Bijnamen: “Meisje met ijsje”, “Mien met de ijsco”
Beeldhouwer: Corinne Franzén-Heslenfeld
Materiaal: Franse kalksteen (vaurion)
Domplein, Utrecht
Onthuld op 4 mei 1949

__________

__________

__________

onthulling “Verzetsmonument 1940-1945” door ZKH Prins Bernhard, 4 mei 1949
foto: Het Utrechts Archief, ANP-foto

Corinne Franzén-Heslenfeld en Giuseppe Roverso, werkend in Den Haag aan “Verzetsmonument 1940-45”
foto: L.H. Hofland, Het Utrechts Archief, CC BY 4.0
HET EERSTE ONTWERP
De ontstaansgeschiedenis van “Verzetsmonument 1940-1945” gaat terug tot op zijn laatst enkele weken na de capitulatie van Duitsland op 5 mei 1945. In Utrecht werd toen een comité opgericht met als taak een permanent monument te plaatsen ter herinnering aan inwoners van Utrecht die door hun verzet tegen de Duitse bezetter en haar handlangers om het leven waren gekomen. Vijf beeldhouwers, waaronder Corinne Franzén-Heslenfeld, dienden ontwerpen in. Corinne Franzén-Heslenfeld diende twee ontwerpen in.
Op 8 december 1945 meldde De Maasbode dat het Comité tot oprichting van een monument voor de Gevallenen in de oorlog van de stad Utrecht aan Corinne Franzén-Heslenfeld had opgedragen dit monument te ontwerpen. Op 21 maart 1946 werden in het Nieuw Utrechtsch Dagblad nadere details gepubliceerd. Het ontwerp dat Corinne Franzén-Heslenfeld had gemaakt toonde een hoog voetstuk met daarop een vrouwenfiguur, symbool van de bovenmenselijke, boven het dagelijks leven verheven waarde waarvoor de gestorven verzetsmensen streden. Aan weerszijden van het voetstuk was een reliëf met menselijke figuren geplaatst, die het verzet uitbeeldden en de offers die zij hadden gebracht. In het voetstuk waren vier dichtregels gebeiteld, geschreven door de dichters Johannes Aloysius Antonius (Jan) Engelman en Martinus Nijhoff.
Het monument zou worden uitgevoerd in vaurion (Franse kalksteen). De afmetingen (h x b x d): 9 x 14,5 x 8,5 meter; de vrouwenfiguur zou 4,8 meter hoog worden.
De verwachting van Corinne Franzén-Heslenfeld was dat de vervaardiging van het monument anderhalf jaar zou vergen. Bij het vervaardigen van het architectonisch deel van het monument zou zij hulp krijgen van Julius Maria Luthmann, architect. Volgens een aantal bronnen heeft ook Hendrik Wladimir Albrecht Ernst (Wladimir) de Vries geassisteerd bij de vervaardiging van het monument (De Vries zou haar ook assisteren bij de vervaardiging van het Oorlogsmonument dat op 15 november 1952 in Noordwijk zou worden onthuld).
De totale kosten van de vervaardiging van het monument waren begroot op f 90.000,-, waarvan reeds f 30.000,- bijeen was gebracht.
Het plan was om het monument op het Domplein te plaatsen, op een afstand van 4 meter van de Domkerk, op de plek waar een tijdelijk oorlogsmonument stond. Het voetstuk met de vrouwenfiguur zou exact tegenover de doorgang van de Domtoren komen te staan zodat men, als men vanuit de Servetstraat onder de Domtoren door zou lopen, het monument zou zien. In 1938/39 hadden sommigen op deze plek Willibrord te paard (Albert Termote) geplaatst willen zien. Dit stuitte op bezwaren bij de Rijks Monumenten Commissie en de Gemeentelijke Monumenten Commissie; zij vonden dit beeld te hoog. Prof. D.F. Slothouwer, onder wiens leiding de Domkerk van 1919 tot begin januari 1939 was gerestaureerd, was van mening dat deze plaatsing zijn idee om de Domkerk er als één geheel uit te laten zien, in ernstige mate zou aantasten. “Willibrord te paard” werd uiteindelijk geplaatst op het Janskerkhof in Utrecht. Tegen het plan om het verzetsmonument op deze plek te plaatsen, rezen geen bezwaren.
In de avond van 2 april 1946 was het ontwerp door middel van lichtprojectie op de wand van de Domkerk aan het Domplein te zien. Vanaf 10 april 1946 was een maquette van het monument gedurende twee weken tentoongesteld in het ontvangstgebouw van de Domtoren.
HET TWEEDE ONTWERP
