Naamvarianten: “Het Hoen”, De Hoenkoopse kip”
Beeldhouwer: Ineke van Dijk
Materiaal: brons
Rotonde N228 thv de Zwier Regelinkstraat, Oudewater (sinds 2008)
Onthuld op 17 juni 1970 bij garage Van Schaik, Goudsestraatweg/Zwier Regelinkstraat, Oudewater, op de vroegere gemeentegrens tussen Oudewater en Hoenkoop
“Het hoen van Hoenkoop” maakt deel uit van de fietsroute Gemeentegrens-monumenten

__________

__________

__________

.
OPHEFFING GEMEENTE HOENKOOP


Op 1 september 1970 werd de gemeente Hoenkoop opgeheven en toegevoegd aan de gemeente Oudewater.
Hoenkoop had van 1812 tot en met 1818 deel uitgemaakt van de gemeente Polsbroek. In 1818/1819 werd Hoenkoop een zelfstandige gemeente.(1)
Hoenkoop had voor haar inwoners een gunstig belastingklimaat, de inwoners hoefden vrijwel geen gemeentelijke belastingen te betalen. Voor de openbare voorzieningen (huisarts, scholen) gingen de inwoners van Hoenkoop naar Oudewater.(2)
(1) https://nl.wikipedia.org/wiki/Hoenkoop
(2) https://twitter.com/AdvandenHerik: “Hoen: schijt aan Oudewater” in: Algemeen Dagblad, 11 februari 2022
11 juni 1964: voorstel wijziging provinciegrens Utrecht/Zuid-Holland, gevolgen voor Hoenkoop
Op 11 juni 1964 werd bekend dat Gedeputeerde Staten van de provincies Utrecht en Zuid-Holland een wijziging wilden aanbrengen in de grens tussen beide provincies. Als gevolg hiervan zou Oudewater deel gaan uitmaken van de provincie Utrecht. De grenswijziging zou gevolgen hebben voor de gemeenten Haastrecht, Hoenkoop, Papekop, Snelrewaard en Willeskop. Gedeputeerde Staten Utrecht achtte het raadzaam dat de gehele gemeente Hoenkoop zou worden toegevoegd aan Oudewater.(1) Ten tijde van het bekend worden van de herindelingsplannen telde Hoenkoop 762 inwoners.(2)
Op 1 februari 1965 werd bekend dat Provinciale Staten van Zuid-Holland akkoord ging met het merendeel van de plannen voor de wijziging van de grens tussen de provincies Utrecht en Zuid-Holland, waaronder de plannen om de gemeente Hoenkoop en delen van Driebruggen en Haastrecht toe te voegen aan Oudewater. Hierdoor zou Oudewater zich in economisch opzicht goed kunnen gaan ontwikkelen. Provinciale Staten Utrecht was er voorstander van om ook delen van Snelrewaard en Willeskop toe te voegen aan Oudewater.(3)
Op 12 mei 1965 werden in een vergadering van Provinciale Staten van Utrecht de plannen aangaande wijziging van de grens tussen de provincies Utrecht en Zuid-Holland besproken en de gevolgen voor onder andere de gemeente Hoenkoop.(4)
Op 1 september 1966 hield de Interprovinciale commissie grenswijziging Zuid-Holland-Utrecht in het gebouw voor kunsten en wetenschappen in Utrecht een openbare vergadering over de grenswijziging. De gemeenteraden van een groot aantal gemeenten, waaronder Hoenkoop, waren uitgenodigd hun gevoelens aangaande de grenswijziging toe te lichten. P. Boere (loco-burgemeester van Hoenkoop) en J.L.A. van Miltenburg (wethouder van Hoenkoop) uitten felle kritiek op het voorstel. De bevolking van Hoenkoop bestond voor 40 procent uit veehouders die eigenaar waren van 90 procent van de grond in Hoenkoop. Bij opgaan in Oudewater zoude de veehouders 5 procent gaan vormen van het aantal inwoners van Oudewater, te weinig voor een raadszetel. Dit zou betekenen dat de veehouders geen invloed meer zouden hebben in Oudewater.(5)
(1) Het Vrije Volk, 11 juni 1964
(2) Algemeen Dagblad, 12 juni 1964
