Naamvariant: “De Overwinning en de Snelheid”
Bijnaam: “Adam en Eva”
Beeldhouwer: Corinne Franzén-Heslenfeld
Materiaal: brons (Kunstgieterij NV Eerste Nederlandsche Witmetaalfabriek, Leiden)
Hoofdingang van het Zuiderpark, Veluweplein, Den Haag
Plaatsing “Man”: 5 mei 1941; plaatsing “Vrouw”: 31 oktober 1941

hoofdingang Zuiderpark, Veluweplein, Den Haag
links: “Man”, rechts: “Vrouw”
![]() | ![]() |
links: pyloon met “Man” en Gedenkplaat mr. P. Droogleever Fortuijn (Corinne Franzén-Heslenfeld)
rechts: pyloon met “Vrouw” en plaquette S.G.A. Doorenbos (Willem Verbon)
![]() | ![]() |
links: “Man”; rechts: “Vrouw”
HET ONTWERP
In 1937 ontwierp de Haagse stadsarchitect Antoon Pet (Purmerend, 28 april 1885 – Den Haag, 27 september 1954) de hoofdingang aan het Veluweplein in Den Haag van het Zuiderpark. In november 1937 werd begonnen met de bouw van de hoofdingang.
In de editie van 29 juli 1939 van de Haagsche Courant werd bericht dat het gemeentebestuur van Den Haag doende was een plan te maken om de hoofdingang groots en monumentaal te maken. Een van de onderdelen van het plan was de bouw aan weerszijden van de toegangsweg van zes meter hoge pylonen waarop bronzen beelden zouden worden geplaatst, ontworpen door Corinne Franzén-Heslenfeld, te weten het beeld van een man met een fakkel, symbool is van de overwinning, en het beeld van een vrouw met een vogel, symbool van de beweging en de snelheid. Anders gezegd: bronzen beelden die met sport van doen hadden. De beelden zouden ongeveer drie meter hoog worden.
Volgens de editie van 25 februari 1941 van het Leidsch Dagblad had Corinne Franzén-Heslenfeld in 1937 opdracht gekregen de beelden te ontwerpen. Bij het verschijnen van de editie van 29 juli 1939 van de Haagsche Courant waren de ontwerpen klaar en zou zij beelden op éénderde van de ware grootte gaan boetseren. Het gehele proces van uitvoering zou ongeveer 15 maanden vergen. De verwachting was dan ook dat de beelden in de loop van 1940 geplaatst zouden kunnen worden.
Het artikel in de Haagsche Courant ging vergezeld van een schets van de rechterzijde van de hoofdingang van het Zuiderpark. Deze schets toonde onder andere de pyloon, met op de top het beeld “Vrouw”.
KRITIEK OP DE BEELDEN
In een artikel in de editie van 2 augustus 1939 van De Maasbode werd forse kritiek geuit op de beelden. Het grote publiek zou de symboliek ervan (overwinning en snelheid) te weinig begrijpen. Een ander punt van kritiek was dat het beelden waren van naakte mensen. Volgens De Maasbode moesten dergelijke beelden niet langs de openbare weg staan en zeker niet bij de ingang van het Zuiderpark in het zicht van veel jeugdigen. De schrijver van het artikel, die de beelden die Corinne Franzén-Heslenfeld had ontworpen als “quasi-klassiek” bestempelde, had liever gezien dat er realistische beelden van bijvoorbeeld een voetballer en een tennis spelend meisje zouden worden geplaatst.
DE UITVOERING IN HET GROOT
In de editie van 27 juni 1940 van het Algemeen Handelsblad was een foto gepubliceerd van Corinne Franzén-Heslenfeld, werkend aan de de grote kleimodellen van de beelden. Met de bezetting van Nederland door de Duitsers in het achterhoofd, was in het bijschrift geschreven dat de werkzaamheden ten behoeve van de verfraaiing van Den Haag gewoon doorgingen.
