Willem II Koning der Nederlanden

Naamvariant: “Standbeeld van koning Willem II”
Beeldhouwer: Joseph Geefs
Materiaal: brons
Gewijzigde uitvoering van het in mei 1844 getoonde model


bronzen uitvoering gewijzigd model “Willem II Koning der Nederlanden”
Rijksmuseum, Amsterdam, obj.nr. BK-NM-8516

marmeren uitvoering gewijzigd model “Willem II Koning der Nederlanden”
collectie Koninklijke Verzamelingen, Den Haag

portret ten voeten uit van Willem II
toegeschreven aan Jan Adam Kruseman, olieverf op doek, 250 x 131 cm


“WILLEM II KONING DER NEDERLANDEN”
a. Datering opdracht, datering begin maakproces
Op 28 november 1840 werd Willem II ingehuldigd in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. De Nederlandse traditie vereist dat in gemeentehuizen, provinciehuizen en gerechtshoven een beeltenis van het staatshoofd aanwezig moet zijn. Het borstbeeld van Willem I, de vader en voorganger van Willem II, moest worden vervangen door een borstbeeld van Willem II. Op 1 december 1841 werd bericht dat ten huize van de beeldhouwer Louis Royer (Mechelen, 19 juni 1793 – Amsterdam, 5 juni 1868) gipsen afgietsels te koop waren van een door hem gemaakt marmeren borstbeeld van koning Willem II.(1) Voor zover is na te gaan, is het door Royer gemaakte borstbeeld van Willem II het eerste borstbeeld van de koning geweest.
Op 22 en 23 december 1842 werd bericht dat in Nederland beeldhouwwerken, gemaakt door Joseph Geefs, enthousiast onthaald werden. Willem II had ten behoeve van zijn verzameling het door Geefs in 1840 gemaakte marmeren beeld “Orpheline du Pêcheur” (“De Hollandsche Weesch”, “Dochter van den Visscher”) aangekocht. Over Geefs, die een bezoek had gebracht aan Willem II, werd op 22 december 1842 bericht dat hij werkte aan een borstbeeld van de koning.(2) Willem II had hem hiertoe opdracht gegeven.(3) Volgens P.K. van Daalen (Den Haag, 1957) had de koning kort na zijn troonsbestijging in 1840 bij Geefs een marmeren borstbeeld besteld en “een levensgroot portret, staande ten voeten uit in koningsmantel, met scepter en kroon, ter versiering van de stuczaal in het Paleis Soestdijk”.(4)
Voor zover is na te gaan, is het door Geefs gemaakte borstbeeld van Willem II het tweede borstbeeld van de koning geweest. Op grond van de berichtgeving in december 1842 over het marmeren borstbeeld dateert KIJKEN NAAR BEELDEN de opdracht tot het maken van het marmeren borstbeeld en het standbeeld op of omstreeks december 1842.
Op 9 januari 1844 werd bericht dat Geefs bezig was met het maken van een klein standbeeld van Willem II. Dit standbeeld, dat zou worden uitgevoerd in brons, was bestemd voor verkoop.(5) KIJKEN NAAR BEELDEN veronderstelt dat Geefs na voltooiing in 1843 van het model van het marmeren borstbeeld van Koning Willem II is begonnen met het maken van het kleine standbeeld.(6)