(3) Gereformeerd gezinsblad, 1 februari 1965
(4) Het Vrije Volk, 3 mei 1965
(5) Het Vrije Volk, 24 augustus 1966 en 2 september 1966
28 april 1970: bekrachtiging wetsontwerp
Op 5 oktober 1968 werd bekend dat het ministerie van Binnenlandse Zaken bij de Tweede Kamer een wetsontwerp had ingediend waarin onder andere de wijziging van de provinciegrens tussen Zuid-Holland en Utrecht was geregeld en het opgaan van de gemeente Hoenkoop in Oudewater.(1)
Op 11 maart 1970 werd in de Tweede Kamer een wetsontwerp goedgekeurd waarin was geregeld dat Oudewater deel zou gaan uitmaken van de provincie Utrecht en zou worden uitgebreid met Hoenkoop en delen van Driebruggen en Haastrecht. In de Kamervergadering op 6 maart 1970 voerde Hendrik Karel Jan (Henk) Beernink, minister van Binnenlandse Zaken, aan dat Oudewater nieuwe kansen moest krijgen om woningen te bouwen en industrieën aan te trekken. Ten aanzien van het voornemen om Oudewater uit te breiden met Hoenkoop werd de suggestie gedaan het plattelandsgedeelte van Hoenkoop toe te voegen aan Benschop en Polsbroek. Ir. Leopold Michiel (Pol) de Beer (VVD) merkte op dat Hoenkoop op Oudewater was aangewezen, al was het maar omdat er in Hoenkoop ondanks de overwegend katholieke bevolking geen café was. De fracties van D66 en de SGP stemden tegen het wetsontwerp, de groep-Aarden stemde tegen uitbreiding van Oudewater met Hoenkoop.(2)
Op 28 april 1970 ging de Eerste Kamer akkoord met het wetsontwerp.(3)
(1) Algemeen Dagblad, 5 oktober 1968
(2) De Telegraaf, 6 maart 1970, Het Parool, 6 maart 1970, Trouw, 12 maart 1970
(3) Het Vrije Volk, 29 april 1970
1 september 1970: opheffing gemeente Hoenkoop
Op 1 september 1970 werd Hoenkoop als zelfstandige gemeente opgeheven en toegevoegd aan Oudewater. Aan Oudewater werden ook delen van de gemeenten Driebruggen en Haastrecht toegevoegd.(1)
(1) Het Vrije Volk, 1 september 1970
TOTSTANDKOMING VAN “HET HOEN VAN HOENKOOP”
1968: een beeld van een kip ter verfraaiing van een nieuwbouwwijk
De ontstaansgeschiedenis van “Het hoen van Hoenkoop” begint in 1968. In dat jaar ontstond het idee om ter gelegenheid van de voltooiing van het uitbreidingsplan “Goudse Straatweg” een uit beton vervaardigd beeld van een kip te plaatsen.(1) Zoekend naar een beeldhouwer, nam het gemeentebestuur van Hoenkoop contact op met de voorzitter van de Bond van Jonge Kunstenaars in Zuid-Holland.
Na overleg met de Stichting Stichtse Culturele Raad besloot het gemeentebestuur van Hoenkoop op 25 februari 1969 de gemeenteraad te vragen in te stemmen met een krediet van f 4.000,- voor het ontwerpen en vervaardigen van het beeld van een hoen. Op 16 april 1969 werd het voorstel ingediend bij de gemeenteraad van Hoenkoop. Op 25 april 1969 ging de gemeenteraad ermee akkoord.
(1) Voor deze reportage is de map O019-1450 van het archief van de gemeente Hoenkoop geraadpleegd. Dit archief is in bewaring bij het RHC Rijnstreek en Lopikerwaard. Map O019-1450 heeft als titel: “Stukken betreffende plaatsing van een beeldhouwwerk in brons – een hoen – op de hoek Zwier Regelinkstraat – Goudse straatweg, 1968-1970”. In de stukken in deze map is “Het hoen van Hoenkoop” beschreven als een beeld ter verfraaiing van een nieuw gebouwde wijk en niet als een beeld dat een uiting is van protest tegen de opheffing van de gemeente Hoenkoop.
7 juli 1969: de plek van “Het hoen van Hoenkoop”

