Eva in bekoring (Amsterdam, 1865 en 1866)

Beeldhouwer: Jan Antonie van der Ven
Materiaal: marmer
Geëxposeerd in 1865 (mogelijk ook in 1866) in het Paleis voor Volksvlijt, Frederiksplein 56, Amsterdam


litho van het exemplaar van “Eva in bekoring”, in 1866 tentoongesteld in het Paleis voor Volksvlijt, Amsterdam
lithograaf: Anthony Cornelis Cramer Nz; drukker: Jan Dam Steuerwald


“Eva in bekoring” wordt beschouwd als zijnde het meesterwerk van Jan Antonie van der Ven. Dit beeld, ontworpen in neoclassicistische stijl, is een uitbeelding van Genesis 3:1-6, waarin verhaald wordt dat in het paradijs de slang probeerde de vrouw te verleiden om een vrucht te eten van de boom die midden in het paradijs stond.
Van “Eva in bekoring” zijn een voorstudie in terracotta bekend, een uitvoering in brons, twee uitvoeringen in gips en drie uitvoeringen in marmer. Het marmeren exemplaar dat in Amsterdam tentoon is gesteld en dat in deze fotoreportage wordt besproken, is de derde uitvoering in marmer. De eerste uitvoering in marmer bevindt zich in Sint-Petersburg, de tweede uitvoering in marmer bevindt zich in Bootle.

1836: VOORSTUDIE IN TERRACOTTA

De ontstaansgeschiedenis van “Eva in bekoring” gaat terug tot de tweede helft van de 1830-er jaren. Uit de mij beschikbare bronnen blijkt niet dat er een opdracht aan ten grondslag heeft gelegen.
Op 7 januari 1837 schreef Jan Antonie van der Ven aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen bezig te zijn met een aarden beeld, Eva in bekoring voorstellende. Het ontwerp was gebaseerd op een driejarig meisje met lang blond haar, dat als vondeling was opgenomen in een tehuis, S. Spirito genaamd, en op een Romeinse vrouw, Elisabetta genaamd.(1) In de hiernaast afgebeelde voorstudie in terracotta, gedateerd op 1836, die deel uitmaakt van de collectie van Het Noordbrabants Museum, ligt de slang in zijn geheel rechts naast Eva. In de uiteindelijke uitvoering ligt de slang onder het linkerbeen en voor de rechtervoet van Eva en steekt hij rechts van haar zijn kop omhoog, met in zijn bek een appel. De afmetingen van de voorstudie in terracotta van “Eva in bekoring” zijn (h x b x d): 17,8 x 21 x 13,5 cm.
De schrijver Johannes Jacobus Franciscus (Jan) Wap (Rotterdam, 1 mei 1806 – Delft, 7 maart 1880) heeft in het voorjaar van 1837 diverse malen een bezoek gebracht aan Van der Ven in diens atelier in Rome en heeft daar het kleimodel van “Eva in bekoring” gezien. Volgens Wap had Van der Ven Eva uitgebeeld in haar twijfel of zij van Satan de verboden vrucht zou aannemen of God zou gehoorzamen. Het in de ogen van Wap uitmuntend kunstgewrocht zou in gips en vervolgens in marmer worden uitgevoerd.(2)

1865 en 1866: PALEIS VOOR VOLKSVLIJT, AMSTERDAM(3)
In de editie van 4 augustus 1866 van “De Nederlandsche spectator” is in een necrologie over Jan Antonie van der Ven vermeld dat hij voor een derde maal een uitvoering had vervaardigd van “Eva in bekoring”. De auteur van deze necrologie heeft de materialen waarin de drie uitvoeringen waren vervaardigd, niet benoemd. Evenmin heeft hij de uitvoeringen gedateerd. De auteur heeft het exemplaar, besteld door gravin Orlova, als eerste exemplaar aangemerkt.(4) Het exemplaar dat van eind 1841 tot begin 1842 was tentoongesteld in de Haagsche Teekenacademie, heeft hij als tweede exemplaar aangemerkt. Over het in Den Haag tentoongestelde exemplaar heeft hij geschreven dat koning Willem II het in diens galerij een ereplaats had gegeven. Dat is slechts ten dele waar. In 1841 was in Den Haag de tweede uitvoering in gips van “Eva in bekoring” tentoongesteld. Willem II, die Van der Ven eind december 1841 tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw benoemde, bestelde bij hem een marmeren uitvoering, bestemd voor zijn galerie. Bij de vervaardiging ervan heeft Van der Ven gebruik gemaakt van de eerste uitvoering in gips.(5)

