Eskimojongen met hond

Beeldhouwer: Taeke Friso de Jong
Materiaal: brons

Ook bekend onder de naam “Kind met hond”
Hoge Werf, Linschoten
Onthuld
op 7 april 1977


__________

__________

__________

__________


De beeldengroep “Eskimojongen met hond” is het afscheidscadeau aan de inwoners van Linschoten van Gert Elisa van den Burger (1919?-2014), van 1947 tot 1976 huisarts in Linschoten, en Wilhelmina (Mieke) van den Burger-Steensma (1924-2014), zijn echtgenote.
Op de sokkel van “Eskimojongen met hond” zijn twee ornamenten aangebracht. Rechtsboven op de sokkel is een klein ornament aangebracht: een sneeuwklokje. Links daaronder is een groot ornament aangebracht met naast de signatuur van Taeke Friso de Jong de versregels “Wie niet kan buigen, kan ook het sneeuwklokje niet zien”. Onder deze versregels staat de naam Georges Duhamel. Duhamel (1884-1966), zoon van een apotheker, was schrijver. In de Eerste Wereldoorlog werkte hij als chirurg aan de frontlinie.

“ESKIMOJONGEN MET HOND”: DRIE VERHALEN
Achter “Eskimojongen met hond” schuilen drie verhalen. Het eerste verhaal gaat over kunst in de openbare ruimte in Linschoten en het aanzien van een gerenoveerde wijk. Het tweede verhaal gaat over de onderlinge verhouding van de inwoners van Linschoten en de verbondenheid met hen van het echtpaar Van den Burger. Het derde verhaal is het persoonlijke verhaal van Mieke van den Burger.

(1) KUNST IN DE OPENBARE RUIMTE IN LINSCHOTEN
In 1976 beëindigde Gert van den Burger zijn praktijk als huisarts in Linschoten. Hij was een fervent voorstander van het plaatsen van kunstwerken in Linschoten. Met dit in het achterhoofd heeft het echtpaar Van den Burger “Eskimojongen met hond” laten vervaardigen.
“Eskimojongen met hond” staat in een plantsoen in de Hoge Werf, achter het kerkgebouw van de Hervormde Kerk Linschoten. In voorliggende jaren waren de Hoge Werf en het kerkgebouw gerenoveerd. “Eskimojongen met hond” zou de Hoge Werf meer aanzien geven. Op 7 april 1977, een jaar na het afscheid van het echtpaar Van den Burger, is “Eskimojongen met hond” onder grote belangstelling onthuld door mevrouw De Geus-Ameling, echtgenote van de burgemeester van Linschoten, in aanwezigheid van het echtpaar Van den Burger en Taeke Friso de Jong.
“Eskimojongen met hond” was het eerste kunstwerk dat in Linschoten in de openbare ruimte werd geplaatst. In latere jaren werden in Linschoten onder andere De wadende vrouw en De slapende reus geplaatst, beide vervaardigd door Margriet Barends.

(2) LIEF VOOR ELKAAR, ZORG EN GENEGENHEID
In interviews, gepubliceerd in de edities van 8 april 1976 en 14 april 1977 van de Woerdense Courant, heeft Mieke van den Burger een aantal aspecten uitgelegd van de opdracht aan Taeke Friso de Jong een beeld te vervaardigen ter gelegenheid van hun afscheid. In het in 1976 gegeven interview vertelde ze dat zij opdracht hadden gegeven een beeld te vervaardigen waarin het thema “lief voor elkaar” tot uiting zou komen. In het in 1977 gegeven interview vertelde Mieke dat zij het betreurden dat de tijd en de onderlinge verhoudingen tussen mensen steeds harder werd. Het beeld dat De Jong zou vervaardigen, moest wat hen betreft zorg en genegenheid voor elkaar uitbeelden.
Ten tijde van de opdracht in 1976 had het echtpaar Van den Burger geen idee wat voor beeldhouwwerk zou worden vervaardigd. Bij de onthulling van “Eskimojongen en hond” in 1977 vertelde Mieke hoe De Jong  het thema “lief voor elkaar” (“zorg en genegenheid”) tot uiting had gebracht: enerzijds in de vorm van de jongen die speelt met zijn hond en het dier liefkoost, anderzijds in de vorm van de genegenheid die de hond heeft voor de jongen.

