Naamvarianten: “Gerda en het rendier’; “Gerda’s afscheid van het rendier”
Beeldhouwer: Corinne Franzén-Heslenfeld
Materiaal: beeld en sokkel: kalksteen
Vervaardiging: Den Haag natuursteen BV
Park Marlot, Den Haag, noordoostzijde (sinds 21 maart 2024)
Replica van het op 28 april 1932 geplaatste exemplaar (Euville kalksteen) dat op 5 juli 2023 onherstelbare stormschade opliep

__________

__________

het originele exemplaar van “Gerda met het Rendier” tussen de geweitakken steunboog en opvulling
foto: Wikifrits via https://creativecommons.org/publicdomain/zero/1.0/, 26 maart 2011

het originele exemplaar van “Gerda met het Rendier”, tussen de geweitakken een steunboog (geen opvulling)
foto: Roel Wijnants, CC-BY-NC 4.0, 29 september 2007
1931: DE OPDRACHT
In 1931 gaf Jan Terpstra (Scheemda, 8 juni 1888 – Den Haag, 4 december 1952), minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, Corinne Franzén-Heslenfeld opdracht een beeld te ontwerpen voor een park in Den Haag. De opdracht werd gegeven in het kader van het verlenen aan Corinne Franzén-Heslenfeld van een toelage (stipendium) voor het jaar 1931.(1) De toelage maakte deel uit van de eerste prijs in de categorie beeldhouwkunst van de Prix de Rome, die Corinne Franzén-Heslenfeld in oktober 1929 had gewonnen met het beeld “Judith” (gips, 140 cm.) en op 18 juli 1930 uitgereikt had gekregen.(2)
(1) Haagsche Courant, 20 februari 1932. Zie ook: https://kennis.cultureelerfgoed.nl). Berichten van deze strekking waren ook gepubliceerd in onder andere Algemeen Handelsblad, 20 februari 1932,De Avondpost, 20 februari 1932, Het Vaderland, 20 februari 1932, Nieuwe Haarlemsche Courant, 22 februari 1932 en Nieuwe Utrechtsche Courant, 22 februari 1932.
In https://bkdh.nl/kunstwerken/gerda-en-het-rendier/ is over de opdracht geschreven: Heslenfeld moest een beeld ontwerpen voor een kinderpark. Dat verklaart haar keuze voor het sprookje.
(2) Bron naam prijswinnend beeld: mededeling Mondriaan Fonds). In 1917 bestond de eerste prijs uit een gouden medaille, de gelegenheid een studiereis te maken naar Frankrijk en Italië en een stipendium gedurende vier opeenvolgende jaren onder voorwaarde dat de winnaar ieder van die jaren een studieopdracht zou uitvoeren (https://www.charlesvos.nl). Corinne Franzén-Heslenfeld trad in november 1929 in het huwelijk. Het echtpaar vestigde zich in Florence, waar Corinne gedurende twee jaar haar beeldhouwstudie vervolgde. Het derde en laatste jaar mocht zij met behoud van het stipendium in Nederland blijven (https://kennis.cultureelerfgoed.nl).
De vermelding in de krantenartikelen dat Corinne Franzén-Heslenfeld in 1930 de eerste prijs in de categorie beeldhouwkunst van de Prix de Rome had behaald, is niet juist. Zij had deze prijs op 18 juli 1930 uitgereikt gekregen (Nieuwe Haarlemsche Courant, 19 juli 1930).
FEBRUARI 1932: “GERDA MET HET RENDIER” AANVAARD
Op 26 januari 1932 en de dagen erna werd bericht dat in de Rijksacademie voor Beeldende Kunst in Amsterdam werken van Corinne Franzén-Heslenfeld tentoon werden gesteld. Eén van deze werken was een gipsen schaalmodel (1:2) van “Gerda met het Rendier”, tentoongesteld onder de naam “Gerda’s afscheid van het rendier”. Bij sommige berichten was een foto geplaatst van het gipsen schaalmodel.(1) Op de tentoonstelling waren ook foto’s te zien van de grote uitvoering in Euville kalksteen.(2) Tussen de geweitakken was een steunboog aangebracht; de ruimte tussen de geweitakken was niet opgevuld.