Het eerste ontwerp van “Verzetsmonument 1940-1945” stuitte op een aantal bezwaren, ook van praktische aard. Naar aanleiding hiervan bracht Corinne Franzén-Heslenfeld veranderingen aan in haar ontwerp. Het tweede ontwerp toont een hoog voetstuk met een vrouwenfiguur, niet staand maar voortschrijdend. De linkerhand omklemt het onderste deel van een brandende fakkel, de levensvlam symboliserend. De rechterhand houdt de fakkel recht. De hoogte van het monument zou ongeveer 11 meter worden (de sokkel ongeveer 4 meter hoog, de vrouwenfiguur met fakkel ongeveer 6 meter). De dichtregels van Martinus Nijhoff en Jan Engelman waren gehandhaafd. De reliëfs waren niet meer in het ontwerp inbegrepen. Het voetstuk was ontworpen door ir. Hermanus Gerardus Jacob Schelling.
Op 13 mei 1947 werd bekend dat het tweede ontwerp van “Verzetsmonument 1940-1945” was aanvaard en dat het geplaatst zou worden op het Domplein, op een afstand van 2 meter van de Domkerk en zoals oorspronkelijk gedacht recht tegenover de doorgang van de Domtoren en voldoende verwijderd van Graaf Jan van Nassau (Johan Theodore Stracké), rechts op het Domplein nabij het Academiegebouw.
De verwachting was dat het monument begin 1949 gereed zou zijn.
DE UITVOERINGSWERKZAAMHEDEN
In januari 1948 brachten jhr. Constant Johan Adriaan (Coen) de Ranitz, burgemeester van Utrecht, en ir. George Willem van Heukelom, voorzitter van de Provinciale Commissie voor Oorlogs- en Gedenktekens een bezoek aan het ketelhuis van het Gemeentelijk Gasbedrijf in Den Haag aan de Trekvliet, waar de vrouwenfiguur werd vervaardigd. Vanaf april 1948 werd Corinne Franzén-Heslenfeld hierbij geassisteerd door Giuseppe (Gius) Roverso, die zich in 1960 in Nijmegen zou vestigen. Het voetstuk werd vervaardigd bij de firma Kreuzenkamp in Den Haag.
“Verzetsmonument 1940-1945” was niet het enige oorlogsmonument dat Corinne Franzén-Heslenfeld in de periode 1946-1949 vervaardigde. Voor Haaksbergen vervaardigde zij het reliëf “De moeder van het verzet”, dat op 26 november 1949 werd onthuld aan de muur van de bordestrappen van het gemeentehuis in Haaksbergen.
PLAATSING EN ONTHULLING
Op 12 april 1949 werd een begin gemaakt met de plaatsing van het voetstuk van “Verzetsmonument 1940-1945”. In de dagen na Pasen zouden de delen van de vrouwenfiguur worden geplaatst.
In de middag van 4 mei 1949 (4 mei: Nationale Dodenherdenking) is “Verzetsmonument 1940-1945” onder grote belangstelling onthuld door ZKH Prins Bernhard in diens hoedanigheid van oud-commandant van de Binnenlandse Strijdkrachten en het voormalig verzet. De onthullingshandeling bestond uit het laten zakken van een doek in de kleuren van de Nederlandse vlag die voor het gezicht van de vrouwenfiguur hing. De onthulling werd voorafgegaan door een plechtigheid in de Domkerk waarin toespraken werden gehouden door Joseph (Jo) van Gelder, waarnemend rabbijn in Utrecht, Sebastianus (Sebastiaan) van Nuenen, o.e.s.a., pater-provinciaal van de Augustijnen en verbonden aan de Augustinuskerk in Utrecht, mr. H.B.J. Waslander namens het hoofdbestuur van het Humanistisch Verbond en ds. W. Schouten, gereformeerd predikant in de Utrechtse wijk Zuilen.
De onthulling werd door tal van prominenten bijgewoond waaronder jhr. burgemeester De Ranitz en Marius Antoon Reinalda, commissaris van de Koningin in Utrecht. Corinne Franzén-Heslenfeld woonde de onthulling eveneens bij. Willem Anton Hendrik Cornelius (Pim) Boellaard, voorzitter van de Stichting Comité tot Oprichting van een monument voor de Gevallenen in het Verzet van de Stad Utrecht, de stichting die het in 1945 opgerichte comité had opgevolgd, sprak zijn dank uit voor haar liefde en energie bij het vervaardigen van het monument en haar gevoel voor de strijd van de verzetsmensen en het leed dat hen was overkomen. Zijn dank strekte zich ook uit tot ir. Schelling en Giuseppe Roverso.