De volgens de auteur van de necrologie derde uitvoering van “Eva in bekoring” was tentoongesteld in het Paleis voor Volksvlijt, Frederiksplein 56, Amsterdam. De naam van deze tentoonstelling heeft hij niet genoemd; het jaar waarin de tentoonstelling plaatsvond, evenmin. Uit een necrologie over Jan Antonie van der Ven in de editie van 4 augustus 1866 van “De Nederlandsche Spectator” blijkt dat dit de tentoonstelling “Algemene Tentoonstelling van Nederlandsche Nijverheid en Kunst” is geweest, die van 21 juni tot 17 oktober 1866 in het Paleis voor Volksvlijt werd gehouden. In deel 1 (Nijverheid) van de catalogus van deze tentoonstelling was de naam van Jan Antonie van der Ven vermeld in diens hoedanigheid van president van de plaatselijke commissie Noord-Brabant.(6) Dit deel bevatte geen informatie over kunstwerken die tentoon zouden worden gesteld. Op 12 juli 1866, drie weken na de opening van deze tentoonstelling, overleed Jan Antonie van der Ven.
Naspeuringen mijnerzijds hebben uitgewezen dat op de Tentoonstelling van Kunstvlijt en Fotografie, die van 15 juli tot 31 oktober 1865 in het Paleis voor Volksvlijt werd gehouden, een wit-marmeren exemplaar van “Eva in bekoring” was geëxposeerd. Wellicht was het in 1866 tentoongestelde exemplaar van “Eva in bekoring” in het Paleis voor Volksvlijt het wit-marmeren exemplaar dat er in 1865 al te zien was.
De auteur van de necrologie in “De Nederlandsche spectator” heeft over het exemplaar dat in Den Haag in 1841 was tentoongesteld en over het exemplaar dat in Amsterdam was tentoongesteld, geschreven dat zij kleiner waren dan het meer dan levensgrote exemplaar dat Van der Ven in 1841 voor gravin Orlova had vervaardigd. Hij zou graag zien dat het in het Paleis voor Volksvlijt tentoongestelde exemplaar na afloop van de tentoonstelling zou worden overgebracht naar een Nederlands museum.
In de necrologie over Van der Ven, gepubliceerd in de jaargang 1866 van “Kunstkronijk” is vermeld dat hij na de vervaardiging van de voor Willem II bestemde marmeren uitvoering van “Eva in bekoring” nog een uitvoering ervan had vervaardigd. Het jaar waarin deze uitvoering is vervaardigd, is in deze necrologie niet vermeld, evenmin als het materiaal of de tentoonstelling van deze uitvoering in het Paleis voor Volksvlijt in Amsterdam.