(3) HET SNEEUWKLOKJE
In het in 1976 gegeven interview vertelde Mieke van den Burger dat zij en haar echtgenoot als eis hadden gesteld dat in  het beeld dat zou worden vervaardigd, een sneeuwklokje zou worden verwerkt. Linschoten, zo zei ze, was namelijk rijk aan sneeuwklokjes en de versregels “wie niet kan buigen, kan ook het sneeuwklokje niet zien” hadden het echtpaar altijd bijzonder aangesproken. In de artikelen in de edities van de Woerdense Courant van 8 april 1976 en 14 april 1977 is de betekenis van de versregels van Duhamel voor het echtpaar Van den Burger echter niet beschreven.
In 2019 heeft Taeke Friso de Jong in correspondentie met ondergetekende over de opdracht van het echtpaar Van den Burger opgemerkt dat zij het niet nodig vonden dat zijzelf zouden worden uitgebeeld. In plaats daarvan hadden zij hem gevraagd om naar aanleiding van de versregels van Duhamel, die voor hen een bijzondere betekenis hadden, een beeld te vervaardigen.
De versregels van Duhamel houden, zo schreef De Jong, verband met datgene wat Mieke gedurende haar gevangenschap in Nederlandse en Duitse concentratiekampen tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft moeten doormaken. Gevangenen moesten weleens buigen voor hun bewakers. Deze vernedering, hoe kwetsend ook, gaf soms ook zicht op lichtpuntjes, gesymboliseerd door een sneeuwklokje. Het buigen keert terug in de uitbeelding van de eskimojongen die onder koude omstandigheden bukt om zijn sledehond aan te halen.
Over de betekenis van de sneeuwklokjes het ornament en de versregels van Duhamel valt meer te zeggen dan dat Linschoten rijk was aan sneeuwklokjes. Uit een interview van Mieke van den Burger door Clari Bossevain-Smit op 29 januari 2002 kwam naar voren dat sneeuwklokjes voor Mieke een bijzondere betekenis hadden: het waren haar lievelingsbloemen. Op 19 juli 1943 werd zij, ongehuwd, woonachtig in Gouda en werkzaam als apothekersassistente, gearresteerd. De aanleiding was de vondst van brieven die zij had geschreven aan een ondergedoken Joods vriendinnetje. Drie dagen na haar arrestatie werd ze overgebracht naar Kamp Vught (SS Konzentrationslager Herzogenbusch) en tewerkgesteld bij het Philips-Kommando, een werkplaats waar elektronica werd geproduceerd voor de Duitse Wehrmacht. In februari 1944 stuurde de moeder van Mieke haar een pakje met naast andere spullen een pol sneeuwklokjes, de lievelingsbloemen van Mieke. Haar moeder had deze pol gekregen van een boerin in Aarlanderveen, wier tuin vol met sneeuwklokjes stond. De Oberaufseherin (SS-commandante van de vrouwenafdeling in Kamp Vught) die het pakje had geïnspecteerd, stond Mieke toe het in ontvangst te nemen. Ze liet haar sneeuwklokjes aan iedereen zien. Later stuurde haar moeder nog drie oranje roosjes. Omdat het kennelijk was toegestaan dat gevangenen bloemen mochten krijgen, stuurden ook anderen toefjes bloemen mee met pakjes.
Naar aanleiding van de gebeurtenissen op Dolle Dinsdag (5 september 1944) werd Kamp Vught door de Duitsers ontruimd. De vrouwelijke gevangenen, waaronder Mieke, werden overgebracht naar kamp Ravensbrück bij Berlijn. Daarvandaan werd Mieke enkele enige tijd later overgebracht naar Reichenbach, een buitenpost van kamp Ravensbrück. Ze werd tewerkgesteld bij Siemens en Telefunken.
Op 14 april 1945 werd kamp Reichenbach door Russische troepen bevrijd. Korte tijd later keerde Mieke terug naar Gouda, waar ze haar werkzaamheden weer oppakte. Ze trad in het huwelijk met Gert van den Burger. Het echtpaar vestigde zich in Linschoten, waar Gert huisarts werd. In 1976 werd de praktijk overgenomen door dokter Van Bodegom. Het echtpaar Van den Burger verhuisde naar Oudewater.
Op 24 juni 2014, nog geen maand na het overlijden van haar echtgenoot, is Mieke in Oudewater overleden. Linksboven in het in de editie van 2 juli 2014 van de Woerdense Courant gepubliceerde overlijdensbericht waren twee sneeuwklokjes afgebeeld.

Het heeft er veel van weg dat het sneeuwklokje op de sokkel van “Eskimojongen met hond” niet alleen naar Linschoten verwijst maar ook naar Mieke zelf.

Bronnen:
www.historiek.net
www.philips-kommando.nl
“Overweldigend afscheid […]” (Woerdense Courant, 8 april 1976)
“Arts schonk Linschoten kunstwerk” (Woerdense Courant, 14 april 1977)
interview Mieke van den Burger-Steensma, 29 januari 2002
overlijdensbericht Mieke van den Burger-Steensma (Woerdense Courant, 2 juli 2014)

Met dank aan:
Taeke Friso de Jong

  TAEKE FRISO DE JONG