Willibrord te paard

Beeldhouwer: Albert Termote
Materiaal: brons (Bronsgieterij Binder & Schmidt, Overveen)
Janskerkhof, Utrecht
Onthuld op 7 november 1947


__________

__________

__________

rechterzijde sokkel: inscriptie WILLIBRORD | APOSTEL DER NEDERLANDEN | DCCXXXIX MCMXXXIX

voorzijde sokkel: het wapen van de stad Utrecht

achterzijde sokkel: het aartsbisschoppelijk wapen


DE AANLEIDING
De geschiedenis van “Willibrord te paard” gaat terug tot 1938, waarin de viering in 1939 van het 1200e sterfjaar van Willibrord werd voorbereid. Ter gelegenheid hiervan wilde de Vereniging Nederlandsche Katholiekendagen aan de stad Utrecht (Willibrord was bisschop van Utrecht geweest) een Willibrord-monument aanbieden. Het monument zou moeten worden geplaatst op een in overleg met de gemeente Utrecht aan te wijzen openbaar plein.(1) In de plannen werd benadrukt dat Willibrord niet als bisschop zou worden gepresenteerd, maar als apostel met een zendingsopdracht. Op die manier zou het (rooms-katholieke) monument ook voor protestanten acceptabel zijn.

(1) Nieuwe Utrechtsche courant, 10 februari 1939

INTERNE DISCUSSIE OVER DE PLAATS VAN HET MONUMENT (1)
Op 10 februari 1939 werd in een aantal kranten bericht over het voornemen van het hoofdbestuur van de Algemeenen Nederlandsche Katholiekendag.(2) Tijdens de eerste besprekingen in 1938 was van gemeentezijde plaatsing op de Mariaplaats voorgesteld. Het gemeentebestuur volgde hiermee het advies van de Schoonheidscommissie van de gemeente Utrecht, die op haar beurt de adviezen volgde van de Rijks Monumenten Commissie en de Gemeentelijke Monumenten Commissie wat betreft plaatsing op het Domplein. In 1938 was het idee geopperd het monument op het Domplein te plaatsen, voor de muur die het gat afdicht dat was ontstaan na de zomerstorm op 1 augustus 1674, waarbij het middenschip van de Domkerk was ingestort en niet meer was herbouwd. De Rijks Monumenten Commissie en de Gemeentelijke Monumenten Commissie gaven aan zich hierin niet te kunnen vinden. Door haar hoogte van 12 tot 15 meter zou het monument afbreuk doen aan het Domplein. Het monument zou ook dicht in de buurt komen te staan van het reeds aanwezige standbeeld Graaf Jan van Nassau (Johan Theodore Stracké). Een van de leden van de Schoonheidscommissie wilde niet dat op het Domplein een katholiek beeld zou worden geplaatst. Prof. D.F. Slothouwer, onder wiens leiding de Domkerk van 1919 tot begin januari 1939 was gerestaureerd, was van mening dat deze plaatsing zijn idee om de Domkerk er als één geheel uit te laten zien, in ernstige mate zou aantasten. Jan Eloy Brom, conservator van het Aartsbisschoppelijk Museum in Utrecht die van meet af aan voorstander was van plaatsing op het Domplein, schreef in december 1938 in een memorandum waarin hij de argumenten van de Rijks Monumenten Commissie, de Gemeentelijke Monumenten Commissie en prof. Slothouwer aanvocht. Brom vond de Mariaplaats te klein en een monument onwaardig. Wat hem betreft zou het monument of op het Domplein worden geplaatst of niet worden geplaatst. De aartsbisschop van Utrecht, Johannes de Jong, was van mening dat als plaatsing op het Domplein niet mogelijk was, de Mariaplaats geen ongeschikte plek zou zijn.
Plaatsing op het Lepelenburg, het Janskerkhof of in Oudwijk hoorde wat betreft de Algemeenen Nederlandschen Katholiekendag niet tot de mogelijkheden.
In de Nieuwe Utrechtsche courant, 10 februari 1939, werd bericht dat het bestuur van de Algemeenen Nederlandschen Katholiekendag akkoord was gegaan met het voorstel het monument op de Mariaplaats te plaatsen, in het plantsoen voor ziekenhuis St. Joan de Deo.(3)
Op 16 februari 1939 ging de gemeenteraad van Utrecht zonder hoofdelijke stemming akkoord met plaatsing van het monument op de Mariaplaats.

