Liggende herten (Amsterdam)

Oeuvrenaam oorspronkelijke uitvoering: “Liegende Hirsche” (tweede uitvoering)
Ontwerp: Christian Daniel Rauch (Berlijn, 1843-1844)
Paleis voor Volksvlijt, Frederikstraat 56, Amsterdam

Aanwezig van 1864-1870 tot op zijn minst 1909



In de Beeldbank van het Archief Amsterdam bevindt zich een foto van een visitekaart van het Paleis voor Volksvlijt, Frederikstraat 56, Amsterdam. Dit gebouw was de Nederlandse pendant van het Crystal Palace in Londen, waar in 1851 de Wereldtentoonstelling was gehouden.
De foto van de visitekaart, hiernaast weergegeven, is gemaakt door Andries Jager. De foto is gedateerd op de periode 1864-1870 en draagt als titel: Interieur van het Paleis voor Volksvlijt. De visitekaart had een afmeting van 106×63 mm.
Hierboven is een uitsnede afgebeeld van de foto van de visitekaart. Op de achtergrond staan de exemplaren van de tweede uitvoering van “Liegende Hirsche”.(1) Het hertenbeeld met gestrekte voorpoot is links opgesteld. Het hertenbeeld met gebogen voorpoten is rechts opgesteld. Er zijn geen gegevens waaruit blijkt of de hertenbeelden zijn gegoten in brons of in zink. In het bijschrift is geen aandacht besteed aan de hertenbeelden. Ook is er geen tentoonstelling in vermeld waarin de hertenbeelden zouden kunnen zijn geëxposeerd.

De titel van de foto van de visitekaart doet vermoeden dat de hertenbeelden deel hebben uitgemaakt van het interieur van het Paleis voor Volksvlijt. Dit zou kunnen betekenen dat ze door het Paleis voor Volksvlijt zijn aangekocht. In deze fotoreportage wordt ervan uitgegaan dat dat het geval is geweest en dat ze zijn geplaatst of onthuld bij de opening ervan op 16 augustus 1864. Dit vermoeden wordt deels bevestigd door een foto, hiernaast afgebeeld, die op 1 februari 1909 in de tuin van het Paleis voor Volksvlijt is gemaakt van het hertenbeeld met gebogen voorpoten. Het hertenbeeld is voorzien van een voetplaat.
Wat betreft de herkomst van de hertenbeelden zijn er verschillende mogelijkheden. Een van de mogelijkheden is dat ze afkomstig zijn uit het buitenland, bijvoorbeeld Duitsland, en daar hetzij nieuw zijn gegoten hetzij ergens hebben gestaan. Een andere mogelijkheid is dat ze in 1864 in Nederland nieuw zijn gegoten, misschien in de Fabriek van gegoten Zink- en Bronswerken van Ludwig Wilhelm Schütz in Zeist. Dat zou dan kunnen zijn gebeurd met de gietmallen die Schütz in de tweede helft van de 1840-er jaren heeft gebruikt. Een derde mogelijkheid is dat de hertenbeelden de exemplaren zijn die de tweede helft van de 1840-er jaren zijn gegoten in de Fabriek van gegoten Zink- en Bronswerken van Ludwig Wilhelm Schütz en die tegenwoordig in het Zeisterbos staan.
Schütz was voor het Paleis voor Volksvlijt geen onbekende. Op de Tentoonstelling van bouwmaterialen die in 1853 in Amsterdam werd gehouden, kreeg hij als hulde aan zijn bekwaamheid en kunstsmaak een gouden medaille uitgereikt van de Vereeniging voor Volksvlijt. Deze vereniging, opgericht in 1852 door Samuel Sarphati (Amsterdam, 31 januari 1813 – 23 juni 1866), wilde door middel van het organiseren van tentoonstellingen de nijverheid in Nederland bevorderen en de armoede wilde bestrijden. In 1853 werd prins Frederik, broer van koning Willem III, beschermheer van de vereniging. De Vereniging voor Volksvlijt stelde zich toen tot doel het realiseren van een Paleis voor Volksvlijt, in navolging van het Crystal Palace in Londen waarin in 1851 de Wereldtentoonstelling was gehouden. Sarphati had deze tentoonstelling bezocht. In 1855 werd de NV Paleis voor Volksvlijt opgericht.(2)
De bouw van het Paleis voor Volksvlijt begon op 7 september 1858 en was in augustus 1864 voltooid. De Fabriek van Gegoten Zink- en Bronswerken van Ludwig Wilhelm Schütz heeft de kapitelen en ornamenten geleverd. Op 8 september 1863 werd op de koepel van het Paleis voor Volksvlijt een Victoriabeeld geplaatst, een engel uitbeeldend met een lichtende fakkel, ontworpen door Jean Joseph Jaquet (Antwerpen, 1822- Schaarbeek, 1898). Dit beeld was gegoten in de Fabriek van gegoten Zink- en Bronswerken. In de bron waaruit deze informatie afkomstig is, is over de hertenbeelden niets vermeld.(3)
In In de nacht van 17 op 18 april 1929 is het Paleis voor Volksvlijt afgebrand.
Ik neig naar de veronderstelling dat op de visitekaart de zinken hertenbeelden te zien zijn die Schütz in de 1840-er jaren heeft gegoten, dat het Paleis voor Volksvlijt deze beelden bij Schütz heeft aangekocht voor haar inventaris, dat ze in augustus 1864 zijn geplaatst en op een later moment in de tuin zijn geplaatst. In de periode 1916 – 1928 zouden ze kunnen zijn aangekocht door Anton Veder ten behoeve van plaatsing op zijn landgoed Djimat in Zeist. Anton Veder, overleden 21 augustus 1928, heeft dit landgoed in 1916 laten aanleggen.

Noten
(1) Zie: De eerste en tweede uitvoering van “Liegende Hirsche”.
(2) Historische hertengroep in het Zeisterbos; Digitale etalages: Het Paleis voor Volksvlijt; paleisvoorvolksvlijt.nl.
(3) Het twintigjarig bestaan van het Paleis voor Volksvlijt (Amsterdamsche Courant, 16 augustus 1884).

Zie ook:
Christian Daniel Rauch: “Liggende herten”
(Zeist)

  Christian Daniel Rauch: “Liegende Hirsche”
  CHRISTIAN DANIEL RAUCH