In de jaargang 1868 van “Kunstkronijk” is vermeld dat de weduwe van Van der Ven toestemming had gegeven aan “Kunstkronijk” om van het exemplaar van “Eva in bekoring” dat in het Paleis voor Volksvlijt tentoon was gesteld, een litho te laten vervaardigen en te publiceren als illustratie bij een necrologie over Van der Ven. Deze litho is hiernaast afgebeeld. De litho werd vervaardigd door Anthony Cornelis Cramer Nz (Rotterdam, 14 april 1842 – Sloten, 16 maart 1914) en gedrukt door Jan Dam Steuerwald (Bergen op Zoom, 13 april 1805 – Den Haag, 10 mei 1869).
In de necrologie in de “Kunstkronijk” is niets geschreven over wat er na afloop van de tentoonstelling in het Paleis voor Volksvlijt in Amsterdam met het tentoongestelde exemplaar van “Eva in bekoring” is gebeurd. Uit de necrologie kan worden opgemaakt dat Anthony Cramer zijn tekening van het in Amsterdam tentoongestelde exemplaar van “Eva in bekoring” na de tentoonstelling in 1866 heeft gemaakt en dat dit exemplaar na afloop van die tentoonstelling nog enkele jaren in Nederland in opslag is geweest. Wat er daarna mee is gebeurd, is vooralsnog niet duidelijk.

De Meern, 18 oktober 2022,
TWM van Berkel

Noten
(1) De Nederlandsche spectator (Arnhem, Den Haag, 1866, p.242-243)
(2) Mijne reis naar Rome in het voorjaar van 1837, 2e deel (Johannes Jacobus Franciscus Wap, Breda, 1839, hoofdstuk VI: De Nederlandsche kunstenaars te Rome, den 1. mei – een uitstap naar Tivoli, p.77-78). Uit de bewoordingen van Wap zou kunnen worden opgemaakt dat in 1837 concrete plannen bestonden om van “Eva in bekoring” een uitvoering in gips én een uitvoering in marmer te vervaardigen. Wap zou het een goede zaak vinden als een vermogende Nederlander “Eva in bekoring” naar een salon in Nederland zou laten overbrengen. De kans hierop achtte hij nihil; in zijn ogen had het Protestantisme in Nederland, beginnend met de Beeldenstorm in 1566, de Nederlandse beeldhouwkunst een dodelijke slag toegebracht. Op pagina 155 in hoofdstuk X: Omwandelingen in Mijne reis naar Rome in het voorjaar van 1837, 2e deel had Wap geschreven dat hij hoopte van “Moeder Eva”, zoals hij “Eva in bekoring” noemde, ooit een marmeren uitvoering te mogen bewonderen. Hij heeft niets geschreven over de opdracht van gravin Orlova om een uitvoering in marmer te laten vervaardigen.
(3) De Volksvlijt – Tijdschrift voor Nijverheid, landbouw, handel en scheepvaart (Amsterdam, 1865, Bijblad 9), De Nederlandsche spectator (Arnhem, Den Haag, 1866, p.242-243), Kunstkronijk (Leiden, 1866, p.72), Kunstkronijk (Leiden1868, p.22-24) en Sijthoff’s Woordenboek voor Kennis en Kunst, naar de nieuwste bronnen bewerkt, deel 10 (Leiden).
(4) Gravin Orlova (naamvariant: Orloff): Olʹga Aleksandrovna Orlova Zherebtsova (Sint-Petersburg, 1807 – Fontainebleau, 25 augustus 1880), echtgenote van Aleksej Fëdorovič Orlov (Moskou, 19 oktober 1786 – Sint-Petersburg, 21 mei 1861), officier en staatsman, adviseur in binnen- en buitenlandse aangelegenheden van de tsaren Nikolaj I en Aleksandr II.
(5) Zie: Jan Antonie van der Ven: “Eva in bekoring” (Den Bosch).
(6) Catalogus der algemene tentoonstelling van Nederlandsche nijverheid en kunst – Nijverheid (Amsterdan, 1866).

Overige bronnen:
Heimwee naar de klassieken – de beelden van Mathieu Kessels en zijn tijdgenoten 1815-1840 (Zwolle, Den Bosch, 1994)
– https://www.hetnoordbrabantsmuseum.nl: Aankopen en Details

Zie ook:
Jan Antonie van der Ven: “Eva in bekoring” (Den Bosch)
Jan Antonie van der Ven: “Eva in bekoring” (Sint-Petersburg)
Jan Antonie van der Ven: “The temptation of Eve” (Bootle)

  JAN ANTONIE VAN DER VEN