Bij plaatsing stond het voetstuk op een wit-stenen, getrapt plateau. In latere jaren is dit vervangen door een zwart-stenen, getrapt plateau.
DE DICHTREGELS
De tekst van de dichtregels van Martinus Nijhoff en Jan Engelman luidt als volgt:
GEDENK UW DOODEN DIE DEN GOEDEN STRIJD.
GESTREDEN HEBBEN IN GERECHTIGHEID.
DRAAGT VOORT HUN VLAM, ZIJ ZIJN GEBLEVEN.
MAAR IN DIEN GLOED WORDT ONS NIEUW LEVEN
Volgens sommige bronnen zijn de dichtregels afkomstig van alleen Jan Engelman.
DE ROL VAN DE UTRECHTSE VROUW IN HET VERZET
Volgens de beschrijving van “Verzetsmonument 1940-1945” door onder andere het Nationaal Comité 4 en 5 mei is bij het ontwerp van het monument bewust voor een vrouwenfiguur gekozen “omdat de Utrechtse vrouw een groot aandeel in het verzet heeft gehad”. In andere bronnen wordt gesteld dat “Verzetsmonument 1940-1945” is gemaakt ter nagedachtenis aan de vrouwen die deelnamen aan het verzet in de Tweede Wereldoorlog.
Uit de bronnen die KIJKEN NAAR BEELDEN heeft geraadpleegd, blijkt dit alles niet. Volgens het artikel in De Maasbode van 8 december 1945 was het doel van het oprichtingscomité een monument op te richten voor de inwoners van Utrecht die in de oorlog om het leven waren gekomen. Volgens het artikel in het Nieuw Utrechts Dagblad van 21 maart 1946 was de vrouwenfiguur symbool van de bovenmenselijke, boven het dagelijks leven verheven waarde waarvoor de gestorven verzetsmensen streden. In deze artikelen is geen onderscheid gemaakt tussen mannen en vrouwen en is niet stilgestaan bij het aandeel van vrouwen in het verzet
In zijn toespraak bij de onthulling op 4 mei 1949 van “Verzetsmonument 1940-1945” zei Pim Boellaard, voorzitter van de Stichting Comité tot Oprichting van een monument voor de Gevallenen in het Verzet van de Stad Utrecht, dat de vrouwenfiguur ook doet denken aan het grote aandeel dat de Utrechtse vrouw in het verzet heeft gehad. Hij dankte Corinne Franzén-Heslenfeld voor haar gevoel voor de strijd van de verzetsmensen en het leed dat hen was overkomen. In het dankwoord is wat betreft de strijd van verzetsmensengeen onderscheid gemaakt tussen mannen en vrouwen.
Uit de geraadpleegde bronnen is niet naar voren gekomen hoe Corinne Franzén-Heslenfeld over dit alles dacht.
Terzijde: op 5 mei 1955 is in Utrecht op initiatief van de Utrechtse Werkcommissie 5-Mei viering Trijn van Leemput (Pieter d’Hont) onthuld. Dit standbeeld is een eerbetoon aan de vrouwen die door de eeuwen heen vaak naamloos deelnamen aan het verzet tegen onderdrukking. In die hoedanigheid geniet dit beeld in Utrecht geen bekendheid. Ieder jaar, aan het begin van het carnaval, hangt de CFU Leemput (CFU: Carnavals Federatie Utrecht) in de persoon van de stadsprins(es) van Utrecht Leemput een bloemenkrans om haar nek
VARIA
Sinds de oprichting van “Verzetsmonument 1940-1945” vindt bij dit monument ieder jaar op 4 mei de Nationale Dodenherdenking plaats voor Utrecht-stad.
Jarenlang vormde de blinde muur achter “Verzetsmonument 1940-1945”, gebouwd na de zomerstorm van 1647, toen het middenschip van de Domkerk vrijwel geheel werd weggevaagd, het decor van het monument. Tegenwoordig is aan deze muur een grote banner bevestigd, met een afbeelding van een impressie van het gotische interieur van de Domkerk. De impressie is gebaseerd op een tekening uit 1636 door Pieter Jansz. Saenredam (Assendelft, 9 juni 1597 – Haarlem, 31 mei 1665) en gemaakt door Jan de Rode (1952), beeldhouwer, installatiekunstenaar en schilder.
Bronnen:
– Algemeen Handelsblad, 23 maart 1946
– De Maasbode, 8 december 1945
– Het Binnenhof, 19 februari 1949
– Nieuw Utrechtsch Dagblad, 21 maart 1946, 13 mei 1947, 28 januari 1948, 24 februari 1949, 12 april 1949 en 4 mei 1949
– Twentsch Dagblad Tubantia, 1 februari 1949
– Utrechtsch Nieuwsblad, 13 mei 1947 en 4 mei 1949
– https://nl.wikipedia.org/wiki/Giuseppe_Roverso
– https://www.4en5mei.nl
– https://zoom.nl/foto/architectuur/1951455/verzetsmonument-bij-de-domkerk-in-utrecht