(1) Dagblad van ’s Gravenhage, 1 december 1841. Gemeenten en provincies konden exemplaren aankopen, vgl. Taeke Friso de Jong: “Beatrix” (Woerden). Een gipsen exemplaar heeft jarenlang in het Ambtshuis in Druten gestaan, waar het in 2001 werd gestolen. Op 13 september 2025 is in het Ambtshuis een 3D replica teruggeplaatst, gemaakt aan de hand van scans van een gipsen exemplaar dat deel uitmaakt van de collectie van het Amsterdam Museum (gld.nl, 2 augustus 2025).
(2) Journal de Limbourg, 22 december 1842; Overijsselsche courant, 23 december 1842. In een aantal Belgische dagbladen, waaronder Le Messager de Gand et des Pays-Bas, 22 december 1842, is een bericht over het bezoek van Geefs aan Willem II en de aankoop door de koning van “Orpheline du Pêcheur” gedateerd op 19 december 1842. In het bericht in Le Messager de Gand et des Pays-Bas is niets vermeld over het feit dat Geefs werkte aan een borstbeeld van de koning.
(3) Bredasche courant, 21 mei 1844.
(4) Nederlandse beeldhouwers in de negentiende eeuw (P.K. van Daalen, Den Haag, 1957, p.26).
(5) Groninger courant, 9 januari 1844 (bericht uit Brussel, 5 januari 1844).
(6) Joseph Geefs: “Koning Willem II” (Den Haag, Raad van State).

b. Datering voltooiing van het model en tentoonstelling ervan
In de editie van 17 mei 1844 van Journal de La Haye werd op basis van een artikel in Journal du Commerce d’Anvers bericht dat een door Geefs gemaakt klein standbeeld van Willem II gereed was voor gieting in brons. De koning was uitgebeeld in het uniform (“Groot Tenue”) dat hij droeg op 28 november 1840, de dag van zijn inhuldiging. De rechterhand omklemde een scepter, die volgens het bericht op het voetstuk rustte. Aan de voeten van de koningsfiguur was een kroon geplaatst en een boek, de Grondwet uitbeeldend.(1) Het bericht werd overgenomen in de editie van 21 mei 1844 van de Bredasche Courant.(2) In een artikel in de editie van 16 augustus 1844 van het Algemeen Handelsblad werd bericht dat het beeld zich in Gent bevond.(3)
Uit de krantenberichten blijkt niet in welk materiaal het model was uitgevoerd. In De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters van den vroegsten tot op onzen tijd (Christiaan Kramm, Amsterdam, 1857) is gemeld dat Geefs in 1844 een marmeren uitvoering had voltooid van het standbeeld van Koning Willem II.(4) Volgens Stadsmuseum Tilburg bevindt de marmeren uitvoering zich in Paleis Soestdijk.(5)

(1) Journal de La Haye, 17 mei 1844. Naar de mening van KIJKEN NAAR BEELDEN heeft het jaartal 1844 op de bronzen uitvoering niet per definitie betrekking op het jaar waarin de bronsgieting plaatsvond maar op het jaar waarin het model was voltooid.
(2) Bredasche courant, 21 mei 1844.
(3) Algemeen Handelsblad, 16 augustus 1844.
(4) Kramm, Amsterdam, 1857, p. 538.
(5) https://stadsmuseumtilburg.nl/collecties. Bij navraag is KIJKEN NAAR BEELDEN gebleken dat het marmeren exemplaar niet meer aanwezig is in Paleis Soestdijk. De huidige verblijfplaats is onbekend.
Het marmeren exemplaar dat deel uitmaakt van de collectie van de Koninklijke Verzamelingen in Den Haag is een marmeren uitvoering van de gewijzigde uitvoering van het model; de kroon en het boek dat de Grondwet uitbeeldt, bevinden zich rechts van de koningsfiguur (voor de toeschouwer: links) overeenkomstig de bronzen uitvoering.

