Merrie en veulen

Naamvariant: “Merrie met veulen”; “Paard met veulen”
Beeldhouwer: Pieter d’Hont
Materiaal: brons
St.-Jacobsstraat 326, Utrecht (sinds 1985)
Onthuld op 29 maart 1971
voor de nieuw gebouwde vleugel van de Coöperatieve Centrale Raiffeisen-Bank, St.-Jacobsstraat 30, Utrecht


__________

__________

__________

__________

ontwerp “Merrie en veulen”
Het Utrechts Archief, cat.nr. 128442, foto: H.L. Hofland, 28 maart 1968

gipsmodel (gipsotheek museum Beelden aan Zee, Harteveltstraat 1, Den Haag)


DE AANLEIDING
In 1968 breidde de toenmalige Coöperatieve Centrale Raiffeisen-Bank (tegenwoordig: Rabobank) haar kantoorgebouw aan de St.-Jacobsstraat in Utrecht uit. Ter gelegenheid hiervan wilde de bank een beeld schenken aan de stad Utrecht, in navolging van de Koninklijke Wegenbouw Stevin BV, die ter gelegenheid van haar nieuwe hoofdkantoor aan de Beneluxlaan in Utrecht het door Pieter d’Hont vervaardigde beeld Bizon aan de stad Utrecht had geschonken. D’Hont, die de opdracht kreeg een ontwerp te vervaardigen, maakte een model van een merrie met een drinkend veulen, waarmee hij uiting wilde geven aan de continuïteit van het leven en de groei van de bank.(1)
Op 1 april 1968 werd in De Raiffeisen-bode, een intern blad van de Coöperatieve Centrale Raiffeisen-Bank, bericht dat het werkmodel van “Merrie en veulen” gereed was gekomen. Hierdoor kon een begin worden gemaakt met de grote uitvoering. De verwachting was dat het vervaardigen van de grote uitvoering drie jaar zou duren. Het beeld zou worden geplaatst op een laag voetstuk op het trottoir voor het trappenhuis van de nieuw gebouwde vleugel. Het beeld zou worden aangeboden aan de stad Utrecht.(2)
De editie van 1 juni 1970 van De Raiffeisen-bode bevatte een foto van Pieter d’Hont, werkend aan de grote uitvoering in klei van “Merrie en veulen”, in het bijschrift aangeduid met de naam “Paard met veulen”. Op deze foto is ook een politieagent te zien naast een politiepaard. Dit politiepaard, mogelijk een hengst of ruin, heeft model gestaan voor het beeld van de merrie.(3)

(1) Beeldhouwer Pieter d’Hont Leven en werk 1917-1999 (Utrecht, 1999, p.66).
(2) De Raiffeisen-bode, 1 april 1968. De Utrechtse Gemeentelijke Adviescommissie voor Beeldende Kunst is pas in deze fase benaderd voor begeleiding van ontwerp, uitvoering en plaatsing. Normaal gesproken zou deze commissie van meet af aan bij het proces betrokken moeten zijn. De commissie betwijfelde of de gemeente Utrecht gelukkig zou zijn met de schenking van “Merrie en veulen” maar was zich er ook van bewust dat de beeldengroep door deze gang van zaken behouden zou blijven voor Utrecht (bron: https://www.kunstinopenbareruimte-utrecht.nl).
(3) De Raiffeisen-bode, 1 juni 1970. Volgens het bijschrift bij foto 600943 (Het Utrechts Archief) droeg het paard de naam Floris.

DE ONTHULLING
Enkele weken voorafgaand aan de onthulling is “Merrie en veulen” aan de St-Jacobsstraat geplaatst, voor de nieuw gebouwde vleugel van de bank. De beeldengroep ging schuil onder een zeil.
Op 29 maart 1971 vond de onthulling plaats van “Merrie en veulen” in aanwezigheid van Pieter d’Hont, zijn echtgenote en kinderen, leden van de Centrale Bank, leden van de hoofddirectie van de Coöperatieve Raiffeisen-Boerenleenbank (Amsterdam) en leden van de bereden politie van Utrecht met hun paarden, waaronder het paard dat model had gestaan voor het beeld van de merrie. Voorafgaand aan de onthulling droeg mr. C.Th.E. Graaf van Lynden van Sandenburg, de voorzitter van het bestuur van de Coöperatieve Centrale Raiffeisen-Bank, de beeldengroep over aan W.A. Kieboom, wethouder in Utrecht, die de gemeente Utrecht vertegenwoordigde. De wethouder sprak zijn dank uit voor de waardevolle stadsverfraaiing; naar zijn mening had de bank met “Merrie en veulen” het beste paard van stal gehaald. Na de dankbetuiging van de wethouder werd “Merrie en veulen” onthuld door Sabine d’Hont, het dochtertje van Pieter d’Hont, daarbij geholpen door haar moeder. De onthullingshandeling bestond uit hat laten zakken van het zeil waaronder de beeldengroep schuil ging. In de editie van 1 april 1971 van De Raiffeisen-bode werd, vergezeld van foto’s, verslag gedaan van de onthulling.(1)
De afmetingen van “Merrie en veulen” zijn (h x b x d) 200 x 250 x 150 cm.

