana, 19 augustus 1954), eerste naoorlogse minister-president van Italië en vader van de Europese Gemeenschap. De Nansenlaan is vernoemd naar Fridtjof Wedel-Jarlsberg Nansen (Store Frøen, 10 oktober 1861 – Lysaker, 13 mei 1930), ontdekkingsreiziger, wetenschapper en diplomaat. De Pearsonlaan is vernoemd naar Lester Bowles Pearson (Toronto, 23 april 1897 – Ottawa, 27 december 1972), diplomaat, politicus en staatsman, 14e premier van Canada en winnaar in 1957 van de Nobelprijs voor de Vrede (alle genoemde gegevens zijn ontleend aan Wikipedia).
(2) Utrechtsch Nieuwsblad, 27 januari 1962 (Het Utrechts Archief). In de berichtgeving in die tijd is de buurt Transwijk niet altijd met naam en toenaam genoemd.
(3) Utrechtsch Nieuwsblad, 27 februari 1963 (Het Utrechts Archief).
(4) Utrechtsch Nieuwsblad, 28 april 1964 (Het Utrechts Archief).
(5) Utrechtsch Nieuwsblad, 2 januari 1965 (Het Utrechts Archief).
(6) In Traditie en experiment – tien Nederlandse beeldhouwers (José Boyens, Venlo, 1982, p.128) is “Heracles met hydra II” vermeld in de opsomming van beelden van Nic Jonk die uit 1964 dateren.
(7) Utrechtsch Nieuwsblad, 10 februari 1965 (Het Utrechts Archief).

1966: ONVERWACHTE DISCUSSIE OVER DE LOCATIE
Op 18 juni 1965 berichtte Nic Jonk aan de Dienst Openbare Werken van de gemeente Utrecht dat “Heracles met hydra II”, dat wil zeggen: het voltooide model, was overgebracht naar Bronsgieterij Binder, in afwachting van bronsgieting.
Uit een brief van 24 juni 1966 van de Dienst Openbare Werken van de gemeente Utrecht aan het gemeentebestuur van Utrecht blijkt dat de bronsgieting van “Heracles met hydra II” in februari 1966 had plaatsgevonden. Op 6 april 1966 vroeg Nic Jonk het gemeentebestuur van Utrecht toestemming om “Heracles met hydra” van 25 mei t/m 4 juli deel te laten uitmaken van de aan zijn werken gewijde tentoonstelling “Bij de tijd” die van 25 mei tot 4 juli 1966 in de Koninklijke Academie voor Kunst en Vormgeving in Den Bosch zou worden gehouden. Het gemeentebestuur gaf toestemming. Na afloop van de tentoonstelling zou het beeld worden geplaatst aan de Egginklaan.
In de loop van 1966 ontstond een discussie over de plaatsing van “Heracles met hydra II” aan de Egginklaan. Het oorspronkelijke plan was om het beeld aan de oever van een vijver te plaatsen, gelegen tussen de Egginklaan en de Johannes Beenlaan. Ten tijde van de gunning van de opdracht aan Nic Jonk was hier nog geen bebouwing. In 1962 werd een begin gemaakt met de bouw aan de Egginklaan van de Sint-Isidoruskerk. In 1964 was de bouw voltooid en werd de kerk ingewijd.(1) Vanuit het kerkbestuur werd bezwaar aangetekend tegen de plaatsing van “Heracles met hydra II”; men was van mening dat het beeld vanwege het mythologische onderwerp niet bij het kerkgebouw paste. In reactie hierop werd in gemeentelijke kringen overwogen om “Heracles met hydra II” in een (niet nader omschreven) plantsoen achter de Beneluxlaan te plaatsen. Han Wezelaar gaf te kennen hiermee niet te kunnen instemmen; het beeld was immers ontworpen met het oog op plaatsing aan de Egginklaan. Hij stelde voor om Nic Jonk op de hoogte te stellen van de gerezen bezwaren.
Op 13 juni 1966 namen Nic Jonk en enkele medewerkers van de gemeente Utrecht de situatie aan de Egginklaan in ogenschouw. Nic Jonk was van mening dat “Heracles met hydra II” door de bebouwing, die er in het begin van de 1960-er jaren nog niet was, niet tot recht kwam. Nic Jonk en de medewerkers van de gemeente Utrecht bezochten een aantal andere plekken. Aan de hand van een maquette van “Heracles met hydra II” werd ingeschat hoe het beeld op deze plekken tot recht zou komen. De keuze viel op plaatsing aan de korte oever van de vijver tussen de Columbuslaan en de Marco Pololaan in Kanaleneiland-Zuid, ter hoogte van de driesprong Columbuslaan/Cortezlaan. Hier zou het beeld vrij staan en goed tot recht komen; de omliggende bebouwing lag op ruime afstand van het beeld. Op 24 juni 1966 diende de Dienst Openbare Werken van de gemeente Utrecht bij het gemeentebestuur van Utrecht een voorstel in voor plaatsing aan de korte oever van de vijver ter hoogte van de driesprong Columbuslaan/Cortezlaan. Het voorstel ging vergezeld van een plattegrond waarop de nieuwe locatie van “Heracles met hydra II” was gemarkeerd. Op 12 juli 1966 berichtte het gemeentebestuur van Utrecht aan de Dienst Openbare Werken dat zij akkoord ging met het voorstel. Het honorarium dat aan Nic Jonk zou worden toegekend, werd verhoogd van f 25.000,- naar f 30.000,-.
Na afloop van de tentoonstelling in Den Bosch werd “Heracles met hydra II” in afwachting van plaatsing overgebracht naar het depot van de gemeente Utrecht. In de editie van 27 augustus 1966 van het Utrechtsch Nieuwsblad werd bericht over de plaatsing van “Heracles met hydra II” op 26 augustus 1966 aan de oever van de vijver bij de Columbuslaan in Utrecht, in aanwezigheid van Nic Jonk Het artikel ging vergezeld van een foto waarop Nic Jonk is te zien, toeziend op de plaatsing van “Heracles met hydra II”.(2)
De afmetingen van “Heracles met hydra II” zijn, inclusief voetstuk: 280 x 140 x 120 cm. In de Beeldentuin Nic Jonk in Grootschermer staat een exemplaar van de variant “Heracles met hydra II A” (afmetingen: 340 x 150 x 130 cm).(3)