c. De uitvoering in brons

Van “Willem II Koning der Nederlanden” zijn meerdere bronzen exemplaren gegoten. Het is KIJKEN NAAR BEELDEN niet bekend hoe groot de oplage is geweest.
Hiernaast is een een foto afgebeeld van het bronzen exemplaar dat onder inv.nr. SMT0009 deel uitmaakt van de collectie van Stadsmuseum Tilburg.(1) Een ander exemplaar staat in het stadhuis van Tilburg, de stad die Willem II dierbaar was, waar hij aanvankelijk vaak verbleef en in de latere jaren van zijn leven tot aan zijn overlijden op 17 maart 1849 woonachtig was.(2) Weer een ander exemplaar maakt deel uit van de collectie van het Rijksmuseum in Amsterdam.(3) Op een op 1903-1905 gedateerde foto van de directeurskamer van het Koninklijk Huisarchief is links op de schouw een exemplaar te zien van “Koning Willem II der Nederlanden”.(4)
Op het voetstuk van “Willem II Koning der Nederlanden” is op de achterkant de inscriptie “WILLEM II KONING DER NEDERLANDEN” aangebracht, met daarboven een lauwerkrans.(5) In de rechterzijde van het voetstuk is de signatuur Jozef Geefs fecit 1844 aangebracht.
Het bronzen exemplaar van “Willem II Koning der Nederlanden” dat deel uitmaakt van de collectie van het Rijksmuseum Amsterdam verschilt van het exemplaar dat deel uitmaakt van de collectie van de Koninklijke Verzamelingen in Den Haag. Op het grootlint van de Militaire Willems-Orde op het exemplaar in Amsterdam zijn tussen de banen over de volle lengte kleine versierselen aangebracht. Op het grootlint op het exemplaar in Den Haag zijn tussen de banen over de volle lengte ovaalvormige versierselen aangebracht.

(1) Stadsmuseum Tilburg.
(2) https://tilburgwijzer.nl/kunstwerk-van-de-week-beeld-koning-willem-ii/
.
(3) Rijksmuseum Amsterdam. De opmerking in de toelichting dat dit beeld het model was voor het standbeeld van Willem II dat in 23 maart 1854 werd opgericht op het Buitenhof te Den Haag en dat in 1924 is overgebracht naar het Heuvelplein te Tilburg, is niet juist. Het in Den Haag geplaatste standbeeld was gemaakt door Edouard François Georges.
(4) https://www.koninklijkeverzamelingen.nl.
(5) Rijksmuseum Amsterdam.

d. Het model en de bronzen uitvoering
De bronzen uitvoering van “Willem II Koning der Nederlanden” beantwoordt niet in alle opzichten aan de beschrijving van het model in de editie van 17 mei 1844 van Journal de La Haye, overgenomen in de editie van 21 mei 1844 van de Bredasche courant. Bij de bronzen uitvoering rust de rechterhand van de koningsfiguur, een scepter omklemmend, op een koningskroon die rechts naast de koningsfiguur is geplaatst op een kussen op een tafel met onder het kussen een afhangend, opengeslagen boek dat de Grondwet uitbeeldt. Bij het model waren de koningskroon en het Grondwetboek volgens de berichtgeving erover aan de voeten van de koningsfiguur geplaatst. KIJKEN NAAR BEELDEN veronderstelt dat Geefs bij het model van “Willem II Koning der Nederlanden” de koningskroon en het Grondwetboek aan de voeten van de koningsfiguur heeft geplaatst omdat zijn beeld zich beperkte tot de koningsfiguur zonder tafel. Mogelijk heeft dit op bezwaren gestuit en heeft Geefs alsnog een tafel gemaakt met daarop de koningskroon en het Grondwetboek. KIJKEN NAAR BEELDEN heeft niet kunnen achterhalen in wiens opdracht de wijzigingen zijn aangebracht. Wellicht zijn ze aangebracht in opdracht van Willem II, die Geefs had opgedragen het standbeeld te maken.

e. De oorsprong van de koningsfiguur
In de eerste versie van dit artikel had KIJKEN NAAR BEELDEN geconcludeerd dat Geefs bij het maken van “Willem II Koning der Nederlanden” een koningsfiguur had gebruikt, waarvan een uitvoering voorkwam op het inhuldigingsportret ten voeten uit van Willem II dat Jan Willem Pieneman in juni 1842 had geschilderd.(1) Van dit inhulgingsportret was alleen een summiere beschrijving voorhanden waarin onder andere was vermeld dat de rechterhand van de koningsfiguur een veldmaarschalksstaf omklemde. De rechterhand van “Willem II Koning der Nederlanden” omklemt geen veldmaarschalksstaf maar een scepter. De linkerhand van “Willem II Koning der Nederlanden” omklemt een paar handschoenen.

