Johan van Oldenbarnevelt

Ontwerp: Charles van Wijk
Uitvoering: Arend Odé
Materiaal: brons (Compagnie des Bronzes Bruxelles, Brussel)
Voorzijde stadhuis, Coolsingel 40, Rotterdam, in de rechter nis

Onthuld op 9 december 1920


__________

__________

kleimodel “Johan van Oldenbarnevelt” (Charles van Wijk, 1910-1917)
foto: Museum Rotterdam, inv.nr. 2994


Op 13 mei 1909 stemde de gemeenteraad van Rotterdam in met het bouwen van een stadhuis aan de Coolsingel in Rotterdam, ter vervanging van het raadhuis aan de Kaasmarkt. De gemeenteraad aanvaardde die dag ook de schenking op persoonlijke titel van mr. Samuel Muller Hzn., lid van de gemeenteraad van Rotterdam van 1886 tot 1915, onderbroken door zijn wethouderschap financiën van 1903 tot 1911, van een standbeeld van Johan van Oldenbarnevelt, van wie hij een groot bewonderaar was. Van Oldenbarnevelt was van 1576 tot 1586 pensionaris van Rotterdam en had in die periode de grondslag gelegd voor de positie van Rotterdam als tweede Hollandse havenstad.
Op 12 augustus 1914 werd een begin gemaakt met de bouw van het stadhuis. De opdracht een standbeeld van Johan van Oldenbarnevelt te ontwerpen, was gegund aan Charles van Wijk. Een door hem ontworpen kleimodel van “Johan van Oldenbarnevelt” maakt deel uit van de collectie van Museum Rotterdam. Dit model is gedateerd op de periode 1910-1917.
Het ontwerp van Van Wijk werd goedgekeurd, echter, Van Wijk overleed op 1 oktober 1917. Arend Odé werd benaderd om het ontwerp verder uit te werken en zorg te dragen voor de uitvoering in brons. Odé was ook de ontwerper van “De vier overheidsdeugden” (“Ondernemingsgeest”, “Beleid”, “Betrouwbaarheid” en “Volharding”) boven de ingang van het stadhuis en de reliëfs “De Gerechtigheid” en “De Wet”.
Op 1 september 1920 werd het stadhuis aan de Coolsingel officieel in gebruik genomen.
Op 9 december 1920, voorafgaand aan de raadsvergadering, heeft mr. Alfred Rudolph Zimmerman, burgemeester van Rotterdam, “Johan van Oldenbarnevelt” onthuld. Bij de onthulling waren de leden van de gemeenteraad van Rotterdam aanwezig, familie van wijlen mr. Muller Hzn, Odé, de weduwe van Van Wijk, de architecten van het stadhuis en de leden van de raadhuiscommissie. In zijn toespraak zei Zimmerman dat Van Oldenbarnevelt een van de beste bestuurders van Rotterdam is geweest en dat het standbeeld van Van Oldenbarnevelt met recht voor het nieuwe stadhuis staat van een gemeente die in de loop der eeuwen was uitgegroeid tot een knooppunt in het wereldverkeer. Volgens Zimmerman was het standbeeld van Van Oldenbarnevelt niet opgericht vanwege zijn verdiensten voor Rotterdam maar vanwege zijn verdiensten als staatsman.
“Johan van Oldenbarnevelt” is geplaatst in een nis onder de burgemeesterskamer. Boven de nis is de spreuk SERA PARSIMONIA IN FUNDO aangebracht (vert.: spaarzaamheid op de bodem is te laat), een passage uit Seneca’s eerste brief aan Lucilius, verwijzend naar het gedegen financieel beleid dat Van Oldenbarnevelt in Rotterdam als pensionaris voerde en daarna in de Republiek als raadspensionaris.
In de voorzijde van de sokkel is gegraveerd: JOHAN VAN OLDENBARNEVELT | PENSIONARIS VAN ROTTERDAM | 1576-1686 | LANDSADVOCAAT | 1586-1619.

In Rotterdam staan drie standbeelden van politici die pensionaris van Rotterdam zijn geweest: Gijsbert Karel van Hogendorp (Jozef Geefs, 1867), “Johan van Oldenbarnevelt” (Charles van Wijk, Arend Odé, 1920) en Hugo de Groot (Auke Hettema, 1970).

Bronnen:
– De Courant, 11 december 1920
– Geschiedenis van het beeld van Johan van Oldenbarnevelt (drs. N. van der Blom, 1959)
– https://museumrotterdam.nl/collectie/item/2994
– https://nl.wikipedia.org/wiki/Stadhuis_van_Rotterdam

– https://www.bkor.nl/beeld/johan-van-oldenbarnevelt/
– https://www.dbnl.org/tekst/_jaa003191701_01/_jaa003191701_01_0013.php

→  CHARLES VAN WIJK
→  AREND ODÉ

Johan van Oldenbarnevelt (Amersfoort, 14 september 1547 – Den Haag, 13 mei 1619) was tijdens de Tachtigjarige Oorlog landsadvocaat en raadspensionaris van de Staten van Holland. Op 29 augustus 1618 werd hij samen met een aantal medestanders gearresteerd op verdenking van hoogverraad. Op 12 mei 1619 werd hij ter dood veroordeeld. Een dag later, op 13 mei 1619 werd hij onthoofd.