(1) https://nl.wikipedia.org/wiki/Sint-Isidoruskerk_(Utrecht).
(2) Utrechtsch Nieuwsblad, 27 augustus 1966 (Het Utrechts Archief).
(3) Traditie en experiment – tien Nederlandse beeldhouwers (Venlo, 1982, p.129).

“HERACLES MET HYDRA II” EN “HERACLES MET HYDRA I”
Nic Jonk heeft op basis van de Grieks-mythologische verhalen over Heracles twee beelden ontworpen: “Heracles met hydra I” en “Heracles met hydra II”. “Heracles met hydra I” is in twee afmetingen uitgevoerd: “Heracles met hydra I” (130 x 170 x 100 cm), vervaardigd voor de Nederlandse Middenstandsbank in Amsterdam, en “Heracles met hydra I A” (272 x 344 x 172 cm), geplaatst op het terrein van het Rotterdamse drinkwaterproductiebedrijf De Berenplaat in Spijkenisse. Deze variant staat bekend onder de naam “Victory”.(1) Een exemplaar van “Heracles met hydra I” staat ook in Stompetoren.(2)
“Heracles met hydra I” verschilt qua vormgeving met “Heracles met hydra II”.
Met “Heracles met hydra I” heeft Nic Jonk, geïnspireerd door de twaalf werken van Heracles, uiting gegeven aan de loop van zijn eigen leven, waarin hij na iedere overwinning een nieuwe uitdaging moest aangaan. Op 18-jarige leeftijd werd bij hem een zeer ernstige vorm van jeugdreuma geconstateerd. Tegen medisch advies in koos hij ervoor beeldhouwer te worden en zijn dromen en idealen te verwerkelijken.(3) Het voortdurend moeten aangaan van nieuwe uitdagingen speelt ook in de mythe van Heracles, die twaalf schier onmogelijke werken moest uitvoeren (als boetedoening voor het in een vlaag van waanzin vermoorden van zijn vrouw en kinderen). Het te lijf gaan en doden van de Hydra van Lerna, een negenkoppige waterslang, was het tweede van deze twaalf werken.(4)
Uit de geraadpleegde bronnen kan worden afgeleid dat de Heracles-figuur van “Heracles met hydra I” naar Nic Jonk verwijst en de Hydra-figuur naar de uitdagingen die hij moest aangaan. De Heracles-figuur van “Heracles met hydra II” verwijst naar het verzet in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog; de Hydra-figuur verwijst naar de Duitse bezetter en haar handlangers in Nederland.
In de overzichtslijst van werken van Nic Jonk, opgesteld in oktober 1960, is geen melding gemaakt van een beeld met de naam “Heracles met hydra”. De nummering van oeuvrenamen met Romeinse cijfers (I, II) doet veronderstellen dat “Heracles met hydra I” het eerst ontworpen beeld van de twee beelden is. Het is KIJKEN NAAR BEELDEN niet gelukt te achterhalen of Nic Jonk in december 1960, bij de presentatie van het schetsontwerp van “Heracles met hydra II” reeds was begonnen met het ontwerpen van “Heracles met hydra I”.