KIJKEN NAAR BEELDEN heeft geen afbeelding kunnen vinden van het inhuldigingsportret ten voeten uit van Willem II dat Jan Willem Pieneman heeft geschilderd. KIJKEN NAAR BEELDEN heeft wel een ongedateerde afbeelding gevonden van een litho die Coenraad Hamburger (geboren in Frankfurt am Main op 3 maart 1809, overleden na 1871) naar het schilderij van Jan Willem Pieneman had gemaakt. Op deze litho, hiernaast afgebeeld, zijn geen handschoenen uitgebeeld; de ontblote linkerhand van de koningsfiguur rust op een ceintuur.(2)
Het inhuldigingsportret ten voeten uit van Willem II dat Jan Willem Pieneman in juni 1842 had geschilderd, voldeed aan het criterium van KIJKEN NAAR BEELDEN dat de koningsfiguur die Geefs had gebruikt, tussen 28 november 1840 (inhuldiging Willem II) en december 1842 (opdracht van Willem aan Geefs) in omloop was. Echter, KIJKEN NAAR BEELDEN kon de vraag aan welke koningsfiguur Geefs de scepter en de handschoenen had ontleend, niet beantwoorden.

Het Rijksmuseum in Amsterdam, in bezit van een exemplaar van een van de einduitvoeringen in brons van “Willem II Koning der Nederlanden”, heeft laten weten dat “Willem II Koning der Nederlanden” naar haar mening overeenkomt met het portret ten voeten uit van Willem II, toegeschreven aan Jan Adam Kruseman (Haarlem, 12 februari 1804 – 17 maart 1862), dat deel uitmaakt van een particuliere collectie.(3) Op dit portret zijn het kruis van de Pruisische Orde van de Rode Adelaar, het kruis van de Russische Orde van Sint-Joris, de Peninsular Gold Cross, het Metalen Kruis (1830-1831) en de ordesterren van de Militaire Willems-Orde, de Orde van Sint-Joris en de Orde van Sint-Vladimir uitgebeeld. De rechterhand van de koningsfiguur omklemt een scepter; de linkerhand omklemt een paar handschoenen, net als in het geval van “Willem II Koning der Nederlanden”. De pose van de koningsfiguur van “Willem II Koning der Nederlanden” komt overeen met de pose van de koningsfiguur op het portret ten voeten uit van Willem II dat is toegeschreven aan Kruseman. Een andere opvallende overeenkomst tussen het portret ten voeten uit en “Willem II Koning der Nederlanden” is de verheven plooi in het grootlint van de Militaire Willems-Orde ter hoogte van de ordester van de Orde van Sint-Vladimir, waarvan ter hoogte van de plooi één arm onder het grootlint schuilgaat. Een opvallend verschil tussen het portret ten voeten uit en “Willem II Koning der Nederlanden” is het Grondwetboek. Op het portret ten voeten uit is geen Grondwetboek afgebeeld maar, onder de koningskroon, een opgerold document.
Naar de mening van KIJKEN NAAR BEELDEN heeft het Rijksmuseum het bij het rechte eind wat betreft de oorsprong van de koningsfiguur die Geefs heeft gemaakt: de koningsfiguur zoals die voorkomt op het portret ten voeten uit dat is toegeschreven aan Kruseman.
De mantel die Geefs heeft uitgebeeld is de mantel die Willem II tijdens zijn inhuldiging droeg. Deze mantel was versierd met gouden leeuwen. Geefs heeft deze leeuwen uitgebeeld, ook op het deel van de mantel aan de achterzijde van “Willem II Koning der Nederlanden”. Het is KIJKEN NAAR BEELDEN niet duidelijk hoe Geefs tot deze uitbeelding is gekomen. Hij kan het niet hebben ontleend aan het portret ten voeten uit dat aan Kruseman is toegeschreven; hierop is de koning van voren uitgebeeld, niet van achteren.