Op 20 februari 1932 berichtte onder andere de Haagsche Courant dat Corinne Franzén-Heslenfeld naar aanleiding van de opdracht van de minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen een beeldengroep had ontworpen: “Gerda met het Rendier”, geïnspireerd op het sprookje “De sneeuwkoningin” (1844) van Hans Christian Andersen.(3) De beeldengroep was vrijwel voltooid; bij plaatsing moest nog de laatste hand eraan worden gelegd. Als de beeldengroep was geplaatst, wilde Corinne Franzén-Heslenfeld het overdragen aan de gemeente Den Haag.
Het gemeentebestuur van Den Haag en de Haagse Commissie van Plaatselijke Werken en Eigendommen hadden geoordeeld dat het idee van de minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen op hoge prijs moest worden gesteld. “Gerda met het Rendier” moest dan ook in erkentelijkheid worden aanvaard. Het gemeentebestuur overwoog om de beeldengroep, in overleg met Corinne Franzén-Heslenfeld, op een van de grasvelden in het wandelpark Marlot te plaatsen. Hiermee zou het karakter van de beeldengroep goed tot uiting komen. Het gemeentebestuur zou de gemeenteraad voorstellen om “Gerda met het Rendier” in vol en vrij eigendom over te nemen, met als voorwaarden dat de plaatsing instemming moest hebben van de directies van de afdelingen Gemeentewerken en Gemeenteplantsoenen en dat de gemeente vrijheid van handelen zou hebben als de beeldengroep bouwvallig zou worden of verplaatst zou moeten worden. De kosten van de tufstenen sokkel waarop de beeldengroep geplaatst zou worden, waren begroot op f 300,-. Het gemeentebestuur zou de gemeenteraad voorstellen de vervaardiging goed te keuren.(3)
Op 1 maart 1932 werd bekend dat de gemeenteraad van Den Haag zonder hoofdelijke stemming akkoord was gegaan met de aanvaarding van “Gerda met het Rendier” en plaatsing in park Marlot.(4)
(1) KIJKEN NAAR BEELDEN neemt aan dat Corinne Franzén-Heslenfeld de passage in de zesde geschiedenis van “De Sneeuwkoningin” heeft uitgebeeld waarin het rendier afscheid neemt van Gerda. In deze passage is over Gerda geschreven dat zij op blote voeten loopt (https://www.dbnl.org, pagina 138). Door verwering van de Euville kalksteen is dit op late foto’s van het oorspronkelijke exemplaar nauwelijks te zien. Op de in 2024 geplaatste replica zijn de blote voeten duidelijk te zien.
(1) De Amstelbode, 27 januari 1932.
(2) Nieuwe Haarlemsche courant, 26 januari 1932.
(3) Haagsche Courant, 20 februari 1932. Berichten van deze strekking waren ook gepubliceerd in onder andere Algemeen Handelsblad, 20 februari 1932,De Avondpost, 20 februari 1932, Het Vaderland, 20 februari 1932, Nieuwe Haarlemsche Courant, 22 februari 1932 en Nieuwe Utrechtsche Courant, 22 februari 1932.
In https://bkdh.nl/kunstwerken/gerda-en-het-rendier/ is over de manier waarop de plek werd gekozen, geschreven: Bij gebrek aan een andere geschikte locatie werd het Marlot, één van de Haagse parken. Heslenfeld had daar geen bezwaar tegen. Haar sculptuur staat er precies zoals ze het zich wenste: tegen een loofgroene achtergrond.
(4) Het Vaderland, 1 maart 1932.