(1) Traditie en experiment – tien Nederlandse beeldhouwers (Venlo, 1982, p.128-131), https://www.catawiki.com.
(2) https://www.vanderkrogt.net.
(3) https://www.catawiki.com.
(4) https://www.oudehistoriek.nl.

  NIC JONK

DE ONJUISTE BENAMING “ESPERANTOMONUMENT”

In tal van publicaties, waaronder de website van de gemeente Utrecht over kunst, in eigendom van de gemeente Utrecht, in de openbare ruimte, is het Utrechtse exemplaar van “Heracles met hydra II” aangeduid met de namen “Heracles met Hydra” en “Esperantomonument”.
KIJKEN NAAR BEELDEN heeft niet kunnen achterhalen waarom het Utrechtse exemplaar van “Heracles met hydra II” is aangeduid met de naam “Esperantomonument”. In het hoofdstuk over Nic Jonk in Traditie en experiment – tien Nederlandse beeldhouwers (Venlo, 1982) is geen melding gemaakt van een Esperantomonument dat Nic Jonk zou hebben ontworpen.(1) In de documenten over “Heracles met hydra II” die bewaard worden in Het Utrechts Archief, komt de benaming “Esperantomonument” niet voor en blijkt uit geen enkel document dat Nic Jonk opdracht had gekregen een “Esperantomonument” te ontwerpen. In de berichtgeving in het Utrechtsch Nieuwsblad in de jaren 1962-1965 over “Heracles met hydra II” is een Esperantomonument niet ter sprake gekomen. In het artikel in de editie van 26 augustus 1966 van het Utrechtsch Nieuwsblad over de plaatsing van “Heracles met hydra II” is het beeld aangeduid met de naam “Heracles met Hydra” en is over een Esperantomonument niets meegedeeld.