Kruseman heeft zeven portretten van Willem II geschilderd, waarvan vier ten voeten uit.(4) Het portret ten voeten uit dat in dit artikel is gesproken, is niet gedateerd en niet gesigneerd.
Volgens berichtgeving maakte in de editie-1842 van de Tentoonstelling van levende meesters in Amsterdam een door Kruseman geschilderd portret ten voeten uit van Willem II deel uit van de tentoonstelling.(5) In de editie van 5 december 1842 van het Dagblad van ’s Gravenhaghe is bericht over twee door Kruseman geschilderde levensgrote portretten van Willem II, bestemd voor de raadhuizen van Amsterdam en Den Haag. Deze portretten waren tentoongesteld in een van de zalen van Paleis Noordeinde. Willem II heeft deze portretten bezichtigd op 28 november 1842, de tweede verjaardag van zijn inhuldiging, en heeft aan Kruseman zijn goedkeuring laten blijken wat betreft gelijkenis, voorstelling en uitvoering.(6) In de berichten waren over deze portretten geen details verstrekt, waardoor niet goed kan worden nagegaan of het portret dat ten grondslag heeft gelegen aan het borstbeeld van Willem II en “Willem II Koning der Nederlanden” deel heeft uitgemaakt van de tentoonstellingen in september of november/december 1842. In de beeldcollectie van het RKD bevindt zich een foto van het portret dat bestemd was voor het raadhuis in Amsterdam. Dit portret, gedateerd op 1842, verschilt in tal van opzichten van het portret dat ten grondslag heeft gelegen aan het borstbeeld van Willem II en “Willem II Koning der Nederlanden”.(7)
Een aantal schilders, onder wie in 1842 Jan Willem Pieneman, hebben op uiteenlopende manieren gebruik gemaakt van de koningsfiguur die is toegeschreven aan Kruseman. Nicolaas Pieneman, de zoon van Jan Willem Pieneman, heeft in 1849 in opdracht van tsaar Nicolaas I een inhuldigingsportret ten voeten uit van Willem II geschilderd, onder gebruikmaking van de koningsfiguur die zijn vader, Jan Willem Pieneman, in 1842 had geschilderd.

(1) Algemeen Handelsblad, 9 juni 1842 en 15 augustus 1842. Aan het artikel in de editie van 9 juni 1842 ligt informatie ten grondslag, eerder gepubliceerd in de Spectateur. In dit artikel is Jan Willem Pieneman genoemd als schilder van het portret ten voeten uit. De troonsbestijging is abusievelijk gedateerd op 28 december 1840.
(2) https://rkd.nl/images/176178. Het onderschrift op de litho luidt: C. Hamburger naar de schilderij van den Heer J.W. Pieneman – Gedrukt bij H.J. Backer.
(3) Correspondentie tussen KIJKEN NAAR BEELDEN en Bieke van der Mark (Rijksmuseum Amsterdam, academisch onderzoeker afdeling sculpturen) (https://rkd.nl/images/150314).
(4) Willem II – De koning en de kunst (Sander Paarlberg, Henk Slechte, Zwolle, 2014).
(5) Utrechtsche Provinciale en stads-courant, 19 september 1842. Dit portret is onder nr. 197 vermeld op pagina 8 van de lijst van toegelaten kunstwerken en is omschreven als een afbeelding van de koning, ten voeten uit (https://www.google.nl).
(6) Dagblad van ’s Gravenhaghe, 5 december 1842.
(7) https://rkd.nl/images/256902.

f. Varianten
Van “Willem II Koning der Nederlanden” bestaan een aantal varianten.

