Aphrodite troost Eros

Beeldhouwer: Willem Berkhemer
Materiaal: marmer
Beeldenpark De Havixhorst, Schiphorsterweg 34-36, De Schiphorst
Vervaardigd in 1981



“Aphrodite troost Eros” is geïnspireerd door het gedicht “Dwingelo” van de dichter Gerrit Achterberg, (Nederlangbroek, 20 mei 1905 – Leusden, 17 januari 1962). Het gedicht heeft het heelal als onderwerp. Volgens Berkhemer is het heelal het leefgebied van de vrouw. In “Aphrodite troost Eros” heeft hij de vrouw uitgebeeld als de Griekse godin Aphrodite, die haar zoon Eros troost.(1)
Willem Berkhemer was een bewonderaar van Gerrit Achterberg. Hij heeft een beeld van hem vervaardigd. Het bronzen oermodel is in Noordwijk-Binnen geplaatst. Op 24 april 1996 is de uitvoering in graniet in Wageningen geplaatst, de geboorteplaats van Cathrien van Baak, de echtgenote van Gerrit Achterberg.

Noot
(1)
beeldenparkdehavixhorst.nl

WILLEM BERKHEMER
Beeldenpark De Havixhorst

Aphrodite (Griekse mythologie): godin van de liefde, schoonheid, seksualiteit en vruchtbaarheid.
Eros(Griekse mythologie): god van liefde en verlangen naar schoonheid. Hij was de zoon van Aphrodite en Ares, de god van de oorlog.
Gerrit Achterberg (Nederlangbroek, 20 mei 1905 – Leusden, 17 januari 1962): dichter.
Het gedicht “Dwingelo” dateert van voor 1956. De volledige tekst ervan luidt als volgt:

In het nooit, dat nog komt, zie ik u weer. 
Blauwe absentie houdt het weten wakker
en doet october tot een lens verstrakken. 
De dagen hebben haast geen wolken meer
.  

Cassiopeia en de grote beer 
laten bij nacht hun witte tekens knakken 
om op het onbestaande in te hakken. 
’t Zevengesternte gaat zachtjes te keer.
   

Afwachten is ’t consigne; luisteren.
In Dwingelo hoor je het fluisteren 
der leegte in de radiotelescoop.
   

Daar lopen ook uw trillingen te hoop. 
Verschijnen grafisch op een stuk papier. 
Misschien niet ongelijk aan deze hier.

Berkhemer heeft zich laten inspireren door de derde en vierde strofe.(1)

Noot
(1) Het geheim achter de beelden van Willem Berkhemer (Wilma Nijenhuis-ten Arve, Land van Lochem 2008, nr. 2, p.21)