(1) Waar alle richtingen samenkomen – De Willibrordherdenking van 1939 (A.H.M. van Schaik, 1981, p.347-356)
(2) Onder andere: Nieuwe Utrechtsche courant, 10 februari 1939
(3) Nieuwe Utrechtsche courant, 10 februari 1939

DE PRIJSVRAAG
Op 8 maart 1939 werd bericht dat het bestuur van de Algemeenen Nederlandsche Katholiekendag een prijsvraag zou uitschrijven. Beeldhouwers, aangesloten bij de AKKV (Algemeene Katholieke Kunstenaars Vereniging), met name Charles Vos en Albert Termote, werden uitgenodigd een ontwerp in te dienen. De kosten van de einduitvoering mochten maximaal f 20.000,- bedragen.(1) De commissie die de inzendingen zou beoordelen, bestond uit prof. W. Nolet (voorzitter, priester en historicus), Alphons Siebers (secretaris, architect, edelsmid) en de leden Jan Eloy Brom, Joan Colette (schilder), C.J.N. Meysing (pastoor en oud-deken van het Bernulphusgilde) en Willem C. Schuylenburg (directeur Centraal Museum Utrecht). Prof. Nolet hield invloed van de PPC (Permanente Prijs Commissie), die een algemeen reglement voor dit soort prijsvragen had opgesteld, tegen.(2)
De beeldhouwers werd gevraagd om geen standbeeld te ontwerpen maar een monument waarvan de figuur van Willibrord het voornaamste en dominerende deel zou zijn. Het monument moest aansluiten bij het plantsoen aan de Mariaplaats voor het gebouw van ziekenhuis St. Joan de Deo.(3)
Charles Vos had aan de uitnodiging geen gehoor gegeven. Pieter Biesiot, Wim Harzing, Jos Henke, Albert Meertens, M. Pietersen, Herman van Remmen, Victor Sprenkels, Cephas Stauthamer en Steph Uiterwaal hadden elk één ontwerp ingezonden. Albert Termote en Jo Uiterwaal hadden elk twee ontwerpen ingezonden. Van 28 augustus tot 29 oktober 1939 waren de ontwerpen tentoongesteld in het Museum voor Nieuwe Religieuze Kunst in Utrecht (de voorloper van het Catharijne Convent). De planning was dat de beoordelingscommissie uiterlijk 30 september tot een keuze zou zijn gekomen.(4)
Op 4 oktober 1939 en de dagen erna werd bericht dat de beoordelingscommissie haar keuze had laten vallen op het ontwerp van Albert Termote, genaamd “Utrecht”, dat Willibrord uitbeeldde, gezeten op een paard met in zijn rechterhand een Fries kerkje.(5) In De Maasbode werd bericht dat het monument geplaatst zou worden op de Mariaplaats in Utrecht, voor het ziekenhuis St. Joan de Deo, en dat C.M. (Kees) van Moorsel, architect, werkzaam in Voorburg, het voetstuk had ontworpen.(6)

(1) De Tijd, 8 maart 1939
(2) Waar alle richtingen samenkomen – De Willibrordherdenking van 1939 (A.H.M. van Schaik, 1981, p.347-349)
(3) Waar alle richtingen samenkomen – De Willibrordherdenking van 1939 (A.H.M. van Schaik, 1981, pagina 349)
(4) Huizen aan het Janskerkhof: Sint Willibrordus monument (Caroline Pelser, 2019 [2017]); De Tijd, 9 oktober 1939
(5) Zie onder andere De Tijd, 4 oktober 1939 (bericht) en De Maasbode, 5 oktober 1939 (foto met bijschrift)
(6) De Maasbode, 5 oktober 1939 (foto met bijschrift) en 7 oktober 1939