Bij een van de varianten van “Willem II Koning der Nederlanden” is de koningskroon verguld. De Waterloo-sabel is op deze variant niet uitgebeeld.(1) De versiersels op het grootlint van de Militaire Willems-Orde zijn identiek aan de versiersels op het hiernaast afgebeelde bronzen exemplaar van “Willem II Koning der Nederlanden” en het marmeren exemplaar van “Willem II Koning der Nederlanden”, die deel uitmaken van de collectie van de Koninklijke Verzamelingen in Den Haag en waarbij ook de Waterloo-sabel is uitgebeeld. De versiersels op het grootlint komen overeen met de versiersels die zijn aangebracht op het grootlint op het marmeren exemplaar van “Koning Willem II”.

De versiersels op het grootlint van de Militaire Willems-Orde op het bronzen exemplaar van “Willem II Koning der Nederlanden” dat deel uitmaakt van de collectie van het Rijksmuseum in Amsterdam zijn kleiner van omvang dan de versiersels op het bronzen en het marmeren exemplaar van “Willem II Koning der Nederlanden” die deel uitmaken van de collectie van de Koninklijke Verzamelingen in Den Haag en zijn niet ovaalvormig.

KIJKEN NAAR BEELDEN heeft niet kunnen achterhalen waarom er verschillende versiersels zijn aangebracht.

(1) https://www.invaluable.com.

g. Gipsafgietsels en een marmeren uitvoering (1)
Ter gelegenheid van de installatie in 1937 van het gemeentebestuur van Tilburg in het Stadspaleis in Tilburg meldde Gérard Steuk, woonachtig in Brussel, in een brief, gedateerd op 10 mei 1937 en gericht aan de burgemeester van Tilburg, al enkele jaren in bezit te zijn van een 60 cm hoog “afgietsel-beeld” van de koning. Als de burgemeester van mening was dat het beeld folkloristische waarde zou hebben, was Steuk bereid het af te staan. Op 15 mei 1937 schreef het gemeentebestuur van Tilburg bij monde van haar secretaris het aanbod sympathiek te vinden en te aanvaarden. Het gemeentebestuur was bereid de verzendkosten voor rekening te nemen. In de kennisgeving van verzending (19 juni 1937) was vermeld dat het een gipsen beeld was. Op 26 juni 1937 schreef het gemeentebestuur van Tilburg bij monde van haar secretaris aan Steuk dat zij het beeldje had ontvangen.
Uit de aanhef van een brief van J.H. van Mosselveld, archivaris van de gemeente Tilburg, gedateerd op 25 juni 1953, blijkt dat Steuk op 22 juni 1953 nog een ander exemplaar van het standbeeld van Willem II heeft aangeboden. Van Mosselveld had niet vermeld in welk materiaal dat exemplaar was uitgevoerd. Uit de brief blijkt dat het gaat om een exemplaar van “Willem II Koning der Nederlanden”. In zijn brief verwees Van Mosselveld naar het gipsen exemplaar dat Steuk in 1937 had aangeboden. Van Mosselveld kwalificeerde dit exemplaar als een vrijwel waardeloos, zwaar beschadigd gipsafgietsel, dat bewaard wordt in het Tilburgse gemeentearchief.
Op een ongedateerd document, behorende bij een bronzen exemplaar van “Willem II Koning der Nederlanden” dat door de koning geschonken was aan Petrus Lambertus Beckers (Venlo 18 april 1789 – Aken, 19 augustus 1851), van 1841 tot 1850 arts en inspecteur-generaal van de geneeskundigen dienst van de Nederlandse Land- en Zeemacht, is vermeld dat “Willem II Koning der Nederlanden” bekendheid genoot door de afgietsels in gips. De mededeling over de gipsen afgietsels komt ook voor in een artikel in de editie van 20 mei 1895 van het Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhaghe.(2) Uit deze mededeling blijkt dat van “Willem II Koning der Nederlanden” een serie gipsen afgietsels is gemaakt. De kwalificatie “simpel afgietsel” in de brief van Steuk van 10 mei 1937 en de vermelding in de kennisgeving van verzending (19 juni 1937) doen vermoeden dat het gipsen exemplaar dat Steuk in 1937 heeft geschonken, een van de gipsen afgietsels was van de einduitvoering van “Willem II Koning der Nederlanden”.
In een toevoeging in bovengenoemd document is gewag gemaakt van het gipsen afgietsel dat Steuk in 1937 had geschonken. In de toevoeging is ook vermeld dat “de huidige verblijfplaats” van het gipsen afgietsel niet bekend was en dat het vermoedelijk verloren is gegaan. In Nederlandse beeldhouwers in de negentiende eeuw (Den Haag, 1957) is zonder terughoudendheid vermeld dat het exemplaar verloren is gegaan.(3)
Een marmeren uitvoering van het gewijzigde model maakt deel uit van de collectie van de Koninklijke Verzamelingen.