In onder andere het Algemeen Handelsblad werd in februari 1941 aandacht besteed aan de tentoonstelling “Bloemen en beelden” in het Zuiderpark, die op 9 april 1941 zou worden geopend. Of dan ook al een van de twee beelden zou zijn geplaatst waaraan Corinne Franzén-Heslenfeld werkte, was nog niet zeker. Op 25 februari 1941 berichtte het Leidsch Dagblad dat in de kunstgieterij van de NV Eerste Nederlandsche Witmetaalfabriek in Leiden een begin was gemaakt met het gieten van de romp van “Man”, in aanwezigheid van Corinne Franzén-Heslenfeld. De gieting werd ook bijgewoond door onder andere de burgemeester van Leiden en de voorzitter van de Haagsche Kunstkring. In het bericht in het Leidsch Dagblad was gemeld dat het kleimodel te lijden had gehad onder de strenge vorst in de winter van 1940-1941 en dat het gieten was verlaat door de slechte verkrijgbaarheid van het brons. De kunstwebsite van de gemeente Den Haag meldt dat de kleimassa regelmatig instortte.
In de editie van 26 februari 1941 van Het Vaderland werd het vervaardigingsproces uitvoerig besproken: 1939: boetseren van kleimodellen op éénderde van de ware grootte, het maken van gipsmodellen van deze kleimodellen en vervolgens het naboetseren in klei op ware grootte van deze gipsmodellen. Inmiddels was de winter aangebroken. De kolenvoorziening was gebrekkig. Het was dan ook moeilijk om de temperatuur in het atelier goed te houden, zodat de klei af en toe te zacht was of bevroor. Van de grote kleibeelden werden gipsbeelden gemaakt ten behoeve van de bronsgieting. Deze gipsdelen gingen in delen naar de gieterij in Leiden. Ook het gietproces werd in Het Vaderland uitvoerig en tot in detail beschreven.
Ook in andere kranten, waaronder De Telegraaf en het Algemeen Dagblad, werd aandacht besteed aan de bronsgieting. In deze kranten waren foto’s ervan te zien. In deze kranten werd het jaar 1939 genoemd als jaar waarin Corinne Franzén-Heslenfeld de opdracht kreeg. Waarschijnlijk is hiermee de opdracht voor de grote uitvoering in brons mee bedoeld.
De hoop was dat “Man” in april 1941 voltooid en geplaatst zou zijn en “Vrouw” in juli 1941.
DE PLAATSING
Op 14 maart 1941 berichtte onder andere het Algemeen Handelsblad dat het vrijwel zeker was dat in april 1941 een van de twee beelden die Corinne Franzén-Heslenfeld had ontworpen, geplaatst zou worden. Welk van de twee beelden zou worden geplaatst, was niet genoemd. In de editie van 5 mei 1941 van Vooruit werd verslag gedaan van de plaatsing van “Man”. Het grote kleimodel van “Vrouw” moest nog in gips worden gegoten.
Op 30 oktober 1941 is “Vrouw” geplaatst.
ZEGEVIERENDE LEVENSVREUGDE
In het boekje 4 seizoenen in het Zuiderpark, uitgegeven in april 1941 door de gemeente Den Haag ter gelegenheid van de tentoonstelling “Bloemen en beelden” die van 9 april tot en met 2 juni 1941 in het Zuiderpark werd gehouden, was er aandacht voor “Man en vrouw”, die ten tijde van de uitgifte nog geplaatst moesten worden en voor de Gedenkplaat mr. P. Droogleever Fortuijn, eveneens ontworpen door Corinne Franzén-Heslenfeld en ook nog niet geplaatst. Het voorlaatste hoofdstuk van 4 seizoenen in het Zuiderpark eindigde met het antwoord van Corinne Franzén-Heslenfeld op de vraag wat de beeldengroep “Vrouw en Man” moest voorstellen: “ik heb er geen bijzondere symboliek in willen leggen. als ik er iets mee bedoelde, dan was het de uiting van zuivere, zegevierende levensvreugde”. De samensteller van 4 seizoenen in het Zuiderpark vond dit een symboliek die goed paste bij de ingang van het Zuiderpark.
Bronnen en verdere informatie:
– 4 seizoenen in het Zuiderpark (Den Haag, 1941)
– Algemeen Handelsblad, 27 juni 1940, 22 februari 1941, 26 februari 1941, 14 maart 1941, 31 oktober 1941
– De Maasbode, 2 augustus 1939
– De Nederlander, 27 februari 1941
– De Telegraaf, 26 februari 1941
– Haagsche Courant, 29 juli 1939
– Het Vaderland, 26 februari 1941
– Leidsch Dagblad, 25 februari 1941
– Vooruit, 5 mei 1941
– https://bkdh.nl/kunstwerken/vrouw-en-man-corinne-franzen-heslenfeld/