APRIL-JULI 1932: PLAATSING
In de editie van 28 april 1932 van de Haagsche Courant werd bericht dat “Gerda met het Rendier” op een houten voetstuk was geplaatst en een voorlopige plek had gekregen. Volgens het bericht moest de beste plek nog worden uitgezocht. Uit het bericht blijkt niet waar de beeldengroep in park Marlot was geplaatst. In de editie van 29 april 1932 van de Haagsche Courant ging een bericht over de plaatsing van “Gerda met het Rendier” vergezeld van een foto, waarop te zien was dat de beeldengroep in en op een houten frame was geplaatst.(1)
Op 5 juli 1932 berichtte Het Vaderland dat “Gerda met het Rendier” gereed was en een waardige plek had gekregen op een van de gazons van park Marlot, tegenover de grote weide.(2) In de editie van 6 juli 1932 van de Haagsche Courant was een foto gepubliceerd waarop Corinne Franzén-Heslenfeld te zien was bij “Gerda met het Rendier” op een stenen sokkel, waarop de naam “Gerda met het Rendier” was aangebracht.(3)
(5) Haagsche Courant, 28 april 1932 en 29 april 1932. Aan de plaatsing van “Gerda met het Rendier” werd ook aandacht besteed in De Avondpost, 29 april 1932, De Bredasche Courant, 30 april 1932, De Sumatra Post, 30 mei 1932 en De locomotief, 18 juni 1932. Uit deze berichten blijkt niet of de plaatsing gepaard ging met onthulling.
(6) Het Vaderland, 5 juli 1932. Uit het artikel blijkt niet waar “Gerda met het Rendier” op 28 april 1932 was geplaatst.
Op KIJKEN NAAR BEELDEN is de datum 28 april 1932 als plaatsingsdatum aangehouden.
(7) Haagsche Courant, 6 juli 1932. De foto en het bijbehorende bericht waren ook gepubliceerd inDe Avondpost, 6 juli 1932, Delftsche Courant, 7 juli 1932, Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant, 7 juli 1932 en de Bredasche Courant, 7 juli 1932. Uit deze berichten blijkt niet of de plaatsing gepaard ging met onthulling.
JANUARI 1993: EEN STORM AAN VERNIELINGEN IN DEN HAAG
In januari 1993 woedde er in Den Haag een storm aan vernielingen. Straatmeubilair en speeltoestellen moesten het ontgelden. Ook een aantal beelden in Den Haag vielen ten prooi aan vandalisme. In de laatste week van januari werd “Gerda met het rendier” vernield. In het weekend van 30-31 januari werd in het Zuiderpark Kat (Gra Rueb) van de sokkel getrokken, werd van Vrouw (Gra Rueb) het hoofd en een arm afgeslagen en werd De fluitspeler (Lidi Buma) vernield. In de Haagse binnenstad werd bij “Haagse Jantje” (Ivo Coljé) de pluim van zijn hoed afgeslagen. De totale schade beliep enkele tienduizenden guldens. Alle beelden konden worden gerepareerd.(1) In de editie van 20 maart 1993 van het dagblad Trouw werd bekend gemaakt dat de Stichting Voorzieningsfonds voor Kunstenaars Den Haag een meldpunt had ingesteld ter registratie, documentatie en onderzoek van ernstige gevallen van vernieling van kunst.(2)
(1) Nederlands Dagblad, 4 februari 1993.
(2) Trouw, 20 maart 1993.
MAART 2024: VERVANGING DOOR KALKSTENEN REPLICA
Tijdens de storm Poly die op 5 juli 2023 over Nederland raasde, viel een boom op “Gerda met het Rendier”. De beeldengroep en de sokkel vielen in stukken uiteen en moesten als verloren worden beschouwd. In de loop der jaren was de Euville kalksteen waarvan “Gerda met het Rendier” was vervaardigd, brozer geworden, waardoor de beeldengroep meerdere malen moest worden gerepareerd. Op foto’s van “Gerda met het Rendier”, genomen op 28 en 29 september 2007, is te zien dat tussen de geweitakken alleen de steunboog zit; de ruimte tussen de geweitakken is niet opgevuld. Op de foto, genomen op 27 november 2011, is te zien dat de ruimte tussen de geweitakken wel is opgevuld.(1)
“Gerda met het Rendier” was in Den Haag erg geliefd. Om die reden had de gemeente Den Haag op zeker moment een 3D-scan van de beeldengroep en de sokkel laten maken. Met behulp van deze 3D-scan werden een kalkstenen replica vervaardigd. Op 21 maart 2024 is de replica teruggeplaatst op de plek waar “Gerda met het Rendier” tot aan de storm had gestaan.(10)
Het oppervlak van de replica is glad; het heeft niet de structuur van het origineel.