(1) Zie https://www.regionaalarchieftilburg.nl voor scans van de in deze paragraaf besproken brieven en documenten.
(2) Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhaghe, 20 mei 1895.
(3) Nederlandse beeldhouwers in de negentiende eeuw (P.K. van Daalen, Den Haag, 1957, p.26).

HET MARMEREN BORSTBEELD “KONING WILLEM II”

Over Geefs, die in december 1842 een bezoek had gebracht aan Willem II, werd op 22 december 1842 bericht dat hij werkte aan een borstbeeld van de koning.(1) Willem II had hem hiertoe opdracht gegeven.(2)
Op 21 mei 1844 werd bericht dat het marmeren borstbeeld van Willem II dat Geefs had gemaakt, was voltooid en aan een aantal kunstenaars was gepresenteerd. Volgens het bericht was het borstbeeld qua artisticiteit en gelijkenis van een voortreffelijke kwaliteit.(3)
“Willem II Koning der Nederlanden” beeldt de koning uit met een mantel. Aan de voorzijde van de koningsfiguur zijn de koorden van de mantel uitgebeeld. Op het marmeren borstbeeld van Willem II zijn deze koorden niet aangebracht. Dit kan verband houden met het feit dat op het borstbeeld de mantel niet is uitgebeeld.
Er zijn veel overeenkomsten tussen enerzijds de richting waarin het borstbeeld kijkt en de aard en positie van de twee onderscheidingstekens op de kraag en en anderzijds deze onderscheidingstekens en de kijkrichting van “Willem II Koning der Nederlanden.” Bij al deze beelden is te zien dat de linker epaulet met een gesp aan het uniform is bevestigd. KIJKEN NAAR BEELDEN veronderstelt dat aan het borstbeeld van Koning Willem II en aan “Willem II Koning der Nederlanden” dezelfde koningsfiguur ten grondslag heeft gelegen, te weten de koningsfiguur die voorkomt op het in dit artikel besproken inhuldigingsportret ten voeten uit van Willem II, toegeschreven aan Jan Adam Kruseman.

(1) Journal de Limbourg, 22 december 1842; Overijsselsche courant, 23 december 1842. In een aantal Belgische dagbladen, waaronder Le Messager de Gand et des Pays-Bas, 22 december 1842, is een bericht over het bezoek van Geefs aan Willem II en de aankoop door de koning van “Orpheline du Pêcheur” gedateerd op 19 december 1842. In deze berichten is niets vermeld over het feit dat Geefs werkte aan een borstbeeld van de koning.
(2) Bredasche courant, 21 mei 1844.
(3) Bredasche courant, 21 mei 1844 (zie ook: Rotterdamsche courant, 18 mei 1844).

