Officiële naam: “Meneer Jacques”
Beeldhouwer: Oswald Wenckebach
Materiaal: brons
Coolsingel, Rotterdam, ter hoogte van nr. 119 (sinds eind 1970-er jaren)
Onthuld op 19 mei 1959 in Rotterdam in een plantsoen op de hoek van de Coolsingel en de Binnenweg

__________

__________

8 november 1962: kranslegging bij “Monsieur Jacques” door de burgemeester van Rotterdam
naar aanleiding van het overlijden op 3 november 1962 van Oswald Wenckebach

“Monsieur Jacques” in 1959-1960 (plantsoen hoek Coolsingel/Binnenweg)
“Monsieur Jacques” is de tweede gieting van “Meneer Jacques”. “Meneer Jacques”, ontworpen in 1956, is een vergrote uitvoering van “Jacques als tentoonstellingsbezoeker”, een van de acht “Jacques”-beeldjes die Oswald Wenckebach tussen 1954 en 1956 had ontworpen.
De eerste gieting van “Meneer Jacques” werd in 1957 in langdurige bruikleen gegeven aan het Kröller Müller Museum in Otterlo. In 1958 was “Meneer Jacques” een van de Nederlandse inzendingen voor de Wereldtentoonstelling “Expo 58” die van 17 april tot 19 oktober 1958 in Brussel werd gehouden. Het beeld stond bij het Nederlandse paviljoen. Niet op een sokkel, maar in het gras. Dit trok veel bekijks, niet alleen van bezoekers maar ook van pers en media. “Meneer Jacques” werd aangeduid met de Franstalige naam “Monsieur Jacques”; een gevolg van het feit dat Expo 58 in het Franstalige deel van Brussel werd gehouden. In de jaren erna bleef men de naam “Monsieur Jacques” bezigen.
Op 2 maart 1959 werd bekend dat er van “Monsieur Jacques” drie kopieën zouden worden vervaardigd en dat het gemeentebestuur van Rotterdam in overleg was met Wenckebach over de aankoop van één van deze exemplaren. Het gemeentebestuur was voornemens het beeld voor de Rotterdamse Bank aan de Coolsingel in een plantsoentje te plaatsen, op een 50 centimeter hoge sokkel, met het gezicht naar de Coolsingel. De onthulling zou plaatsvinden op 18 mei 1959 (18 mei: jaarlijkse Rotterdamse Opbouwdag).(1) De kosten van vervaardiging waren begroot op f 16.500,-. De aankoop zou worden bekostigd uit een fonds, bestaande uit drie in de oorlogsjaren 1940-1945 ontvangen subsidies van het Rijk voor het verstrekken van opdrachten aan Nederlandse beeldend kunstenaars in het kader van de wederopbouw van Rotterdam. Op 13 april 1959 werd bekend dat het gemeentebestuur de gemeenteraad van Rotterdam had voorgesteld om in te stemmen met de aankoop. Stichting Herrijzend Rotterdam bestempelde het beeld als een bijzonder geslaagde, geestige sculptuur. Vooruitlopend op de plaatsing werd in de editie van 15 april 1959 van Het Rotterdamsch Parool een gepubliceerd, waarin een tijdens de Expo 58 genomen foto van “Monsieur Jacques” en een identiek geklede man op een foto van de toekomstige plek aan de Coolsingel was gemonteerd.
In de middag van de Rotterdamse Opbouwdag werd “Monsieur Jacques” onder grote publieke belangstelling (duizenden toeschouwers) onthuld door mr. Jannetje (Nancy) Zeelenberg, wethouder Kunstzaken. De onthullingshandeling bestond uit het neerhalen van het doek dat over het beeld was gehangen. In haar toespraak zei de wethouder dat “Monsieur Jacques” zich in Rotterdam thuis zou gaan voelen omdat veel Rotterdammers de naam Jacques hebben en dat zij allen, net als de wethouder, die zich voor deze gelegenheid Jacquelientje noemde, van hem zouden gaan houden.
Naar aanleiding van het overlijden op 3 december 1959 van Wenckebach legde Gerard Ewout van Walsum, burgemeester van Rotterdam, namens het gemeentebestuur van Rotterdam een krans bij “Monsieur Jacques”. Daarbij waren twee dochters en een zoon van Wenckebach aanwezig en enkele Rotterdamse wethouders.
Het plantsoen waarin “Monsieur Jacques” in mei 1959 was geplaatst, lag aan de hoek van de Coolsingel en de Binnenweg. In de 1970-er jaren is dit gebied heringericht. “Monsieur Jacques” staat nu op een trottoir langs de Coolsingel. De Binnenweg is niet meer.
Noot
(1) Het Vrije Volk, 2 maart 1959. De datum 18 mei die in het artikel is vermeld, is niet juist. In 1959 vond de Rotterdamse Opbouwdag op 19 mei plaats.
Bronnen:
– Oswald Wenckebach (Den Haag, 2011, p. 56-61 en 89-92)
– Het Rotterdamsch Parool, 13 april 1959, 15 april 1959 en 20 mei 1959
– Het Vrije Volk, 2 maart 1959, 13 april 1959 en 20 mei 1959
– Stadsarchief Rotterdam