Op 7 juli 1969 vroeg het gemeentebestuur van Hoenkoop Gedeputeerde Staten van Utrecht toestemming om een beeld van een dierenfiguur, staande op een sokkel, te plaatsen op een stukje grond aan de Provincialeweg dat eigendom was van de provincie Utrecht. De brief ging vergezeld van een plattegrond waarop met een rood vierkant de gewenste plek was gemarkeerd: op de hoek van de Provincialeweg en de Zwier Regelinkstraat, nabij Garage Van Schaik (tegenwoordig: Schaik auto’s). Deze plek lag op de gemeentegrens van Hoenkoop en Oudewater. Op 7 november 1969 gaven Gedeputeerde Staten onder voorwaarden toestemming. Zo mochten provinciale eigendommen geen schade ondervinden van de werkzaamheden rond de plaatsing van het beeld. De onderhoudskosten moesten door de gemeente Hoenkoop voor rekening worden genomen en mocht het ooit noodzakelijk zijn het beeld te verplaatsen, vielen de kosten van verplaatsing ook voor rekening van de gemeente Hoenkoop.
13 augustus 1969: de opdracht aan Ineke van Dijk
Hangende het besluit van Gedeputeerde Staten gaf het gemeentebestuur van Hoenkoop op 13 augustus 1969 opdracht aan Ineke van Dijk een ontwerp te maken van het beeld van een hoen, dat uiteindelijk in brons zou worden uitgevoerd. Op 13 oktober 1969 keurde het gemeentebestuur van Hoenkoop het ontwerp dat Ineke van Dijk had ingediend, af. Op 22 oktober 1969 gaf Ineke van Dijk te kennen een nieuw ontwerp te zullen maken. Dit ontwerp werd goedgekeurd.
Op 4 december 1969 gaf het gemeentebestuur van Hoenkoop opdracht aan Ineke van Dijk om het goedgekeurde ontwerp in het groot uit te voeren. De opdracht luidde een 90 centimeter hoog beeld van een hoen te ontwerpen, staande op een plaat, voor een prijs van f 3.500,-. Voorafgaand aan de bronsgieting zou het kleimodel dat aan het beeld ten grondslag zou liggen, beoordeeld worden door het gemeentebestuur.
Voor “Het hoen van Hoenkoop” werd een bakstenen sokkel gebouwd. Hiertoe was een aparte opdracht gegeven. Uit de geraadpleegde stukken blijkt niet wie de sokkel van “Het hoen van Hoenkoop” heeft ontworpen en gebouwd. Op de sokkel werd een gele, getinneerde band bakstenen aangebracht, een verwijzing naar het gemeentewapen van Hoenkoop. Op de voorzijde van de sokkel werd een bord aangebracht met de vermelding HOENKOOP 1970, een verwijzing naar het jaar waarin de gemeente Hoenkoop als zelfstandige gemeente was opgeheven.(1)
(1) Op het later op de zijkant aangebrachte bordje van de gemeente Oudewater is “Het hoen van Hoenkoop” niet aangeduid met de naam “Het hoen van Hoenkoop” maar met de naam “Het Hoen”.
17 juni 1970: onthulling
Op 12 juni 1970 stuurde het gemeentebestuur van Hoenkoop uitnodigingen aan de gemeenteraad van Hoenkoop, Ineke van Dijk en andere belanghebbenden om op 17 juni 1970, 19.30 uur, de onthulling van het beeld bij te wonen.(1)
“Het hoen van Hoenkoop” was geplaatst op de in juli 1969 geplande plek bij Garage Van Schaik, op de gemeentegrens tussen Hoenkoop en Oudewater. Als teken van protest tegen de gemeentelijke herindeling was het achterste van het beeld gericht op Oudewater (“schijt aan Oudewater”). Men was voorbijgegaan aan de opvatting van onder andere Ineke van Dijk dat de sokkel een kwart slag moest worden gedraaid zodat het beeld niet met het achterste op Oudewater gericht zou zijn.(2)
Ter herinnering aan Hoenkoop gaf het gemeentebestuur van Hoenkoop in 1970 het boek Hoenkoop in verleden en heden uit. Hierin was geschreven dat “Het hoen van Hoenkoop” niet alleen een teken van verzet was maar ook een blijk van het beleid van de gemeente Hoenkoop aangaande beeldende kunst. Met “Het hoen van Hoenkoop” wilde de gemeente laten zien dat zij niet alleen oude kunstwerken had bewaard maar ook had gezorgd voor plaatsing van nieuwe kunstwerken die het oog verrijken en op die manier een nuttige functie hebben in de leefgemeenschap van Hoenkoop.(3) De Goudsche Courant wist te melden dat “Het hoen van Hoenkoop” was het eerste en enige kunstwerk dat de gemeente Hoenkoop had geplaatst.(4)
(1) Volgens Ineke van Dijk waren er bij de onthulling van “Het hoen van Hoenkoop” geen inwoners uit Oudewater aanwezig (https://twitter.com/AdvandenHerik: “Hoen: schijt aan Oudewater” in: Algemeen Dagblad, 11 februari 2022).
(2) Goudsche Courant, 18 juni 1970.
(3) Hoenkoop in verleden en heden (J.G.M. Boon, met medewerking van H.W. Luten, Hoenkoop, 1970, p.121).
(4) Goudsche Courant, 18 juni 1970.
november 2008: verplaatsing
In 2008 moest wegens herinrichtingswerkzaamheden een nieuwe plek worden gevonden voor “Het hoen van Hoenkoop”. Dankzij de inspanningen van de kunstcommissie van de gemeente Oudewater werd het beeld op de nieuw aangelegde rotonde ter hoogte van de Zwier Regelinkstraat geplaatst, dichtbij de oorspronkelijke plek. Het achterste van het beeld bleef gericht op Oudewater, een verzoek in 2017 van burgemeester Verhoeve van Oudewater ten spijt om dit te veranderen.(1)
(1) Buurtvereniging Pinkeltje: Het Hoen van Hoenkoop, StreekArchief Midden-Holland.