DE PORTRETGALERIJ “BEELDEN VAN DE RAAD”

In 2013-15 is ten behoeve van de Portretgalerij “Beelden van de Raad” een mal genomen van de marmeren uitvoering van Willem II ten behoeve van bronsgieting.
Om het bronzen afgietsel qua proporties overeen te laten stemmen met de andere portretten die deel zouden gaan uitmaken van de portretgalerij, werd de mal aangesneden door Eric Claus, waardoor het deel van het borstbeeld onder de epauletten wegviel.(1)

(1) Joseph Geefs: “Koning Willem II” (Den Haag, Raad van State).

TIJDLIJN
Met behulp van de in dit artikel besproken artikelen in dagbladen, diverse dateringen en bevindingen aangaande het maakproces van Koning Willem III (Johan Theodore Stracké) kan ten aanzien van het maakproces van “Willem II Koning der Nederlanden” een tijdlijn van gebeurtenissen worden opgesteld.

  • 22 december 1842: bericht dat Geefs werkt aan een buste van Willem II.
    Uit de Bredasche courant, 21 mei 1844, blijkt dat Willem II Geefs hiertoe opdracht heeft gegeven. Volgens Nederlandse beeldhouwers in de negentiende eeuw (Van Daalen, Den Haag, 1957, p.26) heeft Willem II “kort na de troonsbestijging in 1840” Geefs opdracht gegeven een marmeren borstbeeld te maken én een standbeeld. Op grond van de berichtgeving in december 1842 neigt KIJKEN NAAR BEELDEN ertoe deze opdrachten te dateren op december 1842.
  • 9 januari 1844: bericht dat Geefs werkt aan een standbeeld van Willem II; bronzen uitvoeringen ervan zijn bestemd voor verkoop.
    KIJKEN NAAR BEELDEN gaat ervan uit dat hiermee “Willem II Koning der Nederlanden” is bedoeld. Uit het bericht kan worden afgeleid dat Geefs na voltooiing van het model van het marmeren borstbeeld van Willem II is begonnen met het maken van “Willem II Koning der Nederlanden”.
  • 21 mei 1844: bericht van voltooiing van het model van “Willem II Koning der Nederlanden”.
    Volgens Christiaan Kramm (Amsterdam, 1857, p.138) had Geefs in 1844 marmeren uitvoeringen voltooid van zowel “Koning Willem II” als “Willem II Koning der Nederlanden”.
    KIJKEN NAAR BEELDEN houdt aan dat de aanduiding “fecit 1844” op de bronzen uitvoering van “Willem II Koning der Nederlanden” niet per definitie betrekking heeft op het jaar van bronsgieting, maar wél per definitie betrekking heeft op het jaar waarin het model van “Willem II Koning der Nederlanden” is voltooid.
  • Na 21 mei 1844: bronsgieting van “Willem II Koning der Nederlanden” en gieting van gipsen exemplaren en een marmeren exemplaar.
    Het is KIJKEN NAAR BEELDEN niet bekend hoe groot de oplage was van de bronzen exemplaren, de gipsen exemplaren en de marmeren exemplaren van “Willem II Koning der Nederlanden”.

Met dank aan:
Bram Donders (Koninklijk Huisarchief, junior conservator)
Bieke van der Mark (Rijksmuseum Amsterdam, academisch onderzoeker afdeling sculpturen)
Petra Robben (Stadsmuseum Tilburg, stadsconservator, coördinator Erfgoed Tilburg)

Zie ook:
Joseph Geefs: “Koning Willem II” (Den Haag, Raad van State)

  JOSEPH GEEFS

Willem II: Willem Frederik George Lodewijk, prins van Oranje-Nassau (Den Haag, 6 december 1792 – Tilburg, 17 maart 1849), van 7 oktober 1840 tot aan zijn overlijden op 17 maart 1849 koning der Nederlanden, groothertog van Luxemburg en hertog van Limburg.