(1) De Raiffeisen-bode, 1 april 1971

VERPLAATSING
In 1985 verhuisde de Coöperatieve Centrale Raiffeisen-Bank, die inmiddels de naam Rabobank voerde, van de St.-Jacobsstraat naar de Croeselaan. “Merrie en veulen” werd verplaatst naar het trottoir, gelegen aan de voorzijde van de vestiging van de Westland-Utrecht Hypotheekbank aan de St-Jacobsstraat 326 in Utrecht. Kort daarna werd het gebouw aan de St.-Jacobsstraat 30 afgebroken.(1)
In 1986 was “Merrie en veulen” tijdelijk geplaatst bij het gebouw van de Kamer en Koophandel en Fabrieken in Utrecht aan de St.-Jacobsstraat.(2)

(1) Het Utrechts Archief, bijschrift bij foto 871980, mededeling Jan van der Meer (hoofd Bedrijfshistorie Rabobank)
(2) Het Utrechts Archief, bijschrift bij foto 402304

REPLICA’S

In opdracht van de Rabobank zijn tientallen kleine bronzen replica’s van “Merrie en veulen” vervaardigd, die bij de opening van een nieuwe lokale vestiging van de Rabobank werden uitgereikt aan bestuur en directies van deze vestigingen.(1) De afmetingen van deze replica’s zijn (h x b x d) 22 x 31 x 18 cm.
De replica’s van “Merrie en veulen” vervingen de glazen plastieken die tot in 1982 werden uitgereikt. In november 1982 werd de eerste van deze replica’s aangeboden aan de voorzitter van Rabobank De Dongermond in Raamsdonksveer ter gelegenheid van de opening in Raamsdonksveer van het nieuwe hoofdkantoor van dit filiaal.(2)

(1) Raboband, 25 mei 1992. Volgens het bijschrift bij foto 404157 (Het Utrechts Archief) is in 1982 begonnen met het vervaardigen van de kleine bronzen replica’s; tot aan 1995 zouden er 450 exemplaren zijn uitgereikt.
(2) Rabobank, 1 december 1982

“KIJKEN, DENKEN, DOEN” (ERIC CLAUS, UTRECHT, 1992) (1)

In het voorjaar van 1983 verhuisde het hoofdkantoor van de Rabobank van de St.-Jacobsstraat naar het nieuw gebouwde hoofdkantoor aan de Croeselaan in Utrecht. “Merrie en veulen” verhuisde niet mee.
Op 13 mei 1992 werd voor het hoofdkantoor aan de Croeselaan Kijken, Denken, Doen (Eric Claus) onthuld. Dit beeld is speciaal ontworpen voor de Rabobank.
Van “Kijken, Denken, Doen” zijn kleine bronzen replica’s vervaardigd die als symbool voor de Rabobank fungeren. Bij de onthulling in 1992 van “Kijken, Denken, Doen” werd aan alle bestaande lokale vestigingen van de Rabobank een replica uitgereikt. De replica’s worden verder uitgereikt aan bestuur en directies van nieuw gebouwde lokale vestigingen van de Rabobank, aan personen die intern of extern van bijzondere betekenis zijn voor de Rabobank en als geschenk bij jubilea en andere bijzondere gelegenheden. Met deze replica’s wordt de traditie voortgezet die was ontstaan in de jaren waarin het hoofdkantoor van de Rabobank gevestigd was aan de St.-Jacobsstraat in Utrecht. Ze vervangen de replica’s van “Merrie en veulen”.(2)

(1) Zie voor een uitgebreide bespreking:
Eric Claus: “Kijken, Denken, Doen” (Utrecht, grote uitvoering)
Eric Claus: “Kijken, Denken, Doen” (Eckelrade, replica, hoogte 44 cm)
(2) De traditie om replica’s uit te reiken gaat terug tot 1963, toen replica’s werden gemaakt van Rust na arbeid (Albert Termote), het beeld dat de plaatselijke Boerenleenbanken in november 1949 aan de Coöperatieve Centrale Raiffeisen-Bank hadden geschonken ter gelegenheid van haar 50-jarig jubileum. Deze replica’s werden uitgereikt als bekroning voor het beste jaarverslag van de plaatselijke banken.

  PIETER D’HONT