PLAATSELIJKE EN LANDELIJKE DISCUSSIE OVER DE UITSLAG VAN DE PRIJSVRAAG EN DE PLAATS VAN HET MONUMENT
In De Tijd, 12 oktober 1939, verscheen een artikel waarin Jan Engelman (dichter, kunst- en literatuurcriticus) het ontwerp van Albert Termote als het meest kloeke en sterke ontwerp bestempelde. De voorkeur van Engelman, die Willibrord liever uitgebeeld had gezien als een bisschop, met mijter en staf, ging uit naar het ontwerp van Cephas Stauthamer. Verder leverde Engelman kritiek op de samenstelling van de jury en op op de voorgenomen plaatsing van het monument op de Mariaplaats. In zijn ogen was het Domplein, temidden van de Domkerk en de Domtoren, de aangewezen plaats, voor de gevel die het gat afdicht dat was ontstaan na de zomerstorm op 1 augustus 1674, waarbij het middenschip van de Domkerk was ingestort en niet meer was herbouwd.(1)
Enkele dagen na de publicatie van het artikel van Jan Engelman publiceerden een aantal kranten een samenvatting van het beoordelingsrapport. In De Nieuwe Tilburgsche Courant, 18 oktober 1939, werd beschreven dat de commissie eerst had nagegaan in hoeverre de ontwerpen voldeden aan de ideële eisen van de opdracht, waarbij de manier ter sprake kwam waarop Willibrord was uitgebeeld. Daarna werden de ontwerpen getoetst op hun esthetische waarde. De vijf ontwerpen die deze toetsing hadden doorstaan, werden nogmaals kritisch bekeken. Dit leidde ertoe dat “Utrecht”, het ontwerp van Albert Termote, tot winnend ontwerp werd gekozen. Op de tweede plaats eindigde het “De Apostolische Man Gods” (Pieter Biesiot); op de derde plaats eindigde het ontwerp “Domstad” (Herman van Remmen).(2) De beoordelingscommissie had grote waardering voor de overtuigende wijze waarop Albert Termote Willibrord had uitgebeeld als monnik, vurige en harde strijder, die te paard door het land trekt, op zijn hand dragend het symbool dragend van de zending die hij volbrengt. Bij het beeld van Willibrord ontbreekt een verwijzing naar diens bisschoppelijke waardigheid. De beoordelingscommissie was van mening dat afbeeldingen op de voet van het beeld hieraan uiting zouden geven.(3)
In de weken na de publicatie van samenvattingen van het rapport van de beoordelingscommissie verstomde in de kranten de discussie over haar keuze, al bleven sommigen moeite houden met de uitbeelding van Willibrord als paardrijdende monnik. De discussie over waar “Willibrord te paard” moest worden geplaatst, hield aan. In het algemeen heerste de mening dat op de Mariaplaats het monument niet goed tot zijn recht zou komen. De Utrechtsche Courant, 7 november 1939, bevatte een ingezonden brief waarin L.H. van Baalen (kunstverzamelaar en makelaar, woonachtig in Utrecht) niet alleen de Mariaplaats ontraadde maar ook het Domplein, met het oog op eventuele herbouw van het ontbrekende deel van de Domkerk. Hij stelde voor om het monument te plaatsen op de verkeerscirkel van het Janskerkhof, die in gebruik was als bloemperk. Naar zijn mening was dit een centraal gelegen plek in Utrecht. Het monument zou daar vrij staan en van alle kanten te zien. De heer Van Baalen vond het ook een historische plek, in de nabijheid van de Willibrordkerk, de Janskerk en de Domkerk.(4) Op 26 januari 1940 werd bericht dat de Schoonheidscommissie van de gemeente Utrecht van mening was dat de Mariaplaats geen geschikte plek was voor het monument. De Schoonheidscommissie gaf het gemeentebestuur van Utrecht in overweging het monument te plaatsen op hetzij de Neude hetzij het Janskerkhof. Omdat de Neude de functie van parkeerplaats had, ging de voorkeur van het gemeentebestuur uit naar plaatsing op het Janskerkhof. Albert Termote en Kees van Moorsel waren bereid de einduitvoering aan te passen met het oog op plaatsing op het Janskerkhof.(5) Op 1 februari 1940 stemde de gemeenteraad van Utrecht met 21 tegen 15 stemmen in met plaatsing op het Janskerkhof.(6)

(1) De Tijd, 12 oktober 1939
(2) Nieuwe Tilburgsche Courant, 18 oktober 1939. In dit artikel is Pieter Biesiot vermeld onder de familienaam Bieslot; Herman van Remmen is vermeld onder de familienaam Van Rommen.
(3) Waar alle richtingen samenkomen – De Willibrordherdenking van 1939 (A.H.M. van Schaik, 1981, pagina 350)
(4) Utrechtsche courant, 7 november 1939
(5) De Tijd, 26 januari 1940
(6) Algemeen Handelsblad, 2 februari 1940

HET VERLOOP VAN DE VERVAARDIGING VAN “WILLIBRORD TE PAARD”