(1) https://www.flickr.com/.
(2) Instagram account Stroom Den Haag, bericht van 28 maart 2024. In het bijschrift is het bedrijf Den Haag natuursteen BV vermeld, kennelijk de vervaardiger van de replica. Volgens https://bkdh.nl/kunstwerken/gerda-en-het-rendier/ is de replica vervaardigd in China.
1954: BRONZEN REPLICA

In 1954 is aan de Karnemelkseweg 3b in Lage Vuursche het park Midgetgolftuinen Lage Vuursche geopend, waarin in de traditionele vorm midgetgolf kan worden gespeeld. Het park is opgericht door de ouders van Drieke Boot, een van de huidige eigenaars.(1)
Bij de opening in 1954 werd een bronzen replica van “Gerda met het rendier” geplaatst. Het beeld, voorzien van een dun territoire, was geplaatst op een bakstenen sokkel.(2) Conform de oorspronkelijke uitvoering (1930-er jaren) van het Euville kalkstenen exemplaar was de ruimte tussen de geweitakken niet opgevuld.
In de loop der jaren groeide de tuin waarin “Gerda met het rendier” werd geplaatst, uit tot een beeldentuin.
In de nacht van 6 op 7 maart 2026 verschaften dieven zich toegang tot het terrein van Midgetgolftuinen Lage Vuursche en roofden – aan de sporen te zien op brute wijze – zeven bronzen beelden, waaronder “Gerda met het rendier” en verder beelden, ontworpen door de beeldhouwer en tekenaar Adrianus (Adri) de Waard (Rotterdam, 27 februari 2023 – Lage Vuursche, november 2011). Een van de beelden was ontworpen ter herinnering aan een voormalig werknemer van Midgetgolftuinen Lage Vuursche. Verder waren er drie beelden van pinguïns en twee beelden van kiwi’s (Nieuw-Zeelandse vogels), ontworpen als herinnering aan het feit dat de ouders van Drieke Boot in Nieuw-Zeeland woonachtig waren. Voor de eigenaars van Midgetgolftuinen Lage Vuursche hebben de beelden een grote emotionele waarde.(3)
Op 7 maart 2026 werd de diefstal van de bronzen beelden uitvoerig besproken op digitale regionale nieuwswebsites en het Algemeen Dagblad.(4)
(1) NH Nieuws, 7 maart 2026.
Informatie over Midgetgolftuinen Lage Vuursche: https://www.midgetgolftuinen.nl.
(2) NH Nieuws, 7 maart 2026.
(3) RTV Utrecht, 7 maart 2026.
(4) Algemeen Dagblad, editie Baarn, 7 maart 2026, Baarnsche courant, 7 maart 2026, De Stentor, editie Amersfoort, 7 maart 2026, Headliner, 7 maart 2026, NH Nieuws, 7 maart 2026, RTV Utrecht, 7 maart 2026.
Met dank aan:
– Drieke Boot (foto bronzen replica “Gerda met het Rendier”)
– Roel Wijnants (foto “Gerda met het Rendier” in originele staat)
De sneeuwkoningin (Sneedronningen) is een in 1844 uitgegeven sprookje van Hans Christian Andersen (schrijver en dichter, Odense, 2 april 1805 – Rolighed, 4 augustus 1875). Gerda, een van de hoofdpersonen, zoekt haar vriendje Kaij, die plotseling verdwenen is. Tijdens haar zoektocht wordt Gerda overvallen door een roversvrouw. Een paar duiven vertellen Gerda dat Kaij met de sneeuwkoningin is meegegaan naar Lapland. Het dochtertje van de roversvrouw geeft Gerda hun rendier. Het rendier brengt Gerda naar Lapland, waar zij Kaij bevrijdt.
Bron en verdere informatie:
– https://www.dbnl.org