Op 3 september 1966, een week na de plaatsing van “Heracles met hydra II”, is aan de driesprong Brailledreef/Zamenhofdreef in de nieuwe Utrechtse wijk Overvecht een Esperantomonument onthuld als eerbetoon aan Ludwik Lejzer Zamenhof (Białystok, 15 december 1859 – Warschau, 14 april 1917), de grondlegger van het Esperanto, een internationale taal.(2) Dit monument, ontworpen in opdracht van het Utrechts Esperanto Komité, bestaat uit een sokkel, ontworpen door Antonio Salvatore, gemeentearchitect van Utrecht, met als schuin vlak de groene vijfpuntige Esperantoster met daarop een ronde plaquette, ontworpen door Frits Sieger, met het portret van Ludwik Zamenhof.(3)
Het Esperantomonument was bekostigd door het Utrechts Esperanto Komité en uit giften. Op 18 april 1962 werd bericht dat het Utrechts Esperanto Komité enkele honderden guldens aan giften en toezeggingen had ontvangen. Het Komité had nog niet besloten welke vorm het monument zou krijgen. De gedachten gingen uit naar een gedenktegel of een bank.(4)
Op 14 september 1962 werd bericht dat het ontwerp van het Esperantomonument tentoon was gesteld tijdens de Esperantotentoonstelling in het Julikagebouw aan de Hooft Graaflandstraat in Utrecht. Het bericht ging vergezeld van een foto van het ontwerp: een model van een sokkel met op schuin vlak een vijfpuntige ster met op de ster ruimte voor een plaquette.(5)
Op 22 juli 1964 werd bericht dat het benodigde geld nagenoeg binnen was.(6)
Om 11.00 uur op 3 september 1966 heeft jhr. Constant Johan Adriaan (Coen) de Ranitz, burgemeester van Utrecht, het Esperantomonument onthuld. In zijn toespraak sprak de burgemeester, die niet overtuigd was van het nut van Esperanto, zijn waardering uit voor het initiatief van Ludwik Zamenhof een internationale taal te ontwikkelen en sprak hij de hoop uit dat veel gezinnen in de nieuwbouwwijk zich zouden beijveren het Esperanto te leren. Kinderen van de Pestalozzischool in Overvecht brachten een Esperantolied ten gehore. Na de onthulling droeg het Utrechts Esperanto Komité het Esperantomonument over aan de gemeente Utrecht. ’s Middags hield het Utrechts Esperanto Komité een receptie in het NV Huis aan de Oudegracht in Utrecht.(7)
Uit de geraadpleegde berichtgeving over het Esperantomonument in Overvecht blijkt niet dat Nic Jonk iets ermee van doen heeft gehad.
Volgens Wikipedia zijn er in Nederland zes Esperantomonumenten opgericht, te weten in Bergen op Zoom, Den Burg, Leeuwarden, Utrecht (het Esperantomonument aan de Brailledreef/Zamenhofdreef), Vlieland en Zwolle. In deze opsomming van Esperantomonumenten is niets geschreven over een door Nic Jonk ontworpen Esperantomonument dat geplaatst is in Utrecht bij de vijver aan de Columbuslaan.(8)
Uit het bericht van 5 september 1966 over de onthulling op 3 september 1966 blijkt dat het Esperantomonument in Utrecht eigendom is van de gemeente Utrecht en derhalve deel uitmaakt van de kunstwerken van de gemeente Utrecht die in de openbare ruimte van de gemeente Utrecht zijn geplaatst. Op de website over kunst, in eigendom van de gemeente Utrecht, in de openbare ruimte, is over dit monument geen pagina aangemaakt.

Op 1 januari 2026 heeft KIJKEN NAAR BEELDEN haar bevindingen omtrent de toevoeging van de naam “Esperantomonument” kenbaar gemaakt aan de beheerders van de website van de gemeente Utrecht over kunst in de openbare ruimte van de gemeente Utrecht en gevraagd waarom aan “Heracles met hydra II” op hun website de naam “Esperantomonument” is toegevoegd. Na onderzoek hebben de beheerders de benaming “Esperantomonument” verwijderd van hun webpagina over “Heracles met hydra II”. De URL van de webpagina werd aangepast.(9) Deze benaming bleek onjuist te zijn.

(1) Traditie en experiment – tien Nederlandse beeldhouwers (Venlo, 1982, p.113-131).
(2) Utrechtsch Nieuwsblad, 5 september 1966 (Het Utrechts Archief).
(3) https://nl.wikipedia.org/wiki/Esperantomonumenten_in_Nederland. Bijgaande foto: Brbbl, CC BY-SL 3.0 via Wikimedia Commons. Een tweede exemplaar van de plaquette maakt deel uit van een in 1966 voor dr. Zamenhof opgericht monument in Zwolle, waar ook een Esperantomonument staat, ontworpen door J. Maagdendans en onthuld in 1974 (https://www.rtvfocuszwolle.nl, https://www.petervantriet.nl).
(4) Utrechtsch Nieuwsblad, 18 april 1962 (Het Utrechts Archief).
(5) Utrechtsch Nieuwsblad, 14 september 1962 (Het Utrechts Archief).
(6) Utrechtsch Nieuwsblad, 22 juli 1964 (Het Utrechts Archief).
(7) Utrechtsch Nieuwsblad, 5 september 1966 (Het Utrechts Archief).
(8) https://nl.wikipedia.org/wiki/Esperantomonumenten_in_Nederland.
(9) De oude URL: https://www.kunstinopenbareruimte-utrecht.nl/kunstwerken/heracles-met-hydra-esperantomonument.
De aangepaste URL: https://www.kunstinopenbareruimte-utrecht.nl/kunstwerken/heracles-met-hydra.