Op 26 februari 1940 werd op het Janskerkhof een grote maquette van “Willibrord te paard” geplaatst, om het gemeentebestuur en leden van de Schoonheidscommissie de mogelijkheid te geven in te schatten hoe het monument erbij zou komen te staan. Een foto van de maquette is hiernaast afgebeeld.
Op 2 augustus 1940 werd bericht dat in het atelier van Albert Termote in Voorburg een kleimodel (halve grootte) van het beeld van Willibrord stond.(1) In november 1940 was de verwachting dat het monument in het voorjaar van 1941 zou kunnen worden geplaatst.(2) In de Deutsche Zeitung in den Niederlanden was een foto gepubliceerd van Albert Termote, werkend aan het kleimodel.(3)
In juni 1943 was het grote kleimodel van het beeld van Willibrord voltooid. Aan leden van de Vereeniging Voorburg Vooruit werd de mogelijkheid geboden om in het atelier van Albert Termote het voltooide kleimodel te bezichtigen, dat op een draaiende schijf was geplaatst. Het was nog niet duidelijk wanneer het beeld met voetstuk en al op het Janskerkhof zou worden geplaatst en onthuld.(4) De bronsgieting was niet mogelijk. Gieterij Binder had het benodigde brons reeds voor de oorlog ingekocht, maar tijdens de oorlog gebruikt voor gietingen van beelden, ontworpen door beeldhouwers die niet bij de nationaalsocialistische Nederlandsche Kultuurkamer waren aangesloten. Daar kwam bij dat de bronsgieterij op zeker moment op last van de bezetter was afgebroken.(5)
Op 30 oktober 1945 werd bericht dat het gipsmodel van het beeld van Willibrord was voltooid. Dit gipsmodel zou dienen voor de vervaardiging van de bronzen uitvoering.(6)
In mei 1946 werd het gipsmodel overgebracht naar gieterij Binder in Overveen.(7)
Op 16 oktober 1946 werd bericht over de voorbereidingswerkzaamheden op het Janskerkhof met betrekking tot de plaatsing van “Willibrord te paard”. Bomen die op de plek stonden waar het monument zou worden geplaatst, werden gerooid.(8) De bronsgieting was gaande. Onthulling op 7 november 1946, de naamdag van Willibrord, was niet haalbaar. Men dacht nu aan plaatsing en onthulling in het voorjaar van 1947.(9)
Op 20 oktober 1947 werd bericht dat het monument op 7 november 1947 zou worden onthuld en worden overgedragen aan de gemeente Utrecht.(10)

(1) De residentiebode, 2 augustus 1940
(2) De residentiebode, 9 november 1940
(3) Deutsche Zeitung in den Niederlanden, 13 november 1940. De foto was ook in een aantal Nederlandse kranten gepubliceerd.
(4) Het Vaderland, 7 juni 1943
(5) Nieuw Utrechtsch dagblad, 8 oktober 1947
(6) Nieuwe Haarlemsche Courant, 30 oktober 1945
(7) Utrechtsch Nieuwsblad, 30 oktober 1947
(8) Nieuw Utrechtsch dagblad, 16 oktober 1946
(9) De Tijd, 28 oktober 1946
(10) Nieuwe Haarlemsche Courant, 20 oktober 1947

DE ONTHULLING

Op 7 november 1947 (7 november: naamdag van Willibrord) is “Willibrord te paard” onder grote publieke belangstelling, in aanwezigheid van onder andere Johannes kardinaal De Jong en Albert Termote, onthuld door Anne Pauline Ernestine Marie Heerkens Thijssen-van der Kun, de echtgenote van Henricus Franciscus Heerkens Thijssen, penningmeester van het hoofdbestuur van de Vereniging Nederlandsche Katholiekendagen. De onthullingshandeling bestond uit het neerhalen van de doek die over het beeld was gehangen.(1) Na de onthulling werden aan de voet van het monument kransen gelegd namens het gemeentebestuur van Utrecht en de Nederlandse Katholieken Dag.
“Willibrord te paard” toont Willibrord op een Fries paard, een Fries kerkgebouw dragend, de Maartenskerk, die hij in 720 in Utrecht heeft laten bouwen en die gewijd was aan Sint Martinus, de beschermheilige van de Frankische koningen. “Willibrord te paard” staat met de blik in de richting van de Domkerk. Volgens de overlevering is de huidige Domkerk gebouwd op de plek waar de Maartenskerk heeft gestaan.
In de linker achterhoef is gegraveerd: 1941 | TERMOTE. Mogelijk is het jaartal 1941 aangebracht in de verwachting dat het beeld dat jaar zou kunnen worden geplaatst en onthuld.
Op de linkerzijde en de rechterzijde van de sokkel is vermeld: WILLIBRORD | APOSTEL DER NEDERLANDEN | DCCXXXIX MCMXXXIX. DCCXXXIX: het jaar 739 (sterfjaar van Willibrord) in Romeinse cijfers. MXMXXXIX: het jaar 1939 (1200e sterfjaar van Willibrord) in Romeinse cijfers.
Op de voorzijde van de sokkel is het wapen van de stad Utrecht aangebracht. Op de achterzijde van de sokkel is een aartsbisschopswapen aangebracht: een wapenschild met erboven een prelatenhoed en aan weerszijden tien fiochi (kwastjes). Met dit wapen is de bisschoppelijke waardigheid van Willibrord aangegeven. De wapens zijn in de loop der tijd verweerd geraakt. Op oude foto’s van “Willibrord te paard” is te zien dat op het wapenschild op de voorzijde van de sokkel het wapen van de stad Utrecht is afgebeeld. Het wapenschild van het aartsbisschoppelijk wapen op de achterzijde van de sokkel is niet voorzien van een afbeelding.
De einduitvoering van “Willibrord te paard” verschilt in een aantal opzichten met het in 1939 gemaakte ontwerp “Utrecht”. In de einduitvoering draagt Willibrord geen schoudermantel maar een reismantel. De voeten van Willibrord rusten niet in stijgbeugels, zoals in het ontwerp, want in de tijd waarin Willibrord leefde bestonden stijgbeugels niet. De gang van het paard is rustiger uitgebeeld dan in het ontwerp.(2)

(1) De Stem, 8 november 1947
(2) De Volkskrant, 7 november 1947

DE WILLIBRORDPROCESSIE
Sinds 2002 is “Willibrord te paard” het beginpunt van de Willibrordprocessie, die ieder jaar in september wordt gehouden. De processieroute voert naar de St. Catharinakathedraal in de Lange Nieuwstraat in Utrecht. De schrijn met relieken van Willibrord, die in de St. Catharinakathedraal wordt bewaard, wordt tijdens de processie meegedragen.(1)

(1) Huizen aan het Janskerkhof: Sint Willibrordus monument (Caroline Pelser, 2019 [2017])

ANDERE RUITERSTANDBEELDEN, ONTWORPEN DOOR ALBERT TERMOTE
“Willibrord te paard” is het eerste van vier ruiterstandbeelden die Albert Termote heeft ontworpen. De drie andere ruiterstandbeelden zijn Sint Martinus (Utrecht, 1948), Karel de Grote (Nijmegen, 1962) en Corbulo (Voorburg, 1964).

“VERZETSMONUMENT 1940-1945” (CORINNE FRANZÉN-HESLENFELD, 1949)
Op 4 mei 1949 is op het Domplein het “Verzetsmonument 1940-1945” geplaatst, ontworpen door Corinne Franzén-Heslenfeld. Dit monument verving een tijdelijk oorlogsmonument dat op het Domplein was geplaatst. Bij de bepaling van de plek van “Verzetsmonument 1940-1945” was bewust gekozen voor een plek, enkele meters voor de muur die het gat afdicht, ontstaan na de zomerstorm op 1 augustus 1674, waarbij het middenschip van de Domkerk was ingestort en niet meer was herbouwd. Op die plek stond het monument exact tegenover de doorgang van de Domtoren zodat men, als men vanuit de Servetstraat onder de Domtoren door zou lopen, het monument zou zien. Er waren geen bezwaren zoals de bezwaren die prof. Slothouwer in 1939 had tegen plaatsing van het monument voor Willibrord op deze plek. Sterker: tegenwoordig is aan de muur een grote banner bevestigd, met een afbeelding van een impressie van het gotische interieur van de Domkerk.(1)

(1) Corinne Franzén-Heslenfeld: “Verzetsmonument 1940-1945” (Utrecht)

Met dank aan:
J.J.L.G. Huntjens MA, Katholiek Documentatie Centrum, Nijmegen

  ALBERT TERMOTE

Clemens Willibrord (Northumbria, 658 – Echternach, 7 november 739): Angelsaksisch missionaris en aartsbisschop, bijgenaamd: de apostel van de Friezen. In 695 werd hij gewijd tot bisschop van het door hem gestichte bisdom Utrecht.
Naamdag: 7 november.